Amnesty.nl maakt gebruik van cookies om de content beter op uw voorkeur af te kunnen stemmen.     Meer informatie

Internationaal recht en berechting

Deel:
Televisiebeeld van Slobodan Milosevics eerste keer voor het Joegoslaviëtribunaal

Straffeloosheid is wijdverbreid. Soms blijft berechting helemaal achterwege. Soms worden daders vrijgesproken of krijgen ze slechts een minimale straf of disciplinaire maatregel opgelegd. Wereldwijd gaat het overgrote deel van de verantwoordelijken nog vrijuit. Maar daarin komt verandering. Nationale en internationale rechtbanken worden slagvaardiger. Waarheidscommissies en andere officiële instellingen helderen feiten op.

Nieuws

Blogberichten

‘Deze verkiezingen gaan maar over één ding: Europa’. Dit kondigde Geert Wilders aan het begin van...
In het Verenigd Koninkrijk hebben internationale rechters de macht gegrepen en nu moet het...
Terwijl in Tripoli de zaak in kannen en kruiken leek, ontplofte er een bommetje in de Strafhoftent...

Wat Amnesty doet

Wie het Jaarboek van Amnesty International doorneemt, ziet dat maar weinig landen overgaan tot de berechting van degenen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van mensenrechten. Wel is sinds het einde van de jaren negentig die situatie verbeterd. Het vaakst is er sprake is van berechting in de landen van West-Europa en Noord-Amerika. Zo zijn in Duitsland, Frankrijk en Italië politiefunctionarissen berecht die zich schuldig hadden gemaakt aan de mishandeling van buitenlanders en allochtonen.

Amnesty International stelt zich op het standpunt dat alle schenders van mensenrechten voor het gerecht moeten worden gebracht. Zij moeten vanzelfsprekend een eerlijk proces krijgen. Zij moeten in het eigen land worden berecht of eventueel in een ander land.

Het Verdrag tegen Marteling schrijft voor dat iemand die zich aan marteling heeft schuldig gemaakt en wordt aangetroffen op het grondgebied van een andere staat die bij het verdrag partij is, hetzij moet worden uitgewezen naar zijn land, hetzij in het land waar hij zich bevindt moet worden berecht. Die berechting moet niet alleen de 'directe' daders betreffen (de beulen of moordenaars) maar ook degenen die de opdracht hebben gegeven of die in het overheidsapparaat door 'daad of nalatigheid' verantwoordelijk kunnen worden gesteld.

Amnesty International dringt erop aan dat:

  • de overheid de schending erkent;
  • er een onderzoek wordt ingesteld;
  • de resultaten van het onderzoek openbaar worden gemaakt;
  • de verantwoordelijken voor het gerecht worden gebracht, in eigen land of in het land waar zij verblijven; 
  • de verantwoordelijken een eerlijk proces krijgen en niet zelf slachtoffer worden van schendingen zoals marteling of de doodstraf;
  • compensatie wordt gegeven aan slachtoffers of nabestaanden.

Op 17 maart 2006 werd de eerste uitlevering gedaan aan het Internationaal Strafhof. De Congolese Thomas Lubanga Dyilo werd gearresteerd en overgebracht naar Den Haag. Hij werd verdacht van oorlogsmisdaden in Congo sinds juli 2002.
> Lees hier het persbericht van het Internationaal Strafhof

Plicht tot berechting

De verplichting schenders te bestraffen is niet opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens of het VN-Verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten. Die verplichting staat bijvoorbeeld wel in het Verdrag tegen Genocide (1948) en het Verdrag tegen Marteling (1984). Door verscheidene mensenrechtencommissies van de Verenigde Naties is straffeloosheid genoemd als belangrijkste oorzaak voor het in stand houden van schendingen.

Amnestie

Sommige overheden verlenen amnestie aan schenders van mensenrechten, hetgeen deze daders automatisch van rechtsvervolging ontslaat. Soms worden ook de daden van de oppositie straffeloos verklaard. Amnesty verzet zich tegen dergelijke algemene bepalingen van amnestie wanneer die het doel of resultaat hebben dat de overheid geen verantwoording meer hoeft af te leggen.

Internationale tribunalen

Het berechten van schenders van mensenrechten kwam tot in de jaren negentig maar sporadisch voor. Na de processen van Neurenberg (1945-46) en Tokio (1946-48), direct na de Tweede Wereldoorlog, duurde het lang tot er internationale tribunalen tegen schenders van mensenrechten werden ingesteld. Omdat het binnen de landen zelf zo weinig tot berechting komt, is het belangrijk dat internationale tribunalen kunnen rechtspreken. Begin jaren negentig richtte de VN speciale tribunalen op om mensen verdacht van ernstige misdaden in voormalig Joegoslavië en Rwanda te berechten. Er kwamen ook internationale tribunalen voor Sierra Leone (2000), Cambodja (2003) en Oost-Timor (tot 2005).
> Lees meer over internationale tribunalen 

Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC)

Het Statuut van Rome, door de VN aanvaard in 1998, stelde het Internationaal Strafhof in; 128 artikelen regelen de grondslag, rechtsmacht, bevoegdheden en procesorde van het hof. Het Strafhof, gevestigd in Den Haag, is in 2003 met zijn werkzaamheden begonnen nadat zestig landen het statuut hadden bekrachtigd. Luís Moreno Ocampo werd benoemd als aanklager. Het Strafhof zal rechtspreken over genocide, misdrijven tegen de menselijkheid (mits die deel uitmaken van een 'wijdverspreid of systematisch patroon') en ernstige oorlogsmisdrijven. Het Strafhof heeft geen terugwerkende bevoegdheid en kan dus niet over zaken uit het verleden oordelen. Het kan alleen personen berechten, geen staten of organisaties.
> Lees meer over het Internationaal Strafhof

Universele jurisdictie

Een andere mogelijkheid is berechting op grond van 'universele jurisdictie'. Degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan bijvoorbeeld piraterij, volkenmoord en misdaden tegen de menselijkheid (waaronder marteling) kunnen door de nationale rechtbank van een ander land worden berecht. Op die grond werd de Chileense generaal Augusto Pinochet in oktober 1998 gearresteerd in Londen. Spanje had een opsporingsbevel tegen hem uitgevaardigd en vroeg om uitlevering. Na een lange procedure werd Pinochet begin 2000 teruggestuurd naar Chili, op medische gronden. De waarschuwing was echter duidelijk: ex-dictators kunnen zich in het buitenland niet meer veilig wanen. > Lees meer over universele jurisdictie

Wet internationale misdrijven

De Nederlandse wet internationale misdrijven (van oktober 2003) stelt genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en marteling strafbaar. De maximumstraf is levenslang. Ook daden gepleegd door niet-Nederlanders kunnen worden vervolgd, mits de verdachte zich in Nederland bevindt. De wet handhaaft de 'functionele' immuniteit van staatshoofden, diplomaten en dergelijke, zolang ze in functie zijn. De wet is onder meer ingevoerd om de Nederlandse wetgeving te laten aansluiten bij het Internationaal Strafhof.
> Lees meer over wet internationale misdrijven

Waarheidscommissies

Dit is de naam voor van overheidswege of door het parlement ingestelde commissies die onderzoek doen naar schendingen van mensenrechten uit het verleden en daarover een publiek rapport uitbrengen. De eerste grote waarheidscommissie was die in Argentinië, die in 1984 constateerde dat zeker negenduizend mensen waren 'verdwenen'. In Chili documenteerde de Nationale Commissie voor Waarheid en Verzoening in 1991 ruim 2.000 gevallen van politieke moord en 'verdwijning'. De Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie hoorde sinds 1995 meer dan twintigduizend slachtoffers van het apartheidsbewind. Belangrijke waarheidscommissies waren er ook in El Salvador, Duitsland, Guatemala en Peru. > Lees meer over waarheidscommissies

De Zaak: berichten uit internationale hoven en tribunalen

In het weblog De Zaak berichten deskundigen over het wel en wee achter de schermen van het Internationaal Strafhof, het Joegoslavië-tribunaal en aanverwante centra van internationaal recht.

Websites over dit onderwerp

Amnesty International is niet verantwoordelijk voor informatie op externe websites.