Hoofdstad: Tripoli
Staatshoofd: Mustafa Abdul Jalil
Regeringsleider: Abdurrahim El-Keib
Doodstraf: wordt gehandhaafd
Internationaal Strafhof: Statuut van Rome niet ondertekend
Uit het Jaarboek 2012 over Libië (situatie 2011)
Troepen die trouw waren aan de Libische leider kolonel Muammar Kadhafi waren verantwoordelijk voor illegale executies en het verwonden van enkele duizenden mensen, onder wie vreedzame demonstranten en omstanders, nadat er half februari protesten tegen de regering uitbraken, die vervolgens uitliepen in een gewapend conflict dat zo’n acht maanden duurde. Tijdens het conflict vielen internationale troepen, die handelden volgens een mandaat van de de VN-Veiligheidsraad om de burgers te beschermen, de troepen van Kadhafi vanuit de lucht aan, waarmee ze de balans hielpen doorslaan ten gunste van de oppositietroepen. De troepen van Kadhafi vuurden mortieren, artillerie en raketten af op woonwijken en maakten gebruik van antipersoneelsmijnen, clustermunitie en andere inherent willekeurige wapens; deze lukrake aanvallen leidden tot talloze burgerslachtoffers, vooral in Misratah, de derde stad van Libië. De troepen van Kadhafi ontvoerden verder duizenden personen en martelden of mishandelden hen; gevangengenomen strijders en andere gedetineerden werden buitengerechtelijk geëxecuteerd. De oppositietroepen gebruikten raketten en andere willekeurige wapens in woonwijken. De Nationale Overgangsraad (NTC) – de zeer los gestructureerde leiding van de oppositie tegen kolonel Kadhafi die eind februari werd opgericht – had eind augustus het grootste deel van het land in handen, maar had zelfs toen nog geen grip op de milities die zich tijdens het conflict hadden gevormd. Oorlogsmisdrijven en andere schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitaire recht die tijdens het conflict door beide partijen werden gepleegd, werden toegevoegd aan de gruwelijke erfenis van mensenrechtenschendingen van de voorgaande jaren. Het conflict verergerde de bestaande xenofobie en raciale spanningen tegenover buitenlandse staatsburgers. Oppositiemilities namen duizenden vermoedelijke getrouwen, soldaten en vermeende ‘Afrikaanse huursoldaten’ van Kadhafi gevangen. Velen van hen werden in hechtenis geslagen en mishandeld en zaten aan het einde van het jaar, maanden nadat het conflict was beëindigd, nog vast zonder proces, of zonder middelen om de rechtsgeldigheid van hun detentie aan te vechten. Tientallen vermeende getrouwen van Kadhafi werden tijdens of vlak na hun gevangenneming door oppositiestrijders gedood; onder de slachtoffers waren de afgezette Libische leider zelf en een van zijn zonen. Oppositietroepen plunderden huizen en staken ze in brand, en voerden vergeldingsaanvallen en andere wraakacties uit tegen vermeende aanhangers van Kadhafi. Als gevolg van het conflict sloegen honderdduizenden mensen op de vlucht, met als gevolg massale ontheemding binnen en buiten Libië en massale evacuaties. Straffeloosheid voor ernstige mensenrechtenschendingen uit het verleden en voor aanhoudende schendingen door gewapende milities was nog steeds diepgeworteld. Vrouwen werden nog steeds bij wet en in de praktijk gediscrimineerd.
> Lees verder in het Jaarboek (Engelstalig)
De Arabische wereld is sinds eind 2010 ingrijpend veranderd. Veel oude leiders zijn weg. De toekomst is onzeker. In Syrië houdt het geweld aan, in landen als Bahrein en Saudi-Arabië worden protesten nog steeds onderdrukt. In Egypte gaan degenen die verantwoordelijk zijn voor geweld tegen vreedzame demonstranten nog steeds vrijuit. Amnesty International steunt de mensenrechten in de Arabische wereld. Want de Arabische Lente mag geen illusie worden.