VN-Mensenrechtenraad
De VN-Commissie Mensenrechten was een commissie van de Ecosoc, ingesteld in 1946. Ze is in 2006 opgevolgd door de VN-Mensenrechtenraad. Niet-gouvernementele organisaties (ngo's) met raadgevende bevoegdheid, waaronder Amnesty International, hebben spreektijd in de vergadering. De Mensenrechtenraad telt 47 landen, bij toerbeurt gekozen, waarvan 13 uit Afrika, 13 uit Azië, 6 uit Oost-Europa, 8 uit Latijns-Amerika, 7 uit `West-Europa en overige'. In 2006 werd o.m. Nederland gekozen; de VS zeiden vooralsnog geen zitting in de raad te willen nemen. Gekozen kunnen worden, in geheime stemming, de landen die `de hoogste normen van bevordering en bescherming van mensenrechten naleven'. Desondanks kwamen in 2006 ook landen als China, Cuba, Saudi-Arabië, Pakistan, Rusland en Guatemala in de raad. De Mensenrechtenraad bespreekt ontwerpteksten van verdragen en verklaringen. Zij kan speciale rapporteurs, deskundigen en werkgroepen aanstellen. Het Centrum voor Mensenrechten is het secretariaat, gevestigd in Genève (met enkele stafleden in New York), voor diverse VN-organen op het terrein van de mensenrechten. Het verzamelt gegevens, bijv. voor de speciale rapporteurs. Het heeft een eigen taak in het organiseren van seminars en cursussen. Van 1977 tot 1982 was de Nederlander Theo van Boven directeur, sinds 1997 heeft de voormalige Ierse president Mary Robinson de leiding van het centrum als Hoge Commissaris voor Mensenrechten. Het instituut van de Hoge Commissaris voor Mensenrechten werd ingesteld in 1993. De commissaris geeft leiding aan het Centrum voor Mensenrechten en voert besluiten uit van de Mensenrechtenraad. De functie werd van 1997 tot 2002 vervuld door de voormalige president van Ierland, Mary Robinson, daarna door Sergio Vieira de Mello en vanaf 2004 tot 2008 door Louise Arbour. Zij werd opgevolgd door de Zuid-Afrikaanse juriste Navanethem Pillay. Naast de Mensenrechtenraad kent de VN ook comités voor mensenrechten die toezien op de naleving van diverse VN-verdragen.
