(Nederland en België) In Nederland heette tot 2000 de vluchtelingenstatus 'A-status', de erkenning en toelating als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Tussen 1974 en 1988 bestond daarnaast een B-status, een toelating op humanitaire gronden die verband hielden met de politieke situatie in het land van herkomst; die status werd door de Raad van State ongedaan gemaakt. Wie een A-status kreeg, kwam onmiddellijk in aanmerking voor uitkeringen, studiefinanciering e.d. In de nieuwe Vreemdelingenwet (2000) is er één vluchtelingenstatus, de 'Vergunning voor bepaalde tijd asiel', die na drie jaar kan worden omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Voor bepaalde groepen, zoals ontheemden uit oorlogsgebieden, kan een 'besluitmoratorium' worden afgekondigd - een periode van 1 jaar waarin de beslissing wordt uitgesteld. In België krijgen erkende vluchtelingen een verblijfsvergunning van een jaar die telkens kan worden verlengd en kunnen ze twee jaar na indiening van het asielverzoek de Belgische nationaliteit aanvragen.
Amnesty ijvert voor het toekennen van een vluchtelingenstatus binnen zo kort mogelijke termijn aan al degenen die in Nederland asiel hebben gevraagd wegens gegronde vrees voor vervolging in het herkomstland.