De huidige westerse rechtsstelsels ontstonden m.n. uit het Grieks, Romeins en Germaans recht, en zijn nu grotendeels conform internationale verdragen zoals de VN-verdragen van 1966. Deze stelsels zijn vooral in Europa en Noord- en Zuid-Amerika sterk ontwikkeld. Belangrijke alternatieve rechtsstelsels zijn het Chinees recht, het recht volgens de islam (sharia) en nationale rechtsexperimenten zoals de 'gacaca' in Rwanda (ingesteld om de meer dan 100.000 verdachten van de genocide van 1994 te beoordelen). In sommige landen wordt minderheden, zoals de inheemse volken, toegestaan tot op zekere hoogte een eigen rechtspraak te plegen volgens traditionele regels. Het Afrikaans Handvest is volgens de preambule mede gebaseerd op Afrikaanse rechtstradities, maar de artikelen ervan zijn in feite nagenoeg geheel gebaseerd op internationale verdragen. Het Indonesisch recht gaat terug op traditionele, koloniale en nieuwe nationalistische beginselen. Elementen van het traditionele recht van het joodse geloof zijn opgenomen in de wetgeving van Israël.
'Alternatief' recht, zoals dat bestaat in traditionele gemeenschappen, geeft zelden garanties voor een eerlijk proces. Het kan wel een belangrijke rol spelen in de verzoening tussen daders en slachtoffers en in de heropname van daders in de samenleving.