Privacy
De persoonlijke levenssfeer. De VN-Verklaring over massamedia en de rechten van de mens formuleert het recht op privacy als het recht zijn eigen leven te leiden met zo weinig mogelijk inmenging van buitenaf. Het omvat ook het vermijden in een vals daglicht te worden gesteld, bescherming tegen publicatie van privéfoto's en brieven zonder toestemming, en bescherming tegen onthulling van vertrouwelijk verstrekte of ontvangen gegevens.
Het VN-verdrag (BuPo) verbiedt onwettige inmenging in iemands privacy, gezin, huis of briefwisseling (correspondentierecht). Het stelt ook het recht op bescherming door de wet tegen dergelijke inmenging. Schendingen van het recht op privacy zijn bijvoorbeeld onwettige huisvredebreuk en huiszoeking, onwettige persoonsregistratie en het onwettig afluisteren van iemands telefoongesprekken.
Het openbaar maken van iemands persoonlijke gegevens, bijvoorbeeld in sensatiejournalistiek, kan een schending zijn van iemands privacy en eer. Je mag niet zomaar onthullingen of beweringen over het privéleven van anderen doen. De rechter moet afwegen of daar een maatschappelijk belang mee wordt gediend. In het algemeen: hoe 'publieker' de figuur, hoe meer mag. Het kan van maatschappelijk belang zijn om iets van het privéleven van een minister of een bekende persoon te onthullen. Zo iemand kan dan altijd nog naar de rechter stappen. De rechter beschermt vooral degenen die geen publieke functies of zelfgekozen openbare persoonlijkheid hebben.
Tegenstanders van de identificatieplicht wijzen op de risico's voor privacy. In Nederland werd in december 1988 een Wet persoonsregistraties afgekondigd. Bepaalde registraties zijn van de werking van de wet uitgesloten, zoals die voor persoonlijk gebruik, openbare registers, inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en politie. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp, 2001) is uitgebreider. De persoon van wie gegevens verwerkt worden, heeft onder meer het recht om te weten waar zijn of haar gegevens voor worden gebruikt.
'Bijzondere' persoonsgegevens zijn gegevens over iemands ras, politieke gezindheid, godsdienst of levensovertuiging, gezondheid, seksuele leven en lidmaatschap van een vakvereniging. Ook strafrechtelijke persoonsgegevens, bijvoorbeeld over veroordelingen, zijn bijzondere gegevens. De verwerking van bijzondere persoonsgegevens kan een grote inbreuk vormen op de privacy van de betrokkenen. Bijzondere gegevens mogen alleen verwerkt worden door bij wet bepaalde instanties of met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkenen. Zo mogen gegevens over iemands gezondheid in principe alleen verwerkt worden door instellingen in de gezondheidszorg.
Amnesty, evenals andere organisaties voor mensenrechten, stelt dat ihet mensenrecht van privacy moet worden beschermd. Burgers en bedrijven mogen de privacy niet schenden, de overheid mag op de privacy alleen een inbreuk doen onder strikte voorwaarden. Voorwaarden die vaak worden genoemd zijn:
- Er moet een wettelijke grond zijn.
- Er moet een duidelijk belang zijn voor de veiligheid van de bevolking in z'n geheel.
- Individuen moeten optimale toegang hebben tot gegevens die door de overheid worden verzameld.
- Gegevens mogen alleen ter beschikking worden gesteld aan degenen die daarbij direct wettelijk belang hebben en moeten worden vernietigd zodra dat belang er niet meer is.
- Men heeft het recht bij de overheid inzage te eisen over de gronden en manieren waarop de overheid inbreuk op de privacy heeft gemaakt.
Het College Bescherming Persoonsgegevens heeft een uitgebreide website met informatie over de bescherming van de privacy in Nederland en eventuele klachten daarover.
