Menselijke waardigheid
Het idee van menselijke waardigheid is een fundament van de mensenrechtenidee. In het oude Griekenland (timia) en Rome (dignitas) beschermde dit begrip vrije burgers tegen bijv. marteling en 'onwaardige' vormen van executie. In de preambules van de Universele verklaring en de VN-verdragen van 1966 wordt over de (inherente) waardigheid van de menselijke persoon gesproken. De Universele verklaring stelt ook dat het bestaan moet voldoen aan de menselijke waardigheid en dat mensen gelijk zijn in waardigheid en rechten. Volgens deze verklaring is de menselijke waardigheid een van de beginselen van de universaliteit van mensenrechten.
Over waardigheid wordt al eeuwen gesproken. Het begrip neemt een centrale plaats in in de grote religies. De Romeinse filosoof Cicero zag waardigheid als iets wat de Romeinse burger onderscheidde van buitenlanders, en van slaven. In de Middeleeuwen stelde Thomas van Aquino dat waardigheid het onderscheid was tussen mens en dier. In de 18e eeuw stelde de filosoof Immanuel Kant dat waardigheid een andere naam was voor redelijkheid, fatsoen en gecontroleerde passie. Al die definities gingen in wezen over plichten: een fatsoenlijk mens moest zich met waardigheid gedragen. Een aanzet voor de definiëring van menselijke waardigheid als grondbeginsel van universele waarden (niet plichten) was wel gedaan door de 15e-eeuwse denker Giovanni Pico della Mirandola. In zijn Rede over de waardigheid van de mens bepleitte hij de verzoening van klassieke filosofie, christendom en oosterse tradities.
Het begrip 'menselijke waardigheid' wordt gebruikt in verband met begrippen zoals:
- Mensenrechten: In verdragen van de VN en regionale organisaties wordt vaak verwezen naar menselijke waardigheid als bron.
- Menselijkheid: Zoals in de uitdrukking ‘misdrijven tegen de menselijkheid’, dat wil zeggen van dat de algemene en gedeelde menselijke waardigheid geschonden wordt door martelen, genocide en andere zeer ernstige misdrijven.
- Menselijke ontwikkeling: De term wordt door onder meer de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP gebruikt voor het niveau van sociaal-economische condities waarin mensen leven, en het effect op hun levensverwachting, alfabetiseringsgraad en per capita inkomen.
- Menselijke veiligheid: Onder deze benaming brengen de VN en andere organisaties rapporten uit over de wereldwijde verspreiding van oorlogsgeweld, kindsoldaten, burgerslachtoffers en terrorisme, maar ook de effecten van hiv/aids, armoede en onderontwikkeling.
- Waardigheid: In discussies rondom onder meer euthanasie, gezondheidszorg (pleeghuizen) en hulpverlening bij psychische problemen duikt de term (menselijke)waardigheid vaak op. De term duidt dan op een minimum aan respect dat aan zorgbehoevenden, patiënten en andere mensen moet worden betoond. Dit zou bijvoorbeeld moeten worden gegarandeerd door een recht op menswaardig sterven of een waardige psychiatrische behandeling.
Eind 2009 start Amnesty International de Demand Dignity Campaign, een actie voor een breed scala van mensenrechten die de menselijke waardigheid gestalte geven, en speciaal voor het veilig stellen van mensenrechten in situaties van armoede. Amnesty stelt dat armoede geen onvermijdelijk gegeven is, maar het resultaat van menselijk handelen. In de langlopende campagne zal Amnesty onder meer aandacht besteden aan moedersterfte (sterfte rondom de geboorte); de mensenrechten in sloppenwijken; de mensenrechten in ontginningsindustrieën zoals die voor steenkool, olie en diamanten; en illegale huisuitzetting zonder vorm van schadeloosstelling of alternatieve woning.
