Interventie
Bemoeienis met de interne aangelegenheden van een staat op grond van principes van internationaal recht, gewoonterecht, humanitaire overwegingen e.d. Indien interventie op deze gronden gerechtvaardigd kan worden is er geen sprake van inmenging. In het internationaal recht is interventie de aanduiding van de bemoeienis van een staat met een conflict tussen twee andere staten. Volgens Hugo de Groot (1583-1645) was inmenging toegestaan ingeval van ernstige schendingen van mensenrechten, de zgn. humanitaire interventie. Volgens hedendaags internationaal recht zijn interventies geoorloofd volgens de voorwaarden van de VN-veiligheidsraad, indien de internationale vrede en veiligheid worden bedreigd. Interventies kunnen de vorm aannemen van gewapende interventie, zoals in door Irak bezet Koeweit in 1991 en in Kosovo in 1999. Niet-gewapende vormen zijn o.m. sancties, boycot en embargo. Interventies van het buitenland in Afrika kwamen vooral van de zijde van Frankrijk. In Tsjaad, onafhankelijk sinds 1960, zijn sindsdien verscheidene regeringen ten val gebracht dan wel aan de macht geholpen met steun van Franse troepen. Ook de regeringen van Kameroen, Togo, Gabon, Rwanda en Zaïre werden door interventies van Frankrijk en andere westerse mogendheden militair gesteund. Zuid-Afrika infiltreerde in de jaren tachtig o.m. in Angola, Mozambique en het protectoraat Namibië. Cubaanse troepen waren gestationeerd in Angola. De VS intervenieerden veelvuldig in Latijns Amerika, op grond van de 'Monroe-doctrine' die interventies rechtvaardigde als een vorm van verdediging van belangen in de 'eigen regio' van de VS. In recente jaren hebben de VS interventie gerechtvaardigd op gronden zoals de bestrijding van terrorisme (Afghanistan, 2002). De Amerikaanse interventie in Irak (2003) was officieel gebaseerd op drie gronden: de aanwezigheid van massavernietigingswapens, terrorisme en de zeer slechte situatie van de mensenrechten.
