Herstel
Slachtoffers hebben recht op herstel (Eng: reparations). De financiële, medische, sociale en andere consequenties van de mensenrechtenschendingen moeten worden gedragen door degenen die ervoor verantwoordelijk zijn geweest - dus door de overheden die de opdracht hebben gegeven en door degenen die de opdrachten hebben uitgevoerd. De roep om maatregelen voor herstel klinkt vooral in een periode van transitie. Er zijn vijf vormen van herstel, aldus een VN-rapport uit 2000 dat werd voorbereid door de Nederlander Theo van Boven: 1) Compensatie. Volgens het internationaal recht kan schadeloosstelling kan worden geëist voor bijvoorbeeld een onterechte detentie. Ook kunnen nabestaanden van de overheid compensatie eisen voor dood door schuld van overheidsfunctionarissen. 2) Medische zorg ten behoeve van lichamelijk en geestelijk herstel. Die zorg kan bijvoorbeeld bestaan uit behandeling, een operatie, psychotherapie, revalidatie voor een toegebrachte handicap of medische opvang voor vluchtelingen. 3) Restitutie, dat is het teruggeven van kwijtgeraakte bezittingen. Zo hebben in Oost-Europa veel mensen een huis of bedrijf teruggeëist dat op onrechtmatige manier door het voormalige communistische regime was onteigend. 4) Genoegdoening, zoals door herstel van waardigheid en reputatie van de slachtoffers, en een openlijke erkenning van wat hun is aangedaan. 5) Preventie. Een overheid moet de garantie geven dat de schendingen zich niet meer herhalen. Belangrijke voorwaarden daarvoor zijn dat de wet de schendingen uitdrukkelijk verbiedt en dat er maatregelen worden getroffen om toezicht te houden op naleving van de wet.
Na de meeste gevallen van oorlog, genocide en dictatuur zijn de pogingen van slachtoffers om compensatie te krijgen zonder resultaat gebleven. Wel is, kort na de Tweede Wereldoorlog en opnieuw sinds de jaren negentig, veel slachtoffers van de holocaust compensatie gegeven, maar bepaalde groepen (dwangarbeiders, troostmeisjes) moeten die erkenning nog altijd krijgen.
