Amnesty.nl maakt gebruik van cookies om de content beter op uw voorkeur af te kunnen stemmen.     Meer informatie

Genocide

Deel:

Volkenmoord, de misdaad van stelselmatige en opzettelijke uitroeiing van een etnische groep, of van een deel daarvan. Genocide is een bijzondere en massale vorm van buitengerechtelijke executies (zie dat trefwoord voor cijfers van slachtoffers) of democide. De term genocide werd in 1944 voor het eerst gebruikt door de Poolse jurist Raphael Lemkin, die ook het Genocideverdrag (1948) voorbereidde. De bekendste genocide van de 20e eeuw is de holocaust, de moord op Europese joden door nazi-Duitsland, maar daarvoor en daarna zijn er vele gevallen van genocide geweest. Voorbeelden zijn de massamoorden op Armeniërs (tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog) en inheemse volken. De politiek gemotiveerde hongersnood in de Oekraïne van de jaren dertig werd in 2006 door het Oekraiens parlement officeel als genocide erkend. Het conflict rond Biafra in Nigeria kostte tussen 1967 en 1969 een miljoen levens. De etnische spanningen tussen Hutu's en Tutsi's in Burundi kostten sinds 1962 circa 800.000 levens. Genocidaal was ook de regering van Irak die binnen enkele jaren, vooral in 1988, honderdduizend of meer Koerden vermoordde. In de oorlog in voormalig Joegoslavië waren er genocidale praktijken tegen Bosnische moslims, zoals etnische zuiveringen en massale verkrachting. De genocide die zich tussen april en juni 1994 voltrok in Rwanda kostte ten minste een half miljoen mensen het leven. Na 2000 was er sprake van genocide in o.m. Darfur (Oost-Sudan) en de Democratische Republiek Congo. In dat laatste land kwamen in tien jaar in totaal 3-4 miljoen mensen om. Het Internationaal Strafhof kan recht spreken over genocide. Massale dodelijke vervolging van een politieke (dus niet etnische) groepering wordt niet tot genocide gerekend, maar is wel een van de misdrijven tegen de menselijkheid.

Amnesty hecht er het algemeen geen grote betekenis aan de vraag of een situatie al dan niet genocide kan worden genoemd, want massale moorden zijn grove schendingen van mensenrechten ook als een genocidale opzet niet bewezen kan worden.

Internationale tribunalen hebben de term genocide toepasbaar verklaard voor de gebeurtenissen in voormalig Joegoslavië (waaronder de massamoord op de mannen van Srebrenica, 1995) en in Rwanda (1994). Voor voorbeelden van situaties waar de term ‘genocide’ betwist wordt zie de Armeense genocide en Darfur.

De Babylonische heerser Aussurnasirpal (883-859 v.Chr.) verheerlijkte zijn slachtingen onder vreemde volken aldus: 'Ik heb een muur laten optrekken voor de grote poort van de stad en ik heb de gevangenen daarin laten inmetselen. Ik heb een zeker aantal in mijn aanwezigheid levend laten villen en hun huiden op de muur laten spannen. Anderen heb ik aan kruisen of aan palen gehangen. De kantelen van de stad heb ik laten bekronen met de hoofden van de overwonnenen en hun lichamen heb ik benut als versierselen voor de vestingwerken.'