Doodstraf, methoden
Historische methoden van doodstraf waren o.m. steniging (Babylonië) en steniging (Hebreeuws recht). Bij de Grieken mocht een vrije burger vergif nemen, maar slaven werden doodgeslagen. In het Romeinse recht waren de methoden o.m.van een rots werpen, wurging, voor de wilde dieren gooien, kruisiging. Ophanging en onthoofding waren de gebruikelijke methoden in de middeleeuwen en vroeg-moderne tijd. Ketters en heksen werden op de brandstapel verbrand. Ook het breken van het lichaam op een houten wiel en langzame wurging werden gebruikt. Frankrijk voerde tijdens de Franse Revolutie de guillotine (valbijl) in. In de VS zijn nu de wettelijk mogelijke middelen van executie: fusilleren (niet toegepast), elektrocutie in de elektrische stoel, vergassing in de gaskamer of dodelijke injectie; de laatste jaren wordt alleen die laatste vorm nog gebruikt. Veel gebruikte methoden in het Midden-Oosten zijn ophanging, steniging en onthoofding. Sporadisch zijn andere methoden gemeld, zoals het in een ravijn duwen, levend begraven onder zand of stenen, doen opeten door mieren of wilde dieren. Spanje kende tot 1974 terechtstelling door middel van de wurgpaal.
