Amnesty heeft steeds aangedrongen op een grondig onderzoek naar de 'decembermoorden' van 8 december 1982, waarbij vijftien journalisten, wetenschappers en vakbondsleiders buitengerechtelijk werden geëxecuteerd in Fort Zeelandia, dat sinds de militaire staatsgreep in 1980 als kazerne werd gebruikt. Amnesty dringt ook aan op berechting van de schuldigen. Het onderzoek, in 2001 daadwerkelijk van start gegaan, is vaak gehinderd. Begin 2003 werden documenten over de moorden gestolen uit het huis van de minister van Justitie en Politie en dat van de onderzoeksrechter. Eerder constateerde Amnesty mogelijk ernstige intimidatie van getuigen die verklaringen over legerleider Bouterse later 'aanpasten'. In 2007 bood Bouterse zijn excuses aan voor de moorden, hij pleitte oor amnestie voor de daders en hun medeplichtigen. Bouterse stelde slechts "politiek verantwoordelijk" te zijn voor de moorden. In november 2007 is het proces begonnen voor een krijgsraad. Hoofdverdachte Desi Bouterse liet verstek gaan. Hij stelde dat hij niet door een krijgsraad maar door een rechtbank zou moeten worden berecht.
Verder zijn in de periode 1986-1992 vele mensenrechtenschendingen gepleegd tijdens het gewapende conflict tussen het Junglecommando onder leiding van de Boslandcreool Ronnie Brunswijk en de militairen onder leiding van Desi Bouterse. De bekendste en grootste schending vond plaats in het dorpje Moiwana in het binnenland van Suriname, waar op 29 november 1986 vele tientallen burgers door soldaten van het regeringsleger werden vermoord (zie Stanley Rensch). In 1995 heeft het Surinaamse parlement bepaald dat mensenrechtenschendingen uit het verleden onderzocht dienen te worden. In 2005 heeft Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten de regering van Suriname veroordeeld voor de massamoord. De regering moet nabestaanden van de slachtoffers een vergoeding uitkeren; moet smartegeld en schadevergoeding uitkeren aan de overlevenden; moet de daders vervolgen; en moet fondsen ter beschikking stellen voor de ontwikkeling van het dorp.
Meer recente mensenrechtenschendingen in Suriname zijn volgens bevinding van Amnesty: dodelijk politiegeweld, het mishandelen van verdachten tijdens hun arrestatie en detentie; slechte gevangenisomstandigheden en tekortkomingen in het justitiële systeem. Er is een ernstig tekort aan rechters, met als gevolg dat te veel verdachten in voorarrest zitten.