Amnesty.nl maakt gebruik van cookies om de content beter op uw voorkeur af te kunnen stemmen.     Meer informatie

Buitengerechtelijke executies

Deel:

(Ook: politieke moorden, Eng: extrajudicial executions). Moorden gepleegd door functionarissen, in opdracht of met goedkeuring van de overheid. Politieke moorden treffen vaak politieke tegenstanders en demonstranten. In sommige landen zijn gevangenen stelselmatig in het geheim terechtgesteld. Als mensen van een minderheidsgroep op grote schaal worden vermoord spreken we van genocide (volkenmoord). Soms is zo'n genocide een plotselinge uitbarsting van geweld, zoals in Rwanda in 1994. In andere landen is het een veel sluipender proces. Vooral inheemse volken, in bijvoorbeeld Latijns Amerika, worden slachtoffer van veel dodelijk geweld. De dood kan ook het gevolg zijn van marteling, wrede behandeling en verwaarlozing in gevangenschap. Veel mensen die slachtoffer zijn geworden van verdwijningen, bleken opgepakt te zijn en in kampen of geheime centra gevangen. Degenen die langere tijd verdwenen blijven keren meestal niet levend terug. De daders van politieke moorden zijn veelal militairen en politie. In diverse landen zijn doodseskaders actief. Vaak worden die door de overheid gesteund of getolereerd. Onder hun leden zijn veel (ex-)militairen en agenten. De VN kent een speciale rapporteur voor buitengerechtelijke executies, die jaarlijks verslag uitbrengt en die regeringen van geval tot geval om opheldering vraagt. Massale gevallen van politiek gemotiveerde moorden deden zich o.m. voor in Indonesië (1965-1966, 500.000 doden), Oeganda (1972-1978, 100.000-500.000 doden), Democratisch Kampuchea (1975-1978, 500.000 doden), El Salvador (1979-1992, 70.000 doden), Guatemala (1966-1995, 140.000 doden), Soedan (1970-2000, 2 miljoen doden), Angola (sinds 1975, 1,5 miljoen doden), Koerden in Irak (100-150.000 doden in de jaren tachtig), China (1.000 doden in Peking, 4 juni 1989), Rwanda (1994, 500.000 doden), Joegoslavië (1991-1995, 120.000 doden), Algerije (sinds 1992, 100.000 doden), Tsjetsjenië (sinds 1994, 100.000 doden), de Democratische Republiek Congo (sinds 1998, wellicht meer dan 5 miljoen doden), Irak (sinds 2003, 150.000 doden) en Darfur, Sudan (sinds 2003, 200.000 doden). Gepubliceerde cijfers van massamoorden zijn vaak onbetrouwbaar, zoals o.m. blijkt in de discussie over het onderzoek van de Amerikaanse genocidedeskundige Rudolph Rummel. Mogelijke preventie van deze politieke massamoorden is gelegen in early warnings en vooral in internationale aandacht en druk.

Sinds 1982 heeft Amnesty, als eerste internationale mensenrechtenorganisatie, talloze acties (waaronder bliksemacties) gevoerd om in tientallen landen politieke moorden te voorkomen of om opheldering en berechting van de verantwoordelijken te eisen. Amnesty steunt het werk van speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke executies. In 2006 drong de Rapporteur bij de VN-Mensenrechtenraad aan op een reeks maatregelen. Daaronder: reguliere bezoeken aan conflictgebieden door onafhankelijke waarnemers en stationering van >monitors; bliksemacties voor urgente gevallen en dreigingen; scherp toezicht op de naleving van de Geneefse Conventies, het optreden van paramilitairen en politie en op elk beleid van shoot to kill; sterke juridische waarborgen om het willekeurig opleggen en uitvoeren van de doodstraf tegen te gaan; en in het algemeen alle mogelijke internationale aandacht en druk.

Een nu bijna vergeten slachting maakte de meeste slachtoffers in de geschiedenis vóór de 20ste eeuw: bij het neerslaan van de opstand van de Taiping in China (1850-1864) vonden tussen en de twintig en veertig miljoen mensen de dood. De eveneens grotendeels vergeten, door Stalin opgelegde hongersnood in de Oekraïne (1929-1934) maakte wellicht meer slachtoffers dan de holocaust: circa zeven miljoen mensen.