Boeddhisme en mensenrechten
Leer van de Noord-Indiase prins Siddharta of Gautama (vermoedelijk gestorven in 486 v.C.) die door meditatie boeddha (d.i. verlichte) was geworden. Hij leerde dat het lijden wordt veroorzaakt door verlangen en wordt opgeheven door de vernietiging van verlangen. In de 3e eeuw v.C. werd het boeddhisme in India staatsleer. De boeddhistische opvatting van de mens benadrukt liefde en mededogen. Wetten zijn nodig voor de maatschappelijke orde, maar de overheersende richtlijn moet altijd zijn het toebrengen van zo min mogelijk lijden aan het geringste aantal mensen. De mens is vrij in de keuze van zijn religie. Boeddhistische ideeën over mensenrechten en geweldloosheid zijn o.m. uitgedragen door de Dalai Lama, de geestelijk leider van de Tibetanen, en de Birmese politica Aung San Suu Ky. Gewelddadig fundamentalisme onder boeddhisten heeft zich o.m. voorgedaan in India en Sri Lanka. Zie ook godsdienst
'Ik beschouw verscheidenheid onder gelovigen als essentieel. Wanneer u eenmaal erkent hoeveel waarde de verschillende religies door de eeuwen heen voor de mensheid hebben gehad, dan heeft u alle reden om al deze verschillende religies te accepteren of te respecteren. Nu voelen de mensen zich niet tot religie aangetrokken. Ik schat dat van de vijf miljard mensen er misschien maar een miljard echt geloven.' (De Dalai Lama)
