Bewegingsvrijheid
Het VN-verdrag (BuPo) noemt het recht op vrijheid van beweging en vrijheid om een verblijfplaats te kiezen binnen de grenzen van de staat. Ook mag men vrijelijk zijn land verlaten en er weer terugkeren. Het recht mag worden beperkt op grond van de openbare orde. In de meeste landen bestaat binnenlandse vrijheid van vestiging, maar in bepaalde staten (China, Vietnam) wordt de verblijfplaats vaak door de staat toegewezen. De bewegingsvrijheid kent beperkingsgronden Ze wordt bijv. beperkt door de rechten van anderen, zoals.het recht op privacy en eigendom (van grond of gebouwen). Ook kan de bewegingsvrijheid worden beperkt door juridische maatregelen zoals detentie of huisarrest, een 'straatverbod' e.d. Een belangrijk debat in westerse landen is of de bewegingsvrijheid van vreemdelingen en asielzoekers beperkt mag worden, bijv. door toewijzing van een verblijfplaats of door afzondering die feitelijk gelijkstaat aan detentie. In 1990 moest in Nederland een noodwet worden aangenomen om de opsluiting van asielzoekers in een centrum bij Schiphol wettelijke grondslag te geven. Amnesty International vat onder de categorie van gewetensgevangenen ook degenen die niet gevangenzitten maar op andere wijze in hun bewegingsvrijheid zijn beperkt, bijv. door huisarrest of stadsarrest.
