Belediging
In het algemeen vallen meningen, ook als die beledigend zijn, onder de vrijheid van meningsuiting. Er zijn echter beperkingen aan die vrijheid. In Nederland zijn sommige vormen van belediging strafbaar (art. 267 Wetboek van strafrecht), zoals tegen ambtenaren in functie, de rechterlijke macht, het koningshuis en een bevriend staatshoofd. Verder kan iedereen die zich beledigd voelt naar de rechter stappen. De rechter kan komen tot een veroordeling voor laster, aantasting van de goede naam, schending van de privacy of iets dergelijks. Hetzelfde geldt voor het beledigen van een groep mensen. Het komt niet vaak tot zo’n vonnis: het moet wel om verregaande en herhaalde belediging gaan, wil de rechter iemand in de vrijheid van meningsuiting beperken of schadevergoeding opleggen. Belediging van groepen mensen wegens hun godsdienst of levensovertuiging is strafbaar (art. 137c en 137e), maar op grond van die artikelen komt het zelden tot een veroordeling. Je mag in beginsel wel vrijelijk zeggen wat je verkeerd vindt aan bijv. het socialisme, het christendom, de islam, de bureaucratie of de Nederlandse volksaard. De Nederlandse Hoge Raad besliste begin 2009 dat een godsdienst beledigen geen voldoende grond is voor een veroordeling, ook niet als de aanhangers van die godsdienst zich daar beledigd door voelen. Die uitspraken mogen echter geen haatspraak worden, d.w.z. oproepen die opzettelijk discriminerend zijn of tot geweld oproepen.
