Asielprocedure
De asielprocedure in Nederland is neergelegd in de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000) en het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb2000). In juli 2010 is een nieuwe asielprocedure in werking getreden. De Algemene - achtdaagse - asielprocedure (AP) heeft de aanmeldprocedure van 48 procesuren vervangen. In beginsel zullen alle asielzoekers na indiening van hun asielaanvraag de algemene procedure doorlopen. Het eerste gehoor, het nader gehoor en de correcties op het nader gehoor zullen in ieder geval plaatsvinden in de AP. De AP kan onder omstandigheden worden verlengd met veertien dagen. Indien de asielzoeker een negatieve beschikking ontvangt, kan hij zijn zaak voorleggen aan de rechter.
Indien de asielaanvraag niet kan worden beoordeeld in de AP omdat er meer onderzoek nodig is, wordt de asielzoeker doorgezonden naar de verlengde asielprocedure (VAP). In beginsel wordt er dan binnen zes maanden beslist, maar deze termijn wordt veelal niet gehaald. Ook tegen een afwijzing van een asielverzoek in de VAP kan in beroep worden gegaan bij de rechter.
Als het asielverzoek wordt ingewilligd wordt aan de asielzoeker een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend.
Naast de procedurele wijzigingen is er vorig jaar juli een andere belangrijke wijziging doorgevoerd. Voor aanvang van de asielprocedure wordt de asielzoeker de zogeheten Rust- en Voorbereidingstermijn (RVT) gegund die in beginsel zes dagen duurt. Het is de bedoeling dat de asielzoeker in deze periode tot rust komt. Maar ook wordt de asielzoeker onderworpen aan een aantal onderzoeken, zoals een onderzoek naar de authenticiteit van documenten. Ook wordt de asielzoeker in de RVT - op vrijwillige basis - medisch onderzocht en wordt er een medisch advies uitgebracht. In dit advies wordt bijvoorbeeld opgenomen of de asielzoeker in staat is om te worden gehoord.
In Nederland wordt iedere asielzoeker na indiening van de eerste asielaanvraag opgevangen in de Centrale Ontvangst Locatie (COL) in Ter Apel en na een of twee dagen naar een Proces Opvang Locatie (POL) overgebracht. De opvang wordt geregeld door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). Asielzoekers die zich op Schiphol hebben aangemeld worden gedurende de asielprocedure geplaatst in het Grenshospitium (grensdetentie). Asielzoekers die een asielvergunning hebben gekregen, worden opgenomen in de gemeente.
Amnesty's rol in de asielprocedure beperkt zich tot lobby bij de overheid en advies aan advocaten. Websites en adressen van organisaties voor hulp aan vluchtelingen en asielzoekers zijn te vinden op de themapagina Vluchtelingen van deze website.
Volgens Amnesty International zijn de belangrijkste gebreken van de asielprocedure en de beoordeling van de asielaanvraag:
- Versnelde afdoening. Amnesty International maakt zich zorgen dat de vroegere AC-procedure niet voldoende is verlengd en vindt het daarnaast zorgelijk dat het de bedoeling is dat meer zaken versneld worden afgedaan. De versnelde algemene asielprocedure van acht dagen wordt daarmee dus regel in plaats van uitzondering.
- Inhoudelijk criterium. Amnesty betreurt het dat de regering geen inhoudelijk criterium heeft ingevoerd om duidelijkheid te verstrekken welke asielzaken versneld kunnen worden afgedaan. Het blijft daarmee onduidelijk wanneer een asielaanvraag in de verlengde procedure zal worden beoordeeld.
- Zwaardere bewijslast. Ongedocumenteerde asielzoekers hebben een zwaardere bewijslast. Hun asielrelaas mag geen tegenstrijdigheden bevatten en er moet een `positieve overtuigingskracht' van uitgaan. Ook ten aanzien van het vluchtalternatief vindt een verschuiving van de bewijslast plaats. Het Kabinet vindt dat het aan de asielzoeker is om aan te tonen dat in zijn geval een vluchtalternatief ontbreekt.
- Medisch onderzoek. De overheid doet geen medisch onderzoek naar ondergaan geweld of traumatische ervaringen. Medische informatie van Amnesty wordt lang niet altijd meegewogen. Behandeling van het trauma is niet of niet goed mogelijk zolang de onzekerheid over het verblijf voortduurt.
- Marginale toetsing. De rechtsbescherming is de afgelopen jaren in het gedrang gekomen. De vreemdelingenrechter toetst steeds marginaler. De rechter beoordeelt wat betreft de geloofwaardigheid van een asielrelaas slechts of de overheid de procedures in acht heeft genomen, maar kan maar heel beperkt oordelen over de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
