Amerikaans verdrag voor Mensenrechten
Het 'Amerikaans Verdrag voor de rechten van de mens' werd in 1969 aangenomen door de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en werd in 1978 van kracht. Het verdrag is door de meeste lidstaten van de OAS bekrachtigd, echter niet door de VS (die zich o.m. niet willen binden aan de bepaling dat minderjarige misdadigers niet de doodstraf kunnen krijgen). Het verdrag werd de basis van de activiteiten van de Inter-Amerikaanse Commissie van de Rechten van de Mens en het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens. Van de commissie werd José Zalaquett in 2003 de voorzitter. In de commissie zitten zeven leden die voor vier jaar worden gekozen door de Algemene Vergadering van de OAS. De betekenis van de commissie nam de laatste jaren sterk toe, o.m. omdat bekende activisten voor mensenrechten erin werden gekozen (voorheen bestond de commissie vooral uit politici). De commissie kan klachten ontvangen van zowel staten als individuen. De commissie vraagt de betrokken regering om antwoord en doet aanbevelingen. Mogelijke sancties zijn openbaarmaking van de conclusies of het voorleggen van de zaak aan het hof. Het hof, in 1979 in het leven geroepen, bestaat uit zeven rechters. Het kan slechts rechtspreken indien de aangeklaagde staat die bevoegdheid heeft erkend. Het hof heeft o.m. uitspraken gedaan over gevangenisomstandigheden, marteling en verdwijningen, waarbij regeringen werd opgelegd compensatie te betalen. Bij het Amerikaans Verdrag hoort een facultatief protocol uit 1990, dat voorziet in afschaffing van de doodstraf. Dat protocol was medio 2004 aanvaard door acht landen.
(lees hier het volledige verdrag)
