Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Jaarboek Nederland 2006
JAARBOEK NEDERLAND 2006
Betreft informatie over 2005
De behandeling van asielzoekers en migranten en de aangescherpte antiterrorismewetgeving gaven aanleiding tot bezorgdheid.
Feiten en cijfers
Migratiekwesties
Terrorismebestrijding
Archief jaarboek
Het wetsontwerp met betrekking tot de antiterrorismemaatregelen zou ook het verheerlijken, vergoelijken, bagatelliseren en ontkennen van andere ernstige misdrijven strafbaar stellen, waaronder oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en volkenmoord. Het wetsvoorstel bepaalde dat iemand, om schuldig te worden bevonden, moet weten of redelijkerwijs kunnen voorzien dat zijn uitlating of uitlatingen de openbare orde ernstig kunnen verstoren. Het wetsvoorstel werd in juli gedistribueerd naar adviesorganen, maar was eind 2005 nog niet voorgelegd aan het parlement.
Een afzonderlijk wetsontwerp, in juni voorgelegd aan het parlement, bevatte maatregelen om de maximale duur van voorarrest voor terroristische vergrijpen te verlengen.
In december herriep het Haagse gerechtshof een beslissing van de arrondissementsrechtbank en gaf daarmee het groene licht voor de uitlevering aan de Verenigde Staten van Mohammed A., een Nederlander van Egyptische afkomst die verdacht werd van fraude met telefoonkaarten die wellicht zijn gebruikt om het contact tussen leden van Al-Qaida te vergemakkelijken. Zijn advocaten pleitten tegen uitlevering aan de VS, omdat ze vreesden dat hij daar zou worden behandeld als een vijandelijke strijder. Het Hof van Beroep stemde in met de uitlevering na de toezegging van de Verenigde Staten dat hij zou worden berecht “door een federale rechtbank in overeenstemming met het volledige arsenaal aan rechten en waarborgen dat bij soortgelijke beschuldigingen zou gelden voor een willekeurige andere beklaagde”. De Verenigde Staten garandeerden verder dat Mohammed A. niet zou worden berecht door een militaire commissie, niet strafrechtelijk zou worden vervolgd door een ander tribunaal of rechtbank dan een Amerikaanse federale rechtbank, en dat hij niet zou worden behandeld of aangemerkt als een vijandelijke strijder.
Migratiekwesties
Terrorismebestrijding
Archief jaarboek
Migratiekwesties
*Op 26 januari liet de Koninklijke Marechaussee na te interveniëren bij de uitzetting uit de VS van een Syriër, Abd-al Rahman al Musa, om hem in de mogelijkheid te stellen een asielverzoek in te dienen. Abd-al Rahman al Musa werd direct na zijn aankomst in Syrië gedetineerd. Naar aanleiding van deze kwestie kondigde de Marechaussee aan dat het haar beleid zou wijzigen en het oordeel van niet-gouvernementele organisaties en advocaten voortaan ter harte zou nemen om uitzetting van asielzoekers in de toekomst te voorkomen. *Op 27 oktober brak brand uit in het tijdelijke detentiecentrum op Schiphol, waarbij elf illegalen (mensen die geen wettelijke toestemming hadden om in het land te blijven) om het leven kwamen. Toen de brand uitbrak bevonden zich circa 350 mensen in het cellencomplex, waar zowel gevangenen als illegalen worden vastgehouden. In het centrum was al tweemaal eerder brand uitgebroken, de eerste keer kort voor de opening in 2002 en de tweede keer in 2004. Volgens sommige berichten waren eerdere aanbevelingen door brandpreventiespecialisten, niet opgevolgd. Overlevenden verklaarden dat personeel van het centrum te laat reageerde op hulpgeroep van de gedetineerden. Op 27 oktober stelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid, dat verbonden is aan het ministerie van Justitie, een onderzoek in naar de brand. Ofschoon geen mededelingen werden gedaan over de aard en omvang van het onderzoek, liet de raad weten dat het onderzoek binnen een jaar moest worden afgerond. De Dienst Justitiële Inrichtingen kreeg tot taak al het relevante materiaal te verzamelen en ter beschikking te stellen aan de raad. Daarnaast voerde de Technische Recherche haar eigen onderzoek uit in opdracht van het Openbaar Ministerie.Terrorismebestrijding
In januari kondigde de regering nieuwe maatregelen aan in de strijd tegen terrorisme, waaronder het strafbaar stellen van “apologie van terrorisme”. De aankondigingen kwamen kort na de moord in november 2004 op cineast Theo van Gogh door Mohammed B., lid van de Hofstadgroep, die door de Nederlandse regering werd beschouwd als een “terroristische groepering”.Het wetsontwerp met betrekking tot de antiterrorismemaatregelen zou ook het verheerlijken, vergoelijken, bagatelliseren en ontkennen van andere ernstige misdrijven strafbaar stellen, waaronder oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en volkenmoord. Het wetsvoorstel bepaalde dat iemand, om schuldig te worden bevonden, moet weten of redelijkerwijs kunnen voorzien dat zijn uitlating of uitlatingen de openbare orde ernstig kunnen verstoren. Het wetsvoorstel werd in juli gedistribueerd naar adviesorganen, maar was eind 2005 nog niet voorgelegd aan het parlement.
Een afzonderlijk wetsontwerp, in juni voorgelegd aan het parlement, bevatte maatregelen om de maximale duur van voorarrest voor terroristische vergrijpen te verlengen.
In december herriep het Haagse gerechtshof een beslissing van de arrondissementsrechtbank en gaf daarmee het groene licht voor de uitlevering aan de Verenigde Staten van Mohammed A., een Nederlander van Egyptische afkomst die verdacht werd van fraude met telefoonkaarten die wellicht zijn gebruikt om het contact tussen leden van Al-Qaida te vergemakkelijken. Zijn advocaten pleitten tegen uitlevering aan de VS, omdat ze vreesden dat hij daar zou worden behandeld als een vijandelijke strijder. Het Hof van Beroep stemde in met de uitlevering na de toezegging van de Verenigde Staten dat hij zou worden berecht “door een federale rechtbank in overeenstemming met het volledige arsenaal aan rechten en waarborgen dat bij soortgelijke beschuldigingen zou gelden voor een willekeurige andere beklaagde”. De Verenigde Staten garandeerden verder dat Mohammed A. niet zou worden berecht door een militaire commissie, niet strafrechtelijk zou worden vervolgd door een ander tribunaal of rechtbank dan een Amerikaanse federale rechtbank, en dat hij niet zou worden behandeld of aangemerkt als een vijandelijke strijder.
Vrijdag 3 september 2010
Voor de pers
Wereldnieuws


