JAARBOEK MEXICO 2006
Betreft informatie over 2005
De regering van president Fox herhaalde haar belofte om internationale mensenrechtenverdragen en -standaarden te zullen implementeren. Ze slaagde er echter nauwelijks in een einde te maken aan mensenrechtenschendingen en straffeloosheid, met name op deelstaatniveau. Een Nationaal Mensenrechtenprogramma werd opgezet maar leek weinig effect te sorteren. Voorstellen om de grondwet en het strafrechtsysteem te hervormen bleven steken in goede bedoelingen. De politieke agenda werd steeds meer gedomineerd door presidents- en parlementsverkiezingen die gepland stonden voor 2006, evenals door bezorgdheid over de openbare veiligheid en geweldsmisdrijven. Er waren aanhoudende berichten over willekeurige arrestaties, mishandeling en marteling. Het aantal jonge vrouwen dat vermoord was in Ciudad Juárez steeg opnieuw en er werd te weinig gedaan om geweld tegen vrouwen een halt toe te roepen. Het rechtssysteem bleef een belangrijke bron van mensenrechtenschendingen, doordat de rechten van slachtoffers van misdrijven en verdachten niet werden beschermd. De armste en meest achtergestelde sectoren van de samenleving werden onevenredig zwaar getroffen door de tekortkomingen van het rechtssysteem. Een aantal journalisten werd vermoord of bedreigd. Mensenrechtenactivisten die binnen lokale gemeenschappen werkten waren het mikpunt van bedreigingen en aanvallen. Pogingen om de verantwoordelijken voor mensenrechtenschendingen uit het verleden te berechten liepen op niets uit. Talloze leden van de meest kansarme gemeenschappen, met name inheemse mensen, werden gediscrimineerd en hadden beperkte economische, sociale en culturele rechten.Lees hier de Engelstalige jaarboektekst
Achtergrond
Hervorming van de rechterlijke macht
Straffeloosheid
Geweld tegen vrouwen
Openbare veiligheid
Oneerlijk rechtssysteem en discriminatie
Willekeurige detentie, marteling en mishandeling
Journalisten en mensenrechtenactivisten
Zuidelijke deelstaten
Economische, Sociale en Culturele Rechten
Rapporten en bezoeken
Archief jaarboek
Achtergrond
Mexico ratificeerde het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof en weerstond de druk om een onwettige bilaterale onschendbaarheidsovereenkomst met de Verenigde Staten te ondertekenen. Ook ratificeerde het land het Facultatieve Protocol bij het VN-Verdrag tegen Foltering en legde een aantal langverwachte rapporten voor aan thematische VN-mechanismen. Ook leverde de regering een positieve bijdrage aan het hervormen van VN-instanties om de mensenrechten beter te waarborgen.In april nam de procureur-generaal van de Republiek onder toenemende politieke druk ontslag na het besluit van het congres dat de burgemeester van Mexico-Stad, Andrés Manuel López Obrador, mocht worden vervolgd. De aanklacht tegen López Obrador, de presidentskandidaat voor de Partij van de Democratische Revolutie (Partido de la Revolución Democrática, PRD) zou hem hebben uitgesloten van deelname aan de presidentsverkiezingen. De strafvervolging, waarvan in mei werd afgezien, was alom beschouwd als politiek gemotiveerd.
Volgens schattingen stierven ten minste 440 ongedocumenteerde migranten terwijl ze probeerden de grens met de VS over te steken. De VS stelden voor een grensmuur te maken. Dit leidde tot zorgen dat meer migranten zouden proberen de VS binnen te komen via de gevaarlijkste woestijnregio’s, met nog meer sterfgevallen tot gevolg.
Hervorming van de rechterlijke macht
Het Congres wijzigde de grondwet en het Militair Wetboek van Strafrecht, waardoor de doodstraf werd afgeschaft voor alle misdrijven. Belangrijke hervormingen werden daarnaast doorgevoerd in de kinderrechtspraak. Het Congres kon het echter niet eens worden over andere belangrijke mensenrechtenhervormingen.Er werden geen maatregelen genomen om de bevoegdheden van het militaire rechtssysteem te beperken zodat legerofficieren die beschuldigd werden van mensenrechtenschendingen konden worden berecht door de civiele rechtspraak.
Als reactie op het achterwege blijven van veranderingen op federaal niveau kwamen sommige deelstaten met voorstellen voor hervormingen van hun lokale rechtssystemen, maar eind 2005 was onduidelijk wat deze initiatieven hadden opgeleverd.
Een Nationaal Mensenrechtenprogramma werd opgesteld. Het kreeg echter geen middelen toegewezen en er was geen plan voorhanden om het programma landelijk ten uitvoer te leggen. In november werd een evaluatiecommissie opgezet, waarin een aantal mensenrechtenorganisaties zitting hadden.
Een nieuwe vertegenwoordiger werd benoemd voor het bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens in Mexico-Stad. Ondanks een aantal waardevolle projecten werd nauwelijks gevolg gegeven aan de aanbevelingen van het VN-bureau.
Straffeloosheid
Er werd weinig vooruitgang geboekt bij de vervolging van mensen die zich van de jaren zestig tot en met de jaren tachtig schuldig hadden gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen tijdens de “vuile oorlog” in Mexico. Ondanks vier jaar speurwerk werden slechts zeven arrestatiebevelen tegen voormalige overheidsfunctionarissen uitgevaardigd. In de honderden andere gevallen diende de Speciale Aanklager hetzij geen aanklacht in, of werden de aanklachten niet ontvankelijk verklaard door de rechtbanken.In juli oordeelde het Opperste Gerechtshof dat volkenmoord begaan vóór 2001 onder de verjaringswet viel, hetgeen in strijd was met internationaal recht. Dit leidde tot het seponeren van de zaak tegen negen verdachten van de moord op studenten tijdens een protest in 1971, dat de geschiedenis ingegaan was als “Corpus Cristi”.
In dezelfde zaak werd de vervolging wegens volkenmoord van voormalig staatshoofd Luis Echeverría en voormalig minister van Binnenlandse Zaken Mario Moya eveneens geseponeerd toen een federale rechter oordeelde dat er onvoldoende bewijs was om een aanklacht in te dienen. In september verwierp een rechter ook al aanklachten, waaronder volkenmoord, tegen de voormalige president en zeven anderen in verband met de moord op studenten tijdens demonstraties in Tlatelolco (Mexico-Stad) in 1968. Eind 2005 moest het Opperste Gerechtshof zich nog uitspreken over een beroep dat door de Speciale Aanklager tegen deze beslissing werd ingediend.
Geweld tegen vrouwen
Vrouwen en jonge meisjes, veelal afkomstig uit de armste geledingen van de maatschappij, werden het slachtoffer van discriminatie, huiselijk geweld en gemeenschapsgeweld. Uit officiële cijfers bleek dat bijna de helft van alle vrouwen boven de vijftien jaar in het jaar daarvoor bloot hadden gestaan aan een bepaalde vorm van geweld. Pogingen door de autoriteiten om dergelijke misstanden te voorkomen en te bestraffen schoten vaak tekort, ofschoon er steeds meer aandacht kwam voor het probleem. Het Opperste Gerechtshof oordeelde dat verkrachting binnen het huwelijk een misdrijf was.Ten minste 28 vrouwen en meisjes werden vermoord in Ciudad Juárez (deelstaat Chihuahua). Ofschoon de deelstaatautoriteiten zich nadrukkelijker inspanden om de misdrijven tegen te gaan, werden functionarissen die steken hadden laten vallen bij de oorspronkelijke onderzoeken niet ter verantwoording geroepen, en gingen de verantwoordelijken voor eerdere ontvoeringen en moorden, zowel in Ciudad Juárez als in de stad Chihuahua, in de meeste gevallen vrijuit. De Speciale Federale Aanklager in Juárez slaagde er niet in verdachten ter verantwoording te roepen en de functie was eind 2005 vacant. De Commissie ter Voorkoming en Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen in Ciudad Juárez en de Nationale Mensenrechtencommissie presenteerden beide rapporten waarin ze zware kritiek leverden op de pogingen van federale en deelstaatautoriteiten om gerechtigheid te garanderen voor de vrouwen van Ciudad Juárez.
*De zevenjarige Airis Estrella Enríquez Pando en de tien jaar oude Anahí Orozco Lorenzo werden in mei op wrede wijze vermoord in Ciudad Juárez. Voor beide misdrijven werden verdachten opgepakt, tegen wie eind 2005 een proces liep.
* In juni werd het lichaam van Minerva Torres formeel geïdentificeerd door haar familie; de autoriteiten hadden het lichaam twee jaar lang niet willen vrijgeven, ondanks duidelijk bewijs dat het toebehoorde aan Torres. Het meisje was achttien jaar oud toen ze in 2003 werd ontvoerd in de stad Chihuahua. De familie diende een aanklacht in tegen de deelstaatautoriteiten wegens het illegaal verbergen van een lichaam.
Openbare veiligheid
Door het grote aantal geweldsmisdrijven als gevolg van drugscriminaliteit en ontvoeringen stond de openbare veiligheid hoog op de politieke agenda. Met het initiatief “Mexico Veilig” gaf de regering het leger een grotere rol bij politietaken in een aantal deelstaten, hetgeen leidde tot ruim vijfduizend arrestaties.*In mei zouden drie jonge mannen en een federale politieagent in Reynosa (deelstaat Tamaulipas) onwettig zijn gedood door leden van de Federale Preventieve Politie, een politie-eenheid die grotendeels bestaat uit legerofficieren. De politie zou zonder aanleiding of waarschuwing het vuur hebben geopend op de voertuigen van de slachtoffers. Familieleden werden niet geïnformeerd over het officiële onderzoek, dat herhaaldelijk vertraging opliep.
Oneerlijk rechtssysteem en discriminatie
Het recht op een eerlijk proces werd ondermijnd door een aantal factoren, waaronder het niet onmiddellijk toekennen van rechtsbijstand en een gebrek aan effectief toezicht op het vervolgingsapparaat en de parketpolitie. In mei maakte de net opgerichte Nationale Raad ter Voorkoming van Discriminatie de resultaten bekend van een landelijk onderzoek waaruit bleek dat maatschappelijk achtergestelde groeperingen stelselmatig werden gediscrimineerd.*In september werd Felipe Arreaga, een mensenrechtenactivist en gewetensgevangene die bekend staat om zijn milieuactivisme, vrijgesproken van moord nadat zijn advocaat had aangetoond dat de aanklachten tegen hem verzonnen waren als vergelding voor zijn activisme.
*Nicolasa Ramos werd wegens gebrek aan bewijs in hoger beroep vrijgelaten uit de gevangenis in Baja California. Ze had bijna drie jaar lang in de gevangenis gezeten op basis van kennelijk verzonnen aanklachten dat ze voor de kraakbeweging Maclovio Rojas (Tijuana) water zou hebben gestolen van de lokale waterleidingmaatschappij.
*In juni werd mensenrechtenactivist en homoactivist Octavio Acuña vermoord in Querétaro. Samen met zijn partner had hij in 2004 een aanklacht ingediend tegen lokale politieagenten wegens discriminatie en kort voor de moord hadden ze aangifte gedaan van homofobe intimidatie. Desondanks ging het officiële onderzoek naar verluidt voorbij aan bewijzen dat de moord gemotiveerd was door homofobie.
Willekeurige detentie, marteling en mishandeling
Berichten over willekeurige detentie en marteling bleven aan de orde van de dag. De autoriteiten stelden geen onderzoek in naar talloze berichten erover. De Nationale Mensenrechtencommissie bracht een rapport uit waarin werd gewezen op grootschalige martelpraktijken verspreid over het hele land.*In juni zou Teodoro Pérez Pérez, een inheemse Tzotzil-man uit Yabteclúm, zijn gemarteld door leden van de deelstaatpolitie van Chiapas. Hij werd naar verluidt geslagen, kreeg heet water over zijn borst gegoten, moest zich uitkleden en agenten dreigden hem te verkrachten. Hij werd de volgende ochtend zonder aanklacht vrijgelaten. Hij werd herhaaldelijk bedreigd nadat hij een aanklacht had ingediend.
*Ten minste twaalf mensen werden schuldig bevonden aan betrokkenheid bij gewelddadige demonstraties in Guadalajara (deelstaat Jalisco) in mei 2004, velen ogenschijnlijk op grond van bewijsmateriaal dat was verkregen via marteling. De deelstaatautoriteiten weigerden onderzoek te doen naar gegronde klachten over marteling, vermeende onregelmatigheden bij het presenteren van belastend bewijsmateriaal en onrechtmatig politieoptreden.
*In juni gebruikte de politie naar verluidt buitensporig geweld tegen demonstranten in Cancún, waarbij 34 personen opgepakt werden en een aantal mensen gewond raakte. De autoriteiten stelden geen onderzoek in naar klachten over mishandeling en marteling.
Journalisten en mensenrechtenactivisten
Ten minste vier journalisten werden gedood, kennelijk als vergelding voor het aan de kaak stellen van corruptie en georganiseerde misdaad. Talloze anderen werden lastiggevallen, bedreigd en gemolesteerd. De regering beloofde een speciale aanklager aan te stellen om onderzoek te doen naar dergelijke gevallen. Mensenrechtenactivisten die actief waren in lokale gemeenschappen werden eveneens lastiggevallen, bedreigd en kregen te maken met juridische intimidatie.*Obtilia Eugenio Manuel, een mensenrechtenactiviste uit Ayutla de los Libres (deelstaat Guerrero), ontving doodsbedreigingen die gericht waren aan haarzelf en haar familie. Ze had gewezen op schendingen door het leger in het gebied, waaronder de verkrachting van twee inheemse vrouwen in 2002. De federale autoriteiten boden enige bescherming, maar de deelstaatautoriteiten lieten naar verluidt na een behoorlijk onderzoek in te stellen.
*In december werd journaliste en activiste voor vrouwenrechten Lydia Cacho gearresteerd en meegenomen naar Puebla, waar ze dertig uur lang werd vastgehouden en werd aangeklaagd wegens smaad. Ze werd op borgtocht vrijgelaten en was aan het eind van het jaar nog in afwachting van haar proces
Zuidelijke deelstaten
Chiapas
In april gebruikte de politie buitensporig geweld om een demonstratie in de stad Tila uiteen te drijven. Ze arresteerde 49 mensen, van wie velen willekeurig werden gedetineerd en dagenlang in incommunicado-detentie werden gehouden.
In juni sloegen verscheidene families in de gemeente Sabanilla op de vlucht nadat ze bedreigd waren door leden van de paramilitaire groepering Vrede en Gerechtigheid (Paz y Justicia).
In oktober werden talloze arme plattelandsgemeenschappen zwaar getroffen door de orkaan Stan en de reactie van de autoriteiten liet naar verluidt te wensen over. Op grond van nieuwe deelstaatwetgeving die de persvrijheid aan banden legde werd de redacteur van een plaatselijke krant gedetineerd en ondervraagd, omdat hij gesuggereerd had dat de ontoereikende reactie van de autoriteiten op de natuurramp mogelijk te wijten was aan corruptie.
In juli maakte het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger, een gewapende oppositiegroepering, plannen bekend om zijn politiek activisme anders in te vullen.
Oaxaca
De rechtsorde en de bescherming van de mensenrechten bevonden zich in een crisis. In een kennelijke poging de oppositie af te schrikken vaardigde de deelstaatregering enkele dubieuze arrestatiebevelen uit, diende ze politiek gemotiveerde aanklachten in en ondermijnde ze de vrijheid van meningsuiting.
*Agustín Sosa, een doorgewinterd politiek activist, werd aangeklaagd en in hechtenis genomen, in eerste instantie op beschuldiging van moord. Ofschoon hij met succes in beroep ging wegens onvoldoende bewijs, dienden lokale aanklagers andere ongegronde aanklachten tegen hem in. Nadat binnen- en buitenlandse organisaties hun bezorgdheid kenbaar hadden gemaakt over de verslechterende mensenrechtensituatie in de deelstaat, werd hij samen met een groot aantal andere gedetineerde activisten vrijgelaten.
*Medewerkers van de oppositiekrant Noticias werden lastiggevallen en bedreigd, voornamelijk door leden van een vakbond die banden onderhield met de lokale regeringspartij. De deelstaatautoriteiten namen geen stappen om bedreigingen van medewerkers en aanvallen op de krantenredacties te onderzoeken of te bestraffen. In oktober nam de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens maatregelen om de directeur en medewerkers van Noticias te beschermen.
Guerrero
Milieuactivisten werden lastiggevallen en gemolesteerd.
*In juni zouden schutters in Petatlán hebben geprobeerd milieuactivist Albertano Peñalosa te vermoorden. Twee van zijn zonen werden gedood en twee andere zonen raakten gewond toen ze in een hinderlaag liepen die kennelijk bedoeld was als vergelding voor zijn pogingen om de lokale bossen te redden.
*In september, na twee jaar lobbyen door lokale mensenrechtenorganisaties, werd een wet aangenomen die gedwongen verdwijningen strafbaar stelt.
De wijze waarop de autoriteiten steun zochten voor de geplande bouw van de stuwdam La Parota werkte verdeeldheid en gemeenschapsgeweld in de hand.
Economische, Sociale en Culturele Rechten
Veel arme lagen van de bevolking, met name inheemse gemeenschappen, konden geen aanspraak maken op basisvoorzieningen, hetgeen buitengewoon zorgwekkend was. Het regeringsbeleid om armoede en achterstelling te bestrijden sorteerde weinig effect.In Chiapas en Guerrero, twee deelstaten waar inheemse gemeenschappen het sterkst vertegenwoordigd zijn, waren onvoldoende artsen en verpleegkundigen voorhanden om te voorzien in de minimale zorgbehoefte van de bevolking.
Tekort aan schoon drinkwater was een steeds nijpender probleem, dat verspreid over het land naar verluidt 413 gevallen van gemeenschapsgeweld uitlokte.
Rapporten en bezoeken
In augustus bracht de secretaris-generaal van Amnesty International een bezoek aan Mexico en sprak er met hoge regeringsfunctionarissen.
Daarnaast bezochten afgevaardigden van Amnesty International het land in maart.


