Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Jaarboek Marokko/Westelijke Sahara 2009
Banner
Amnesty.nl Homepage
Header
Header

JAARBOEK MAROKKO/WESTELIJKE SAHARA 2009

Betreft informatie over 2008

De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van vergadering werden nog steeds beperkt. Kritiek op de monarchie en opvattingen die in strijd waren met de officiële positie met betrekking tot andere politiek gevoelige onderwerpen, werden bestraft. De autoriteiten maakten gebruik van buitensporig geweld om demonstraties tegen de regering uit elkaar te slaan. Voorstanders van zelfbeschikkingsrecht voor de bewoners van de Westelijke Sahara werden lastiggevallen en vervolgd. Beschuldigingen van marteling werden niet onderzocht en slachtoffers van mensenrechtenschendingen uit het verleden kregen geen effectieve toegang tot gerechtigheid. De autoriteiten gingen door met het arresteren, detineren en collectief deporteren van duizenden buitenlandse staatsburgers. Ten minste vier personen werden ter dood veroordeeld, maar de regering handhaafde het de facto moratorium op executies
Lees hier de Engelstalige jaarboektekst
Feiten en cijfers
Achtergrond
Achtergrond
Onderdrukking van afwijkende meningen
Buitensporig gebruik van geweld
Antiterrorisme en veiligheid
Overgangsrecht
Discriminatie van en geweld tegen vrouwen
Discriminatie – gevangenisstraffen wegens ‘homoseksueel gedrag’
Vluchtelingen, asielzoekers en migranten
Polisario-kampen
Bezoek en rapport van Amnesty International
Archief jaarboek
Staatshoofd: Mohamed VI
Regeringsleider: Abbas El Fassi
Doodstraf: afgeschaft in de praktijk
Bevolking: 31,6 miljoen
Levensverwachting: 70,4 jaar
Sterftecijfer onder 5 jaar (m/v): 42/28 per 1.000
Alfabetisme onder volwassenen: 52,3 procent
Achtergrond
In maart liepen onderhandelingen over de Westelijke Sahara, waarin de VN bemiddelde tussen de Marokkaanse regering en het Polisario Front, vast. Het Polisario Front roept op tot een onafhankelijk staat in de Westelijke Sahara en leidt een zelfbenoemde regering in ballingschap in vluchtelingenkampen in het zuidwesten van Algerije. Marokko drong aan op een plan voor autonomie van het gebied dat in 1975 werd geannexeerd, terwijl het Polisario Front opriep tot een referendum over zelfbeschikkingsrecht, zoals overeengekomen in eerdere resoluties van de VN-Veiligheidsraad. De VN-Veiligheidsraad verlengde het mandaat van de VN-Missie voor het Referendum in de Westelijke Sahara tot 30 april 2009. Het mandaat omvat geen maatregelen voor het bewaken van mensenrechten.

In oktober kwamen de EU en Marokko een ‘ambitieuze routekaart’ overeen met als doel Marokko een ‘geavanceerde status’ binnen de EU toe te kennen, waaronder nauwere samenwerking op het gebied van onder andere veiligheid, politiek en de universele periodieke toetsing van Marokko in april waren harmonisering van nationale wetgeving met internationale standaards en respect voor de rechten van migranten. De kwestie van straffeloosheid voor folteraars werd echter niet genoemd.
Ga naar boven


Achtergrond
In maart liepen onderhandelingen over de Westelijke Sahara, waarin de VN bemiddelde tussen de Marokkaanse regering en het Polisario Front, vast. Het Polisario Front roept op tot een onafhankelijk staat in de Westelijke Sahara en leidt een zelfbenoemde regering in ballingschap in vluchtelingenkampen in het zuidwesten van Algerije. Marokko drong aan op een plan voor autonomie van het gebied dat in 1975 werd geannexeerd, terwijl het Polisario Front opriep tot een referendum over zelfbeschikkingsrecht, zoals overeengekomen in eerdere resoluties van de VN-Veiligheidsraad. De VN-Veiligheidsraad verlengde het mandaat van de VN-Missie voor het Referendum in de Westelijke Sahara tot 30 april 2009. Het mandaat omvat geen maatregelen voor het bewaken van mensenrechten.

In oktober kwamen de EU en Marokko een ‘ambitieuze routekaart’ overeen met als doel Marokko een ‘geavanceerde status’ binnen de EU toe te kennen, waaronder nauwere samenwerking op het gebied van onder andere veiligheid, politiek en de universele periodieke toetsing van Marokko in april waren harmonisering van nationale wetgeving met internationale standaards en respect voor de rechten van migranten. De kwestie van straffeloosheid voor folteraars werd echter niet genoemd.
Ga naar boven


Onderdrukking van afwijkende meningen
Critici van de monarchie
Kritiek op de monarchie was nog steeds taboe. Mensenrechtenverdedigers, journalisten en anderen werden vervolgd wegens het ventileren van opvattingen die volgens de autoriteiten beledigend waren voor de koning en de koninklijke familie.

*In februari bevestigde het Hof van Cassatie de gevangenisstraffen die waren opgelegd aan drie leden van de Marokkaanse Vereniging voor de Rechten van de Mens (AMDH). De drie werden veroordeeld wegens het ‘ondermijnen van de monarchie’ omdat ze hadden deelgenomen aan een vreedzame demonstratie in 2007. In april kregen zij en veertien andere leden van de AMDH die om vergelijkbare redenen waren aangeklaagd gratie van de koning.

*In september vernietigde het Hof van Beroep in Agadir om procedurele redenen de gevangenisstraf van twee jaar die was opgelegd aan blogger Mohamed Erraji. Hij was veroordeeld wegens ‘gebrek aan respect voor de koning’ nadat hij een online artikel had geschreven waarin hij suggereerde dat de koning een klimaat van economische afhankelijkheid stimuleerde.

*In november handhaafde het Hof van Beroep in Marrakesh de veroordeling van Yassine Bellasal (18) wegens het beledigen van de koning, maar zette de gevangenisstraf van één jaar die was opgelegd door een lagere rechtbank, om in een voorwaardelijke straf. Hij had de tekst ‘God, het Vaderland, Barça’ – het laatste woord verwijst naar de voetbalclub Barcelona – op een muur van een school geschreven, als woordspeling op het motto van het land, ‘God, het Vaderland, de Koning’.

Saharaanse activisten
Saharaanse mensenrechtenactivisten werden nog steeds geconfronteerd met intimidatie, waaronder politiek gemotiveerde aanklachten, bewegingsbeperkende maatregelen en administratieve hindernissen om te voorkomen dat hun organisaties wettelijk werden geregistreerd.

*Ennaâma Asfari, co-president van het Comité voor Respect voor Vrijheid en Mensenrechten in de Westelijke Sahara en woonachtig in Frankrijk, beweerde dat hij door Marokkaanse veiligheidstroepen was gemarteld toen hij tijdens zijn bezoek aan de regio in april werd gedetineerd. De autoriteiten stelden geen onderzoek in naar zijn beschuldigingen en hij werd veroordeeld wegens gewelddadig gedrag en twee maanden gevangengezet.

*Brahim Sabbar, hoofd van de Saharaanse Vereniging van Slachtoffers van Ernstige Mensenrechtenschendingen Begaan door de Marokkaanse Staat (ASVDH), kreeg, nadat hij in juni was vrijgelaten uit de gevangenis, van de veiligheidsautoriteiten te horen dat hij gebieden in Laayoune waar andere ASVDH-leden woonden, niet mocht bezoeken.

Honderden Saharanen die werden verdacht van deelname aan demonstraties tegen het Marokkaanse bestuur of van het distribueren van materialen waarin het Polisario Front werd gesteund, werden gearresteerd. Sommigen werden na ondervraging vrijgelaten; anderen werden veroordeeld wegens aanklachten van gewelddadig gedrag in processen die naar verluidt niet voldeden aan internationale normen voor een eerlijk proces. Velen klaagden dat ze tijdens hun ondervraging door de veiligheidstroepen waren gemarteld of mishandeld en dat informatie die door middel van marteling zou zijn verkregen, als bewijs werd gebruikt voor veroordelingen.

*In oktober werd Yahya Mohamed Elhafed Iaazza, een lid van het Collectief van Saharaanse Mensenrechtenverdedigers, schuldig bevonden aan gewelddadig gedrag en veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf in verband met zijn deelname aan een demonstratie in Tan Tan tegen het Marokkaanse bestuur. Acht andere beklaagden werden veroordeeld tot gevangenisstraffen tot vier jaar. Beschuldigingen dat ze tijdens hun ondervraging waren gemarteld, werden niet onderzocht.

Activisten van Al-Adl wal-Ihsan
Honderden leden van de verboden politieke organisatie Al-Adl wal-Ihsan werden door de politie ondervraagd en ten minste 188 leden werden beschuldigd van deelname aan verboden bijeenkomsten of lidmaatschap van een verboden organisatie. Het proces van de woordvoerster van de groep, Nadia Yassine, die in 2005 was beschuldigd van het belasteren van de monarchie, werd uitgesteld.
Ga naar boven


Buitensporig gebruik van geweld
Veiligheidstroepen gebruikten buitensporig geweld om demonstraties tegen de regering uit elkaar te slaan. Hiermee werd eens te meer benadrukt dat de autoriteiten verzuimden om een belangrijke aanbeveling van de Commissie voor Gelijkheid en Verzoening (IER) te implementeren. De IER werd in 2004 opgericht om ernstige mensenrechtenschendingen te onderzoeken die waren gepleegd in de periode van 1956 tot 1999. De IER riep in 2006 op tot verbeterde regulering van de veiligheidsorganen van de overheid.

*Op 7 juni zouden de veiligheidstroepen buitensporig geweld hebben gebruikt om een blokkade te beëindigen van de haven van Sidi Ifni die op 30 mei door demonstranten was opgeworpen. De veiligheidstroepen zouden rubberen kogels en traangas hebben afgevuurd en gebruik hebben gemaakt van wapenstokken en politiehonden. Ze maakten zich ook schuldig aan ongeautoriseerde invallen in huizen, het in beslag nemen van bezittingen, het verbaal en seksueel lastigvallen van mensen, en willekeurige arrestaties en detenties. Hierna werden 21 personen, onder wie vier leden van het Marokkaanse Centrum voor Mensenrechten (CMDH), aangeklaagd wegens gewelddadig gedrag. Een rapport van de parlementaire commissie die op 18 juni was ingesteld om de gebeurtenissen in Sidi Ifni te onderzoeken, werd in december openbaar gemaakt. Hoewel in het rapport werd bevestigd dat de veiligheidsingrepen gerechtvaardigd waren, noemde het rapport een aantal schendingen die waren gepleegd door wetshandhavingstroepen, waaronder geweld tegen individuen. Het rapport riep de autoriteiten op om alle burgers en leden van de veiligheidstroepen te identificeren en berechten die verantwoordelijk waren voor illegaal gedrag en mensenrechtenschendingen. Voor zover bekend bij Amnesty International was aan het einde van het jaar geen enkele wetshandhavingsfunctionaris aangeklaagd.

*In juli werd Brahim Sabbaa Al-Layl, een CMDH-lid, zes maanden gevangengezet omdat hij in een interview met het televisiestation Al Jazeera had gezegd dat in Sidi Ifni mensen waren gedood en verkracht. De perskaart van de journalist die hem had geïnterviewd, werd door de autoriteiten ingetrokken en een rechtbank legde hem een zware boete op. `

*Veiligheidstroepen zouden buitensporig geweld hebben gebruikt om een geplande studentendemonstratie op de Cadi Ayyad Marrakesh-universiteit in mei te voorkomen. Ze vielen de universiteitscampus binnen, waarbij ze studenten mishandelden en willekeurig detineerden en persoonlijke bezittingen in beslag namen. Achttien leden van de Nationale Bond van Marokkaanse Studenten, onder wie aanhangers van de linkse studentenbeweging Democratisch Pad, werden gearresteerd. In juni werden zeven personen veroordeeld tot gevangenisstraffen van één jaar wegens gewelddadig gedrag; de rest was aan het einde van het jaar nog in afwachting van hun proces. Ze beweerden allemaal dat ze in politiehechtenis waren gemarteld en mishandeld.
Ga naar boven


Antiterrorisme en veiligheid
Zo’n 190 vermeende islamitische militanten werden schuldig bevonden aan aan terrorisme gerelateerde misdrijven en veroordeeld tot gevangenisstraffen van zes maanden tot levenslang. Hier zou ook een Marokkaans staatsburger bij zijn die gedwongen was teruggestuurd vanuit Spanje.
In februari meldden de autoriteiten dat ze een terroristennetwerk hadden opgerold dat werd geleid door Abdelkader Belliraj, die de dubbele Belgisch-Marokkaanse nationaliteit heeft. Zo’n 35 personen werden gearresteerd, onder wie de leiders van drie politieke partijen – Al-Badil al-Hadari, de Oumma-partij en de Partij van Gerechtigheid en Ontwikkeling. De minister-president vaardigde vervolgens een decreet uit waarin Al-Badil al-Hadari werd ontbonden en een rechtbank wees een aanvraag voor wettelijke registratie van de Oumma-partij af. De 35 personen werden geconfronteerd met een reeks aanklachten, zoals poging tot moord, witwassen van geld en het financieren van terrorisme. Het proces begon in oktober en was aan het einde van het jaar nog niet afgerond. Sommige advocaten van de verdediging klaagden dat de autoriteiten hen geen volledige dossiers gaven, anderen meldden dat hun cliënten waren gemarteld in hechtenis.
Honderden islamistische gevangenen die waren veroordeeld na de bomaanslagen in Casablanca in 2003 verzochten nog steeds om herziening van hun proces; in veel van de processen was sprake was van niet verder onderzochte claims van bekentenissen die door marteling waren afgedwongen.
Ga naar boven


Overgangsrecht
De Adviesraad voor de Mensenrechten, die als taak had het werk van de IER voort te zetten, had nog steeds geen lijst gepubliceerd van alle zaken van verdwijning die door de IER waren onderzocht. Het laatste rapport van de IER, dat in januari 2006 was gepubliceerd, bevatte aanbevelingen voor maatregelen, in de vorm van een uitgebreid programma van gerechtelijke en institutionele hervormingen, om ervoor te zorgen dat ernstige mensenrechtenschendingen niet zouden worden herhaald, maar deze waren nog niet geïmplementeerd. Er werd ook geen vooruitgang geboekt in het bieden van effectieve toegang tot de rechtsgang aan slachtoffers of in het ter verantwoording roepen van de individuele daders. Deze zaken waren uitgesloten van de opdracht van de IER.

In juni gelastte een rechtbank de krant Al-Jarida Al-Oula te stoppen met het publiceren van getuigenverklaringen van hoge overheidsambtenaren voor de IER, na een klacht van de president van de Adviesraad voor de Mensenrechten. Er was uitgebreide kritiek van plaatselijke mensenrechtenorganisaties op deze inmenging.
Ga naar boven


Discriminatie van en geweld tegen vrouwen
In januari bekeek het VN-Comité inzake de Uitbanning van Discriminatie van Vrouwen het derde en vierde periodieke rapport van Marokko voor hun aanvraag voor het Verdrag. Het comité verwelkomde stappen die door de regering waren gezet om discriminatie van vrouwen aan te pakken, maar riep ertoe op geweld tegen vrouwen strafbaar te stellen en actieve maatregelen te nemen om het te bestrijden. In november kondigde het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Gezin en Solidariteit aan dat men bezig was een dergelijke wet te ontwikkelen.

In december kondigde koning Mohamed VI nog een welkome maatregel aan, namelijk dat Marokko de bedenkingen intrekt die het had bij het ratificeren van het Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen.
Ga naar boven


Discriminatie – gevangenisstraffen wegens ‘homoseksueel gedrag’
In januari handhaafde een hof van beroep de gevangenisstraffen tot tien maanden van zes mannen die waren veroordeeld wegens ‘homoseksueel gedrag’ in Ksar El-Kebir, in het noordwesten van Marokko. Ze waren in november 2007 gearresteerd nadat een privéfeestje dat ze hadden gehouden openlijk was veroordeeld als een ‘homohuwelijk’. Volgens de Marokkaanse wet zijn seksuele relaties met wederzijds goedvinden tussen meerderjarigen van hetzelfde geslacht strafbaar.

In november handhaafde een hof van beroep de veroordeling en de fikse boete die door een lagere rechtbank waren opgelegd aan de hoofdredacteur van Al-Massaa wegens smaad tegenover assistent-aanklagers van de Kroon in Ksar el-Kebir, omdat hij had gesuggereerd dat een aanklager van de Kroon aanwezig was geweest bij een vermeend ‘homohuwelijk’. Het leek erop dat de krant vanwege de boete waarschijnlijk niet meer kan worden gepubliceerd.
Ga naar boven


Vluchtelingen, asielzoekers en migranten
Duizenden mensen die ervan werden verdacht illegale migranten te zijn, werden gearresteerd en collectief het land uitgezet, meestal zonder dat er rekening werd gehouden met hun behoefte aan bescherming en hun recht volgens de Marokkaanse wet om de beslissing tot deportatie aan te vechten of de redenen van deze beslissing te onderzoeken. Volgens de autoriteiten voorkwamen ze tussen januari en november 10.235 pogingen tot immigratie. Sommige migranten zouden bij hun arrestatie of tijdens hun detentie of uitzetting het slachtoffer zijn geworden van buitensporig geweld en andere vormen van mishandeling; sommigen zouden zonder voldoende voedsel en water zijn gedropt bij de grens met Algerije of Mauritanië.

*Ten minste 28 migranten, onder wie vier kinderen, verdronken op 28 april in zee voor de kust van Al Hoceima. Volgens overlevenden hadden Marokkaanse ambtenaren, die hun opblaasboot hadden onderschept, de boot lek gestoken en op en neer geschud toen de migranten weigerden te stoppen. De autoriteiten ontkenden dat hun ambtenaren verantwoordelijk waren, maar stelden geen onderzoek in. De overlevenden werden overgebracht naar de stad Oujda in het oosten van Marokko en achtergelaten bij de grens met Algerije.
Ga naar boven


Polisario-kampen
Er was weinig onafhankelijke informatie beschikbaar over de omstandigheden in de vluchtelingenkampen van het Polisario Front in Algerije. Voor zover bekend zijn er geen stappen ondernomen om de straffeloosheid aan te pakken van degenen die worden beschuldigd van mensenrechtenschendingen in de kampen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.
Ga naar boven


Bezoek en rapport van Amnesty International

Een delegatie van Amnesty International bezocht Marokko en de Westelijke Sahara in februari/maart.

  • Morocco/Western Sahara: Investigate allegations of torture and grant detainees a fair trial (MDE 29/013/2008)

Ga naar boven



Archief jaarboek


Bekijk het dossier van dit land  
Zaterdag 4 september 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Voor de pers
Wereldnieuws
Inloggen Digital Action File Info
Digital Action Files zijn bedoeld en alleen toegankelijk voor groepsleden en landenspecialisten die geregistreerd staan als betrokkene bij dit land.
Noord-Afrika