Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Jaarboek Israël (en de Bezette Gebieden) 2009
JAARBOEK ISRAËL (EN DE BEZETTE GEBIEDEN) 2009
Betreft informatie over 2008
Op 27 december begonnen Israëlische troepen een militair offensief – operatie ‘Cast Lead’ – waarbij vele burgers werden gedood en huizen en andere bezittingen van burgers werden vernietigd. Eerder in het jaar was er een opvallende toename in het aantal moorden op burgers en anderen door zowel Israëlische troepen als Palestijnse gewapende groeperingen in Israël en de Bezette Gebieden, voordat in juni een staakt-het-vuren werd overeengekomen (zie het hoofdstuk Palestijnse Autoriteit). Onder de 425 Palestijnen die in de eerste helft van het jaar waren gedood, waren zo’n zeventig kinderen. Naast de grootschalige vernietiging van huizen en bezittingen in de Gazastrook vernietigden Israëlische troepen ook tientallen Palestijnse huizen op de Westelijke Jordaanoever en in bedoeïenendorpen in het zuiden van Israël. Het hele jaar door handhaafde het Israëlische leger strikte bewegingsbeperkende maatregelen voor Palestijnen in de Bezette Gebieden, waaronder een blokkade van de Gazastrook, die leidde tot grote humanitaire ontberingen en die de hele bevolking van 1,5 miljoen inwoners in feite gevangen hield. Dit werd verder verergerd door het Israëlische offensief vanaf 27 december. Honderden patiënten met ernstige medische problemen die behandelingen nodig hadden die niet beschikbaar waren in plaatselijke ziekenhuizen, mochten Gaza niet verlaten; een aantal van hen overleed. Honderden studenten konden niet naar hun universiteiten in het buitenland reizen omdat ze niet weg mochten uit Gaza, waar veel studierichtingen niet beschikbaar zijn. De meeste inwoners van Gaza waren afhankelijk van internationale hulp, maar de Israëlische blokkade verhinderde VN-organisaties om hulp en voorzieningen te bieden. Op de Westelijke Jordaanoever werd de bewegingsvrijheid van Palestijnen ernstig beperkt door zo’n zeshonderd controleposten en blokkades en door het zevenhonderd kilometer lange hek/muur dat het Israëlische leger nog steeds aan het bouwen was, voornamelijk binnen de grenzen van de Westelijke Jordaanoever. De uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen op in beslag genomen Palestijns grondgebied was de grootste sinds 2001. Israëlische soldaten en kolonisten die ernstige schendingen pleegden tegen Palestijnen, zoals illegale executies, mishandeling en aanvallen op hun bezittingen, werden in de meeste gevallen niet gestraft. Honderden Palestijnen werden door Israëlische troepen gearresteerd; er waren regelmatig meldingen van marteling en andere vormen van mishandeling, maar deze werden slechts zelden onderzocht. Zo’n achtduizend Palestijnen zaten nog steeds in Israëlische gevangenissen.Lees hier de Engelstalige jaarboektekst
Feiten en cijfers
Achtergrond
Blokkade van Gaza en andere beperkingen die leiden tot humanitaire ontberingen
Moorden op ongewapende Palestijnse burgers
Militair rechtssysteem
Marteling en andere vormen van mishandeling
Toename van geweld door kolonisten
Straffeloosheid
Gedwongen uitzettingen, verwoesting van Palestijnse huizen en uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen
Gewetensgevangenen – Israëlische gewetensbezwaarden
Bezoeken en rapporten van Amnesty International
Archief jaarboek
Staatshoofd: Shimon Peres
Regeringsleider: Ehud Olmert
Doodstraf: afgeschaft voor gewone misdrijven
Bevolking: 7 miljoen (Israël); 4,1 miljoen (Bezette Gebieden)
Levensverwachting: 80,3 jaar (Israël); 72,9 jaar (Bezette Gebieden)
Sterftecijfer onder 5 jaar (m/v): 6/5 per 1.000 (Israël); 22/17 per 1.000 (Bezette Gebieden)
Alfabetisme onder volwassenen: 97,1 procent (Israël); 92,4 procent (Bezette Gebieden)
*Mohammed Abu ‘Amro, een 58-jarige kankerpatiënt, overleed in oktober. Hij had sinds maart geprobeerd toestemming te krijgen om Gaza te verlaten. De toestemming werd geweigerd wegens niet nader omschreven ‘veiligheidsredenen’, maar werd uiteindelijk een week na zijn dood verleend.
*Karima Abu Dala, een 34-jarige moeder van vijf kinderen die leed aan de ziekte van Hodgkin, overleed in november omdat ze niet kon worden behandeld. De Israëlische autoriteiten hadden sinds november 2007 herhaaldelijk geweigerd haar toestemming te geven om naar het ziekenhuis in Nablus, op de Westelijke Jordaanoever, te reizen.
Op de Westelijke Jordaanoever werd de bewegingsvrijheid van Palestijnen beperkt door zo’n zeshonderd Israëlische militaire controleposten en blokkades; hierdoor konden ze niet naar hun werk of hun opleiding en werd hun toegang tot medische en andere voorzieningen beperkt. Het Israëlische leger ging door met de bouw van een hek/muur van zevenhonderd kilometer lang, voornamelijk binnen het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever. Hierdoor konden tienduizenden Palestijnse boeren niet meer naar hun land; ze moesten een vergunning aanvragen om naar hun land te gaan, maar die werd vaak geweigerd.
Palestijnen werd ook de toegang geweigerd tot grote delen van de Westelijke Jordaanoever in de buurt van Israëlische nederzettingen die waren gebouwd en werden onderhouden in strijd met internationaal recht, en ze hadden geen of slechts beperkte toegang tot meer dan driehonderd kilometer aan wegen die door Israëlische kolonisten werden gebruikt.
*In februari kreeg Fawziyah al-Dark (66), nadat ze een hartaanval had gehad, geen toestemming om een Israëlische militaire controlepost te passeren om naar het ziekenhuis in Tulkarem te gaan. Ze overleed kort daarna.
*In september weigerden Israëlische soldaten om Naheel Abu Rideh de controlepost Huwara te laten passeren om naar het ziekenhuis in Nablus te gaan, ondanks het feit dat ze weeën had. Haar baby werd geboren in de auto van haar man bij de controlepost; het jongetje overleed.
Veel Palestijnse burgerdoden in de eerste helft van het jaar en tijdens het offensief in december waren gevallen bij lucht- en andere aanvallen die een reactie waren op raket- en mortieraanvallen door Palestijnse gewapende groeperingen. Deze Palestijnse aanvallen waren in de Gazastrook afgevuurd op nabijgelegen steden en dorpen in Israël en op Israëlische legerposities langs de grens van de Gazastrook. Zes Israëlische burgers en verschillende soldaten werden bij dergelijke aanvallen gedood en veertien andere Israëlische burgers, onder wie vier zeventienjarigen, werden gedood bij schietpartijen en andere aanvallen door Palestijnen in Jeruzalem en in andere delen van het land.
*Tijdens een vier dagen durende militaire inval in de Gazastrook eind februari doodden Israëlische troepen meer dan honderd Palestijnen; ongeveer de helft van de slachtoffers waren burgers die niet betrokken waren bij gevechten, onder wie zo’n 25 kinderen. Onder de slachtoffers waren de zestienjarige Jackline Abu Shbak en haar vijftienjarige broer Iyad. Ze werden allebei op 29 februari met één kogel in het hoofd doodgeschoten in hun huis ten noorden van Gaza-stad, in het bijzijn van hun moeder en jongere broers en zussen. De schoten waren afkomstig uit een huis dat was ingenomen door Israëlische soldaten en dat was gelegen tegenover het huis van de kinderen.
*Op 16 april doodden Israëlische troepen tijdens drie verschillende aanvallen in de regio Jouhr-al-Dik ten zuidoosten van de Gazastrook vijftien Palestijnse burgers, onder wie tien kinderen tussen dertien en zeventien jaar oud, en een journalist. Bij de aanvallen raakten bovendien tientallen andere burgers gewond. Eerst werden zes kinderen – ‘Abdullah Maher Abu Khalil, Tareq Farid Abu Taqiyah, Islam Hussam al-‘Issawi, Talha Hani Abu ‘Ali, Bayan Sameer al-Khaldi en Mohammed al-‘Assar – gedood door Israëlisch tankvuur. Vervolgens schoten Israëlische soldaten in een tank een flechettegranaat af op Fadel Shana’, een cameraman van Reuters, terwijl hij de tank filmde. Hij werd hierbij gedood. Een volgende tankgranaat die direct hierna werd afgevuurd, doodde nog eens twee kinderen, Ahmad 'Aref Frajallah en Ghassan Khaled Abu 'Ateiwi, en verwondde vijf anderen. Twee van hen, Ahmad ‘Abd al-Majid al-Najjar en Bilal Sa’id ‘Ali al-Dhini, stierven drie dagen later.
Honderden Palestijnen, onder wie tientallen kinderen, werden door Israëlische troepen in de Bezette Gebieden gedetineerd en velen werden voor langere tijd incommunicado vastgehouden. De meesten werden later zonder aanklacht vrijgelaten, maar honderden werden beschuldigd van misdrijven met betrekking tot de veiligheid en berecht voor militaire rechtbanken, waarvan de procedures vaak niet voldeden aan internationale normen voor een eerlijk proces. Zo’n achtduizend Palestijnen die in 2008 of in voorgaande jaren waren gearresteerd, zaten aan het einde van het jaar nog steeds in de gevangenis. Hieronder waren zo’n driehonderd kinderen en 550 personen die volgens militaire administratieve detentieorders werden vastgehouden zonder aanklacht of proces; sommigen zaten al zes jaar vast.
*Salwa Salah en Sara Siureh, twee zestienjarige meisjes, werden in juni ‘s nachts in hun huizen gearresteerd en zaten aan het einde van 2008 nog steeds in administratieve detentie.
*Mohammed Khawajah, twaalf jaar oud, werd op 11 september om drie uur ‘s ochtends in zijn huis in het dorp Ni’lin gearresteerd door Israëlische soldaten. Hij werd geslagen en samen met volwassenen gedetineerd in een detentiekamp van het leger. Op 15 september werd hij op borgtocht vrijgelaten. Hij werd beschuldigd van het gooien met stenen naar soldaten en hij zou worden berecht voor een militaire rechtbank.
*Tientallen Hamasleden van het Palestijnse parlement en ministers uit de voormalige door Hamas geleide PA-regering werden nog steeds zonder proces gedetineerd, sommigen al twee jaar sinds hun arrestatie. De Israëlische autoriteiten zouden hen vasthouden om druk uit te oefenen op Hamas om een Israëlische soldaat vrij te laten die sinds 2006 door de gewapende tak van Hamas wordt vastgehouden in de Gazastrook.
Bijna alle Palestijnse gedetineerden zaten in gevangenissen in Israël, in strijd met internationaal humanitair recht, dat het verplaatsen van gedetineerden naar het grondgebied van de bezettende macht verbiedt. Hierdoor was het in de praktijk moeilijk of onmogelijk voor gedetineerden om bezoek van familieleden te ontvangen.
Ontzegging van familiebezoeken
Zo’n negenhonderd Palestijnse gevangenen uit de Gazastrook mochten voor het tweede jaar op rij geen familiebezoek ontvangen. Veel familieleden van Palestijnse gedetineerden uit de Westelijke Jordaanoever kregen bovendien geen bezoekvergunning wegens niet nader omschreven ‘veiligheidsredenen’. Veel ouders, echtgenoten en kinderen van gedetineerden hadden al meer dan vijf jaar geen toestemming gekregen om hun gedetineerde familieleden te bezoeken. Dergelijke beperkingen golden niet voor Israëlische gevangenen.
Vrijlating van gevangenen
In juli lieten de Israëlische autoriteiten vijf Libanese gevangenen vrij; één van hen had vastgezeten sinds 1979 en vier van hen waren gevangengenomen tijdens de oorlog van 2006. Ze gaven ook de lichamen terug van 199 andere Libanezen en Palestijnen die in voorafgaande jaren door Israëlische troepen waren gedood, in ruil voor de lichamen van twee Israëlische soldaten die in juli 2006 door Hezbollah waren gedood. In augustus en december lieten de Israëlische autoriteiten zo’n 430 Palestijnse gedetineerden vrij in wat werd omschreven als een gebaar van goede wil in de richting van PA-president Mahmoud Abbas.
Straffeloosheid was nog steeds de norm voor Israëlische soldaten en leden van andere veiligheidstroepen en voor Israëlische kolonisten die verantwoordelijk waren voor ernstige mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen, waaronder illegale executies, lichamelijke mishandeling en aanvallen op bezittingen. Er zijn slechts een paar onderzoeken ingesteld naar dergelijke schendingen en de meeste werden gesloten wegens ‘gebrek aan bewijs’. Vervolgingen waren zeldzaam en meestal beperkt tot zaken die door mensenrechtenorganisaties en de media onder de aandacht waren gebracht; in dergelijke gevallen werden soldaten die werden beschuldigd van het illegaal executeren van Palestijnen, aangeklaagd wegens doodslag in plaats van moord, en soldaten en kolonisten die werden veroordeeld wegens schendingen tegen Palestijnen kregen over het algemeen een relatief lichte straf.
*Een soldaat die in juli een Palestijnse demonstrant in de voet had geschoten terwijl deze geblinddoekt en gehandboeid was en werd vastgehouden door de commandant van de soldaat, werd aangeklaagd wegens het lichte misdrijf ‘ongepast gedrag’. In september verwierp de hoogste aanklager van het leger een aanbeveling van het Hooggerechtshof om aanklachten voor ernstiger misdrijven toe te voegen.
*In februari en maart verwoestten Israëlische troepen verschillende huizen en dierenverblijven in Hadidiya, een klein dorp in de Jordaanvallei op de Westelijke Jordaanoever. Zo’n 65 leden van de families Bisharat en Bani Odeh, onder wie 45 kinderen, werden dakloos.
*In maart verwoestten Israëlische soldaten de huizen van verschillende families in de dorpen Qawawis, Imneizil, al-Dairat en Umm Lasafa in de zuidelijke heuvels van Hebron. Vooral kinderen raakten hierdoor dakloos. Onder degenen die hun huis verloren waren drie broers, Yasser, Jihad Mohammed en Isma’il al-‘Adra, hun vrouwen en hun veertien kinderen.
*In het nabijgelegen Umm al-Khair verwoestten Israëlische troepen in oktober de huizen van 45 leden, vooral kinderen, van de familie al-Hathaleen.
Achtergrond
Blokkade van Gaza en andere beperkingen die leiden tot humanitaire ontberingen
Moorden op ongewapende Palestijnse burgers
Militair rechtssysteem
Marteling en andere vormen van mishandeling
Toename van geweld door kolonisten
Straffeloosheid
Gedwongen uitzettingen, verwoesting van Palestijnse huizen en uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen
Gewetensgevangenen – Israëlische gewetensbezwaarden
Bezoeken en rapporten van Amnesty International
Archief jaarboek
Regeringsleider: Ehud Olmert
Doodstraf: afgeschaft voor gewone misdrijven
Bevolking: 7 miljoen (Israël); 4,1 miljoen (Bezette Gebieden)
Levensverwachting: 80,3 jaar (Israël); 72,9 jaar (Bezette Gebieden)
Sterftecijfer onder 5 jaar (m/v): 6/5 per 1.000 (Israël); 22/17 per 1.000 (Bezette Gebieden)
Alfabetisme onder volwassenen: 97,1 procent (Israël); 92,4 procent (Bezette Gebieden)
Achtergrond
Minister-president Ehud Olmert trad in september af vanwege een politiek onderzoek naar zijn vermeende betrokkenheid bij corruptie en fraude, maar hij bleef in functie in afwachting van wettelijke verkiezingen die zijn gepland voor februari 2009. Vredesbesprekingen tussen de Israëlische regering en de Palestijnse Autoriteit (PA) werden voortgezet, maar aan het einde van 2008 was noch de vredesovereenkomst die de Amerikaanse president George W. Bush voor het einde van het jaar had willen helpen tot stand te brengen, noch enige andere concrete voortgang bereikt. Integendeel: aan het eind van het jaar werd de Gazastrook op grote schaal gebombardeerd – vanuit de lucht, vanaf land en vanaf de zee – door Israëlische troepen. Daarnaast kwamen de Israëlische autoriteiten hun beloften niet na om de bewegingsbeperkende maatregelen voor Palestijnen in de Bezette Gebieden te versoepelen en om illegale Israëlische nederzettingen te verwijderen die in de afgelopen paar jaar zijn gebouwd. Een staakt-het-vuren dat in juni tussen Israël en Palestijnse gewapende groeperingen in Gaza was overeengekomen, hield vierenhalve maand stand, maar werd geschonden toen Israëlische troepen op 4 november zes Palestijnse militanten doodden tijdens lucht- en andere aanvallen.Blokkade van Gaza en andere beperkingen die leiden tot humanitaire ontberingen
De aanhoudende Israëlische blokkade van de Gazastrook verergerde de reeds zeer slechte humanitaire situatie, de problemen met gezondheidszorg en sanitaire voorzieningen en de armoede en ondervoeding onder de 1,5 miljoen inwoners. Het Israëlische militaire offensief van eind december bracht de omstandigheden op de rand van een humanitaire catastrofe. Zelfs voor die tijd al was de plaatselijke economie verlamd door het gebrek aan import en een verbod op export. Tekorten in de meest fundamentele voorzieningen leidden tot prijsstijgingen, waardoor zo’n 80 procent van de bevolking afhankelijk werd van internationale hulp. VN-organisaties en andere hulp- en humanitaire organisaties kregen te maken met nog meer beperkingen, waardoor hun mogelijkheden om hulp en voorzieningen te bieden aan de inwoners van Gaza werden beperkt. VN-bouwprojecten om huisvesting te creëren voor families waarvan de huizen in de afgelopen jaren door het Israëlische leger waren verwoest, werden opgeschort wegens een gebrek aan bouwmateriaal. Ernstig zieke patiënten die medische behandelingen nodig hadden die niet beschikbaar waren in Gaza en honderden studenten en arbeiders die naar hun universiteit of baan in het buitenland wilden reizen, zaten door de blokkade gevangen in Gaza; slechts een relatief klein aantal mensen kreeg toestemming van de Israëlische autoriteiten om het gebied te verlaten. Verschillende patiënten die Gaza niet mochten verlaten, overleden later.*Mohammed Abu ‘Amro, een 58-jarige kankerpatiënt, overleed in oktober. Hij had sinds maart geprobeerd toestemming te krijgen om Gaza te verlaten. De toestemming werd geweigerd wegens niet nader omschreven ‘veiligheidsredenen’, maar werd uiteindelijk een week na zijn dood verleend.
*Karima Abu Dala, een 34-jarige moeder van vijf kinderen die leed aan de ziekte van Hodgkin, overleed in november omdat ze niet kon worden behandeld. De Israëlische autoriteiten hadden sinds november 2007 herhaaldelijk geweigerd haar toestemming te geven om naar het ziekenhuis in Nablus, op de Westelijke Jordaanoever, te reizen.
Op de Westelijke Jordaanoever werd de bewegingsvrijheid van Palestijnen beperkt door zo’n zeshonderd Israëlische militaire controleposten en blokkades; hierdoor konden ze niet naar hun werk of hun opleiding en werd hun toegang tot medische en andere voorzieningen beperkt. Het Israëlische leger ging door met de bouw van een hek/muur van zevenhonderd kilometer lang, voornamelijk binnen het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever. Hierdoor konden tienduizenden Palestijnse boeren niet meer naar hun land; ze moesten een vergunning aanvragen om naar hun land te gaan, maar die werd vaak geweigerd.
Palestijnen werd ook de toegang geweigerd tot grote delen van de Westelijke Jordaanoever in de buurt van Israëlische nederzettingen die waren gebouwd en werden onderhouden in strijd met internationaal recht, en ze hadden geen of slechts beperkte toegang tot meer dan driehonderd kilometer aan wegen die door Israëlische kolonisten werden gebruikt.
*In februari kreeg Fawziyah al-Dark (66), nadat ze een hartaanval had gehad, geen toestemming om een Israëlische militaire controlepost te passeren om naar het ziekenhuis in Tulkarem te gaan. Ze overleed kort daarna.
*In september weigerden Israëlische soldaten om Naheel Abu Rideh de controlepost Huwara te laten passeren om naar het ziekenhuis in Nablus te gaan, ondanks het feit dat ze weeën had. Haar baby werd geboren in de auto van haar man bij de controlepost; het jongetje overleed.
Moorden op ongewapende Palestijnse burgers
Zo’n 450 Palestijnen werden gedood en duizenden anderen raakten gewond bij luchtaanvallen en andere aanvallen door Israëlische troepen. De meeste van deze aanvallen vonden plaats in de Gazastrook in de eerste helft van het jaar. De helft van de doden waren burgers, onder wie zo’n zeventig kinderen. De overige slachtoffers waren leden van gewapende groeperingen die werden gedood tijdens gewapende confrontaties of gerichte luchtaanvallen. In de laatste vijf dagen van het jaar werden honderden Palestijnse burgers gedood tijdens het Israëlische militaire offensief, sommigen als gevolg van rechtstreekse aanvallen op burgers of burgerdoelen, anderen bij willekeurige en disproportionele aanvallen.Veel Palestijnse burgerdoden in de eerste helft van het jaar en tijdens het offensief in december waren gevallen bij lucht- en andere aanvallen die een reactie waren op raket- en mortieraanvallen door Palestijnse gewapende groeperingen. Deze Palestijnse aanvallen waren in de Gazastrook afgevuurd op nabijgelegen steden en dorpen in Israël en op Israëlische legerposities langs de grens van de Gazastrook. Zes Israëlische burgers en verschillende soldaten werden bij dergelijke aanvallen gedood en veertien andere Israëlische burgers, onder wie vier zeventienjarigen, werden gedood bij schietpartijen en andere aanvallen door Palestijnen in Jeruzalem en in andere delen van het land.
*Tijdens een vier dagen durende militaire inval in de Gazastrook eind februari doodden Israëlische troepen meer dan honderd Palestijnen; ongeveer de helft van de slachtoffers waren burgers die niet betrokken waren bij gevechten, onder wie zo’n 25 kinderen. Onder de slachtoffers waren de zestienjarige Jackline Abu Shbak en haar vijftienjarige broer Iyad. Ze werden allebei op 29 februari met één kogel in het hoofd doodgeschoten in hun huis ten noorden van Gaza-stad, in het bijzijn van hun moeder en jongere broers en zussen. De schoten waren afkomstig uit een huis dat was ingenomen door Israëlische soldaten en dat was gelegen tegenover het huis van de kinderen.
*Op 16 april doodden Israëlische troepen tijdens drie verschillende aanvallen in de regio Jouhr-al-Dik ten zuidoosten van de Gazastrook vijftien Palestijnse burgers, onder wie tien kinderen tussen dertien en zeventien jaar oud, en een journalist. Bij de aanvallen raakten bovendien tientallen andere burgers gewond. Eerst werden zes kinderen – ‘Abdullah Maher Abu Khalil, Tareq Farid Abu Taqiyah, Islam Hussam al-‘Issawi, Talha Hani Abu ‘Ali, Bayan Sameer al-Khaldi en Mohammed al-‘Assar – gedood door Israëlisch tankvuur. Vervolgens schoten Israëlische soldaten in een tank een flechettegranaat af op Fadel Shana’, een cameraman van Reuters, terwijl hij de tank filmde. Hij werd hierbij gedood. Een volgende tankgranaat die direct hierna werd afgevuurd, doodde nog eens twee kinderen, Ahmad 'Aref Frajallah en Ghassan Khaled Abu 'Ateiwi, en verwondde vijf anderen. Twee van hen, Ahmad ‘Abd al-Majid al-Najjar en Bilal Sa’id ‘Ali al-Dhini, stierven drie dagen later.
Militair rechtssysteem
DetentiesHonderden Palestijnen, onder wie tientallen kinderen, werden door Israëlische troepen in de Bezette Gebieden gedetineerd en velen werden voor langere tijd incommunicado vastgehouden. De meesten werden later zonder aanklacht vrijgelaten, maar honderden werden beschuldigd van misdrijven met betrekking tot de veiligheid en berecht voor militaire rechtbanken, waarvan de procedures vaak niet voldeden aan internationale normen voor een eerlijk proces. Zo’n achtduizend Palestijnen die in 2008 of in voorgaande jaren waren gearresteerd, zaten aan het einde van het jaar nog steeds in de gevangenis. Hieronder waren zo’n driehonderd kinderen en 550 personen die volgens militaire administratieve detentieorders werden vastgehouden zonder aanklacht of proces; sommigen zaten al zes jaar vast.
*Salwa Salah en Sara Siureh, twee zestienjarige meisjes, werden in juni ‘s nachts in hun huizen gearresteerd en zaten aan het einde van 2008 nog steeds in administratieve detentie.
*Mohammed Khawajah, twaalf jaar oud, werd op 11 september om drie uur ‘s ochtends in zijn huis in het dorp Ni’lin gearresteerd door Israëlische soldaten. Hij werd geslagen en samen met volwassenen gedetineerd in een detentiekamp van het leger. Op 15 september werd hij op borgtocht vrijgelaten. Hij werd beschuldigd van het gooien met stenen naar soldaten en hij zou worden berecht voor een militaire rechtbank.
*Tientallen Hamasleden van het Palestijnse parlement en ministers uit de voormalige door Hamas geleide PA-regering werden nog steeds zonder proces gedetineerd, sommigen al twee jaar sinds hun arrestatie. De Israëlische autoriteiten zouden hen vasthouden om druk uit te oefenen op Hamas om een Israëlische soldaat vrij te laten die sinds 2006 door de gewapende tak van Hamas wordt vastgehouden in de Gazastrook.
Bijna alle Palestijnse gedetineerden zaten in gevangenissen in Israël, in strijd met internationaal humanitair recht, dat het verplaatsen van gedetineerden naar het grondgebied van de bezettende macht verbiedt. Hierdoor was het in de praktijk moeilijk of onmogelijk voor gedetineerden om bezoek van familieleden te ontvangen.
Ontzegging van familiebezoeken
Zo’n negenhonderd Palestijnse gevangenen uit de Gazastrook mochten voor het tweede jaar op rij geen familiebezoek ontvangen. Veel familieleden van Palestijnse gedetineerden uit de Westelijke Jordaanoever kregen bovendien geen bezoekvergunning wegens niet nader omschreven ‘veiligheidsredenen’. Veel ouders, echtgenoten en kinderen van gedetineerden hadden al meer dan vijf jaar geen toestemming gekregen om hun gedetineerde familieleden te bezoeken. Dergelijke beperkingen golden niet voor Israëlische gevangenen.
Vrijlating van gevangenen
In juli lieten de Israëlische autoriteiten vijf Libanese gevangenen vrij; één van hen had vastgezeten sinds 1979 en vier van hen waren gevangengenomen tijdens de oorlog van 2006. Ze gaven ook de lichamen terug van 199 andere Libanezen en Palestijnen die in voorafgaande jaren door Israëlische troepen waren gedood, in ruil voor de lichamen van twee Israëlische soldaten die in juli 2006 door Hezbollah waren gedood. In augustus en december lieten de Israëlische autoriteiten zo’n 430 Palestijnse gedetineerden vrij in wat werd omschreven als een gebaar van goede wil in de richting van PA-president Mahmoud Abbas.
Marteling en andere vormen van mishandeling
Het aantal meldingen van marteling en andere vormen van mishandeling door de Israëlische Algemene Veiligheidsdienst (GSS) nam toe, vooral tijdens ondervragingen van Palestijnen die werden verdacht van het plannen van of betrokkenheid bij gewapende aanvallen. De gemelde methoden bestonden onder andere uit langdurig vastbinden in pijnlijke, belastende posities, onthouding van slaap en dreigen met het lastigvallen van familieleden van de gedetineerde. Slaag en andere vormen van mishandeling van gedetineerden waren gebruikelijk tijdens en na de arrestatie en tijdens overplaatsing van de ene locatie naar de andere.Toename van geweld door kolonisten
Het aantal gewelddadige aanvallen door Israëlische kolonisten op Palestijnen en hun bezittingen in de hele Westelijke Jordaanoever nam aanzienlijk toe in het laatste kwartaal van het jaar, vooral tijdens de olijvenoogst en toen het leger een huis in Hebron probeerde te evacueren dat door kolonisten was ingenomen. De kolonisten die de aanvallen uitvoerden, waren vaak gewapend. In december beschoot en verwondde een kolonist in Hebron twee Palestijnen.Straffeloosheid
Israëlische militaire rechters gelastten zelden of nooit een onderzoek naar beschuldigingen van marteling en andere vormen van mishandeling afkomstig van Palestijnse beklaagden tijdens hun proces voor een militaire rechtbank, en voor zover bekend zijn geen GSS-functionarissen vervolgd wegens het martelen van Palestijnen. In oktober dienden twee Israëlische mensenrechtengroeperingen een verzoek in bij de rechtbank waarin de minister van Justitie werd gevraagd informatie openbaar te maken over de manier waarop het ministerie beschuldigingen van marteling en andere vormen van mishandeling afhandelt die door Palestijnse gedetineerden tegen de GSS worden geuit.Straffeloosheid was nog steeds de norm voor Israëlische soldaten en leden van andere veiligheidstroepen en voor Israëlische kolonisten die verantwoordelijk waren voor ernstige mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen, waaronder illegale executies, lichamelijke mishandeling en aanvallen op bezittingen. Er zijn slechts een paar onderzoeken ingesteld naar dergelijke schendingen en de meeste werden gesloten wegens ‘gebrek aan bewijs’. Vervolgingen waren zeldzaam en meestal beperkt tot zaken die door mensenrechtenorganisaties en de media onder de aandacht waren gebracht; in dergelijke gevallen werden soldaten die werden beschuldigd van het illegaal executeren van Palestijnen, aangeklaagd wegens doodslag in plaats van moord, en soldaten en kolonisten die werden veroordeeld wegens schendingen tegen Palestijnen kregen over het algemeen een relatief lichte straf.
*Een soldaat die in juli een Palestijnse demonstrant in de voet had geschoten terwijl deze geblinddoekt en gehandboeid was en werd vastgehouden door de commandant van de soldaat, werd aangeklaagd wegens het lichte misdrijf ‘ongepast gedrag’. In september verwierp de hoogste aanklager van het leger een aanbeveling van het Hooggerechtshof om aanklachten voor ernstiger misdrijven toe te voegen.
Gedwongen uitzettingen, verwoesting van Palestijnse huizen en uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen
Israëlische troepen verwoestten vele Palestijnse huizen, fabrieken en andere gebouwen van burgers in Gaza tijdens de eerste dagen van het militaire offensief dat begon op 27 december, waarbij hele buurten met de grond gelijk werden gemaakt. Op de Westelijke Jordaanoever, onder andere in Oost-Jeruzalem, verwoestten Israëlische troepen vele Palestijnse huizen, waarbij families gedwongen uit hun huis werden gezet en honderden mensen dakloos werden. De Israëlische autoriteiten beweerden dat de huizen werden verwoest omdat ze zonder bouwvergunning waren gebouwd; deze vergunningen werden systematisch geweigerd aan Palestijnen. Tegelijkertijd voerden de autoriteiten de uitbreiding van Israëlische nederzettingen op illegaal in beslag genomen Palestijns land sterk op, in strijd met internationaal recht.*In februari en maart verwoestten Israëlische troepen verschillende huizen en dierenverblijven in Hadidiya, een klein dorp in de Jordaanvallei op de Westelijke Jordaanoever. Zo’n 65 leden van de families Bisharat en Bani Odeh, onder wie 45 kinderen, werden dakloos.
*In maart verwoestten Israëlische soldaten de huizen van verschillende families in de dorpen Qawawis, Imneizil, al-Dairat en Umm Lasafa in de zuidelijke heuvels van Hebron. Vooral kinderen raakten hierdoor dakloos. Onder degenen die hun huis verloren waren drie broers, Yasser, Jihad Mohammed en Isma’il al-‘Adra, hun vrouwen en hun veertien kinderen.
*In het nabijgelegen Umm al-Khair verwoestten Israëlische troepen in oktober de huizen van 45 leden, vooral kinderen, van de familie al-Hathaleen.
Gewetensgevangenen – Israëlische gewetensbezwaarden
In het tweede deel van het jaar was er een opvallende stijging in het aantal Israëlische gewetensbezwaarden die werden gevangengezet omdat ze weigerden dienst te nemen in het Israëlische leger wegens hun verzet tegen de Israëlische militaire bezetting van de Palestijnse Gebieden. Ten minste zeven tieners werden herhaaldelijk voor korte tijd gevangengezet. Ze werden uiteindelijk allemaal geclassificeerd als ‘ongeschikt voor militaire dienst’ en vrijgesteld van militaire dienst.Bezoeken en rapporten van Amnesty International
Afgevaardigden van Amnesty International bezochten Israël en de Bezette Gebieden van februari tot mei.
- Israel/Occupied Palestinian Territories: Punitive restrictions – families of Palestinian detainees denied visits (MDE 15/006/2008)
- Israel/Occupied Palestinian Territories: Gaza blockade – collective punishment (MDE 15/021/2008)
- Israel/Occupied Palestinian Territories: Under threat – the West Bank village of ‘Aqaba (MDE 15/022/2008)
- Israel/Occupied Palestinian Territories: Submission to the UN Universal Periodic Review (MDE 15/029/2008)
- Israel/Occupied Palestinian Territories: Briefing to the Committee against Torture (MDE 15/040/2008)
- Israel/Occupied Palestinian Territories: Health Professional Action – Crushing the right to health: Gaza (MDE 15/044/2008)
Dinsdag 16 maart 2010
Voor de pers
Wereldnieuws
Goed Nieuws

