Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Jaarboek Algerije 2009
Banner
Amnesty.nl Homepage
Header
Header

JAARBOEK ALGERIJE 2009

Betreft informatie over 2008

Vermeende terroristen werden incommunicado gedetineerd en kregen oneerlijke processen. De autoriteiten vielen nog steeds mensenrechtenverdedigers en journalisten lastig. Voormalige moslims die zich hadden bekeerd en mensen van wie men vond dat ze de grondbeginselen van de islam beledigden, werden vervolgd. Illegale migranten waren het slachtoffer van arrestaties, detentie voor onbepaalde tijd, mishandeling en collectieve uitzetting. Honderden mensen werden ter dood veroordeeld, maar er werden geen executies uitgevoerd. Straffeloosheid was nog steeds diepgeworteld voor leden van gewapende groeperingen en veiligheidstroepen die ernstige schendingen pleegden tijdens het interne conflict in de jaren negentig van de vorige eeuw.

Lees hier de Engelstalige jaarboektekst
Feiten en cijfers
Achtergrond
Antiterrorisme en veiligheid
Vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van godsdienst
Migrantenrechten
Straffeloosheid
Doodstraf
Geweld tegen vrouwen
Rapporten van Amnesty International
Archief jaarboek
Staatshoofd: Abdelaziz Bouteflika
Regeringsleider: Ahmed Ouyahiya (volgde in juni Abdelaziz Belkhadem op)
Doodstraf: afgeschaft in de praktijk
Bevolking: 34,4 miljoen
Levensverwachting: 71,7 jaar
Sterftecijfer onder 5 jaar (m/v): 34/30 per 1.000
Alfabetisme onder volwassenen: 69,9 procent
Achtergrond
Volgens berichten in de media werden tussen de zestig en negentig burgers gedood door het aanhoudende politieke geweld, velen van hen bij bomaanslagen waarvoor de verantwoordelijkheid werd opgeëist door een groep die zichzelf de Al-Qaida Organisatie in de Islamitische Magreb noemde. Tientallen vermeende leden van gewapende groeperingen werden gedood tijdens schermutselingen met en zoekacties van veiligheidstroepen; sommigen zijn mogelijk buitengerechtelijk geëxecuteerd.

In mei adviseerde het VN-Comité tegen Foltering (CAT) de regering om maatregelen te nemen om straffeloosheid te bestrijden, om alle martelingzaken uit heden en verleden, inclusief verdwijningen en verkrachtingen, te onderzoeken, en om ervoor te zorgen dat de Algerijnse antiterrorismemaatregelen voldoen aan internationale mensenrechtenstandaards. De regering nam echter geen stappen op dit gebied.

Op 13 november keurde het parlement een grondwetswijziging goed waarmee het maximum van twee presidentstermijnen kwam te vervallen, waardoor Abdelaziz Bouteflika, die sinds 1999 aan de macht is, zich bij de presidentiële verkiezingen van april 2009 kandidaat kan stellen voor een derde presidentstermijn.
Ga naar boven


Antiterrorisme en veiligheid
De autoriteiten, waaronder het Departement voor Informatie en Veiligheid (DRS, de militaire inlichtingendienst), hielden nog steeds vermeende terroristen in incommunicadodetentie, waar ze het risico liepen het slachtoffer te worden van marteling en andere vormen van mishandeling. Onder de gedetineerden waren verschillende Algerijnse staatsburgers die waren teruggestuurd uit andere landen.

*Rabah Kadri, een Algerijnse staatsburger die in april uit Frankrijk was teruggestuurd, werd naar verluidt bij aankomst in het land gearresteerd en vervolgens incommunicado gedetineerd door de DRS tot zijn vrijlating twaalf dagen later.

*Zeven voormalige gedetineerden uit de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay werden in 2008 teruggestuurd naar Algerije. Ze werden allemaal bij aankomst in het land gearresteerd en incommunicado gedetineerd gedurende een periode variërend van acht tot dertien dagen. Na hun vrijlating werden ze onder rechterlijke toetsing geplaatst en werden ze beschuldigd van lidmaatschap van buitenlandse terroristische groeperingen. Veertien Algerijnse staatsburgers zaten nog steeds vast in Guantánamo Bay.

Personen die werden verdacht van gezagsondermijnende activiteiten of terrorisme kregen nog steeds oneerlijke processen. Sommigen kregen tijdens hun voorarrest geen toegang tot een raadsman. De rechtbanken accepteerden als bewijs zonder verder onderzoek ‘bekentenissen’ die volgens de beklaagden waren verkregen door marteling of andere vormen van dwang.

*In januari gaven de autoriteiten van de militaire gevangenis in Blida voor het eerst de detentie toe van Mohamed Rahmouni, die toen al zes maanden vastzat. Ondanks het feit dat hij een burger is, zal hij naar verwachting worden berecht voor een militaire rechtbank in Blida wegens terrorismegerelateerde aanklachten. Hij kreeg geen toestemming voor contact met zijn advocaat, die minstens zes keer zonder succes had geprobeerd hem te bezoeken.

*Het proces van Malik Mejnoun en Abdelhakim Chenoui wegens lidmaatschap van een gewapende terroristische groepering en wegens de moord op zanger Lounes Matoub, werd in juli voor onbepaalde tijd uitgesteld. De twee mannen, die al meer dan negen jaar zonder proces vastzaten, deels in geheime en incommunicado detentie, zaten aan het einde van het jaar nog steeds in de gevangenis. Beiden beweerden dat ze tijdens hun detentie waren gemarteld, maar de autoriteiten gaven geen opdracht tot een onderzoek, ondanks het feit dat Abdelhakim Chenoui beweerde dat zijn ‘bekentenis’, die bezwarend was voor Malik Mejnoun, onder dwang was verkregen.

*Ten minste dertig gedetineerden die wegens terrorismegerelateerde aanklachten vastzaten in de gevangenis van El Harrach, beweerden dat ze in februari hevig waren geslagen door gevangenbewaarders toen ze weigerden terug te keren naar hun cellen uit protest tegen het veranderen van hun gebedszone. De beschuldigingen werden niet onderzocht.
In mei drong het CAT er bij de autoriteiten op aan om gedetineerden niet langer dan de maximumperiode van voorarrest vast te houden, om meldingen van geheime detentiecentra te onderzoeken en om alle DRS-detentiecentra onder controle te plaatsen van burgergevangenisautoriteiten en de rechterlijke macht.
Ga naar boven


Vrijheid van meningsuiting
Journalisten en mensenrechtenverdedigers werden nog steeds lastiggevallen. Sommigen werden vervolgd wegens smaad of andere aanklachten wegens misdrijven omdat ze overheidspersonen of -instellingen bekritiseerden.

*Mensenrechtenadvocaat Amine Sidhoum werd in april veroordeeld wegens het in diskrediet brengen van de rechterlijke macht, in verband met opmerkingen in een krantenartikel uit 2004 die aan hem waren toegeschreven. Hij werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een boete. Nadat een hof van beroep de veroordeling in november had bevestigd, werd de zaak doorverwezen naar het Opperste Gerechtshof als gevolg van beroepen van zowel de aanklager als Amine Sidhoum.

*Hassan Bourras, een journalist van de krant El Bilad, werd in oktober veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden en een boete toen het Hof van Beroep van Saida zijn veroordeling wegens smaad handhaafde. Deze veroordeling was hem opgelegd nadat hij een artikel had gepubliceerd over vermeende corruptie in de stad El-Bayadh. Hij was op vrije voeten in afwachting van een mogelijk nieuw beroep.

*Hafnaoui Ghoul, een journalist en mensenrechtenverdediger van de Djelfa-afdeling van de Algerijnse Liga voor de Rechten van de Mens, werd geconfronteerd met vier verschillende rechtsgedingen wegens smaad en minachting nadat vijf functionarissen van de provincie Djelfa hadden geklaagd over artikelen over wanbestuur en corruptie die hij had gepubliceerd in de krant Wasat. De aanklachten hadden ook betrekking op beschuldigingen die hij had geuit over geheime detentiecentra en marteling.
Ga naar boven


Vrijheid van godsdienst
Volgens de Grondwet is de islam de staatsgodsdienst, maar is de vrijheid van geweten gegarandeerd. Na aanwijzingen dat de evangelische christelijke kerken in Algerije zich aan het uitbreiden waren, zouden de autoriteiten opdracht hebben gegeven tot de sluiting van tientallen kerken van de Protestantse Kerk van Algerije. De minister van Religieuze Zaken en Giften ontkende dat er ‘geautoriseerde’ kerken waren gesloten.

Ten minste twaalf moslims die zich hadden bekeerd tot het christendom en christenen werden vervolgd wegens schending van Verordening 06-03, afgekondigd in februari 2006, waarin andere godsdiensten dan de islam worden gereguleerd. De Verordening stelt aansporing, dwang of andere ‘verleidende’ manieren om een moslim te bekeren tot een ander geloof en religieuze activiteiten die niet door de overheid zijn gereguleerd, strafbaar. Een aantal van de beklaagden zou tot voorwaardelijke gevangenisstraffen en boetes zijn veroordeeld.

*Habiba Kouider, een moslima die zich tot het christendom had bekeerd, werd in maart gearresteerd nadat de politie een aantal bijbels in haar tas had gevonden. Ze werd beschuldigd van ‘het zonder toestemming belijden van een ander geloof dan de islam’. Haar rechtszaak werd in mei verdaagd en ambtenaren van justitie zouden tegen haar hebben gezegd dat de aanklacht zou worden ingetrokken als ze zich weer tot de islam zou bekeren.

*Zes mannen werden in juni in Tiaret berecht omdat ze Verordening 06-03 zouden hebben geschonden. Twee van hen ontkenden dat ze het christendom aanhingen en werden vrijgesproken; de anderen werden veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen en boetes.
Andere mensen werden aangeklaagd wegens ‘het denigreren van het dogma en de geboden van de islam’.

*Tien mannen werden in september in twee verschillende zaken berecht voor het publiekelijk breken van de vasten tijdens de heilige maand ramadan. Zes van hen werden in hoger beroep vrijgesproken, nadat ze door een lagere rechtbank in Biskra waren veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en hoge boetes. De anderen werden door een rechtbank in Beir Mourad Rais veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Het vonnis werd in november in beroep verminderd tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.
Ga naar boven


Migrantenrechten
Duizenden Algerijnen en staatsburgers uit voornamelijk Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara probeerden vanuit Algerije naar Europa te migreren. Honderden werden op zee onderschept.
Op 25 juni nam het parlement Wet 08-11 aan waarin de toegang, het verblijf en de verplaatsing van buitenlanders in Algerije wordt gereguleerd. Volgens de wet wordt de uitzetting van buitenlanders die een uitwijzingsbevel hebben ontvangen van de minister van Binnenlandse Zaken, uitgesteld in afwachting van hun beroep, maar de wet geeft gouverneurs het recht om deportaties zonder recht op beroep te gelasten van buitenlanders van wie de toegang tot of het verblijf in Algerije als illegaal wordt beschouwd. Hierdoor is er een grotere kans op willekeurige, collectieve uitzettingen. De wet maakt het bovendien mogelijk om ‘wachtcentra’ voor illegale migranten in te richten waar ze voor onbepaalde tijd zouden kunnen worden gedetineerd, en schrijft strenge straffen voor voor smokkelaars en andere personen die buitenlanders helpen om Algerije illegaal binnen te komen of illegaal in het land te verblijven.

In augustus keurde de Ministerraad een wetsontwerp goed waarmee het Wetboek van strafrecht zodanig wordt gewijzigd dat er zwaardere straffen komen te staan op het smokkelen van migranten en dat het illegaal verlaten van Algerije kan worden bestraft met maximaal zes maanden gevangenisstraf.
Ga naar boven


Straffeloosheid
De regering nam geen stappen om de ernstige en wijdverbreide mensenrechtenschendingen aan te pakken die door gewapende groeperingen en regeringsveiligheidstroepen zijn gepleegd tijdens het interne conflict in de jaren negentig van de vorige eeuw, waarbij zo’n tweehonderdduizend mensen zouden zijn gedood.
In mei drong het CAT er bij de regering op aan om Artikel 45 en 46 van Decreet 2006 aan te passen waarmee het Handvest voor Vrede en Nationale Verzoening (Wet 06-01) wordt uitgevoerd. Het Handvest biedt de veiligheidstroepen immuniteit en biedt de mogelijkheid tot het straffen van slachtoffers en hun familieleden, mensenrechtenverdedigers en anderen die het gedrag van de veiligheidstroepen tijdens het interne conflict bekritiseren.

Verdwijningen
De autoriteiten hadden nog steeds geen onderzoek ingesteld naar het lot van duizenden slachtoffers van gedwongen verdwijning.

In mei beweerde een hogere ambtenaar dat 5.500 families van slachtoffers van gedwongen verdwijningen een schadeloosstelling hadden geaccepteerd, maar dat zeshonderd anderen dit hadden geweigerd omdat ze volhielden dat ze de waarheid wilden weten over het lot van hun verdwenen familieleden. Later verklaarde het hoofd van het Nationaal Overlegorgaan ter Bevordering en Bescherming van de Mensenrechten dat 96 tot 97 procent van de families van verdwenen personen een schadeloosstelling had geaccepteerd, maar hij gaf geen details. Volgens Wet 06-01 kunnen familieleden schadeloosstelling vragen als ze bij de autoriteiten een overlijdensakte aanvragen voor de verdwenen persoon. Sommige families klaagden dat ze onder druk waren gezet om een overlijdensakte aan te vragen.


Families van slachtoffers werden nog steeds lastiggevallen als ze achter de waarheid en gerechtigheid aan gingen.

* Er werd geen vooruitgang geboekt in het oplossen van de verdwijning van Salah Saker, een onderwijzer die in 1994 door overheidspersonen was gearresteerd. In augustus verloor zijn echtgenote, Louisa Saker, voorzitter van de Vereniging van Families van Verdwenen Personen in Constantine, haar beroep tegen een beslissing van de rechterlijke macht van de Rechtbank van Constantine om haar klacht over de verdwijning van haar echtgenoot ontvankelijk te verklaren. In november handhaafde het Hof van Beroep van Constantine haar veroordeling wegens het deelnemen aan een niet-geautoriseerde ‘ongewapende mars’ in verband met een vreedzame demonstratie in 2004 door families van slachtoffers van gedwongen verdwijning. Ze was veroordeeld tot een voorwaardelijke boete. Ze ging hiertegen in beroep. Haar twee medebeklaagden, die in hun afwezigheid waren berecht, werden veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en een boete.
Ga naar boven


Doodstraf
Honderden mensen werden ter dood veroordeeld, in de meeste gevallen wegens terrorismegerelateerde aanklachten, maar de autoriteiten handhaafden een de facto moratorium op executies. Veel van de veroordeelden waren vermeende leden van gewapende groeperingen die in hun afwezigheid werden berecht en veroordeeld. In december steunde Algerije mede een resolutie van de Algemene Vergadering van de VN waarin werd opgeroepen tot een wereldwijd moratorium op executies.
Ga naar boven


Geweld tegen vrouwen
Volgens de parketpolitie werden er tussen januari en juni 2008 4.500 klachten ingediend in verband met geweld tegen en intimidatie van vrouwen. Het daadwerkelijke aantal zou nog veel hoger liggen.

In november werden wijzigingen in de Grondwet doorgevoerd, waaronder een bepaling die voorziet in het propageren van de politieke rechten van vrouwen.

Het rapport over 2008 van de Speciale VN-Rapporteur inzake Geweld tegen Vrouwen prees de positieve ontwikkelingen op het gebied van vrouwenrechten in Algerije, maar bekritiseerde de autoriteiten omdat ze verzuimden geweld tegen en discriminatie van vrouwen voldoende aan te pakken. De Speciale Rapporteur drong er bij de autoriteiten op aan om seksueel geweld tijdens het interne conflict te onderzoeken, om de overlevenden schadeloos te stellen en om de daders voor het gerecht te brengen.
Ga naar boven


Rapporten van Amnesty International
  • Algeria: Briefing to the Committee against Torture (MDE 28/001/2008)
  • Algeria: Amnesty International condemns bomb attacks in Issers and in Bouira (MDE 28/006/2008)
Ga naar boven



Archief jaarboek


Bekijk het dossier van dit land  
Maandag 15 maart 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Voor de pers
Wereldnieuws
Inloggen Digital Action File Info
Digital Action Files zijn bedoeld en alleen toegankelijk voor groepsleden en landenspecialisten die geregistreerd staan als betrokkene bij dit land.
Noord-Afrika