JAARBOEK SAUDI-ARABIË 2008
Betreft informatie over 2007
De mensenrechtensituatie was nog steeds alarmerend ondanks het feit dat er wetshervormingen werden aangekondigd en het publieke debat over vrouwenrechten voortduurde. Honderden van terrorisme verdachte personen werden gearresteerd en feitelijk in het geheim gedetineerd, en duizenden personen die in vorige jaren waren gearresteerd, zaten nog steeds in de gevangenis. Onder de arrestanten bevonden zich gewetensgevangenen, onder wie vreedzame voorstanders van politieke hervorming. Vrouwen waren nog steeds het slachtoffer van ernstige discriminatie, zowel in de wet als in de praktijk. Marteling en andere vormen van mishandeling van gedetineerden kwamen veel voor en gevangenen werden veroordeeld tot geseling en amputatie. Ten minste 158 personen werden geëxecuteerd, onder wie iemand die minderjarig was ten tijde van het misdrijf.Lees hier de Engelstalige jaarboektekst
Achtergrond
Juridische ontwikkelingen
Antiterrorisme
“Oorlog tegen terrorisme”
Gewetensgevangenen
Discriminatie van en geweld tegen vrouwen
Marteling en andere vormen van mishandeling
Wrede, onmenselijke en vernederende straffen
Doodstraf
Bezoeken van Amnesty International
Archief jaarboek
Hoofdstad: Riyad
Staatshoofd en regeringsleider: ‘Abdullah Bin ‘Abdul ‘Aziz Al-Saud Bevolking: 25,8 miljoen
Religie: moslim 100%
Voertaal: Arabisch
Levensverwachting: 72,2 jaar
Sterftecijfer onder 5 jaar (m/v): 25/17 per 1.000
Alfabetisme onder volwassenen: 82,9 procent
Doodstraf: wordt gehandhaafd
Internationaal Strafhof: niet ondertekend
VN-Vrouwenverdrag: gedeeltelijk geratificeerd
Facultatief Protocol bij het VN-Vrouwenverdrag: niet ondertekend
Achtergrond
Er waren sporadische gewelddadigheden door veiligheidstroepen en door gewapende mannen die ogenschijnlijk tegen de regering waren gekant. Het geweld leidde tot doden of gewonden onder burgers, vermoedelijke politieke tegenstanders en, in zeldzame gevallen, leden van veiligheidstroepen. Er waren echter weinig details beschikbaar.In februari werden tijdens een aanval door een gewapende groepering vier Franse staatsburgers gedood die deel uitmaakten van een groep toeristen in de Westelijke woestijn. In april verklaarde de regering dat de belangrijkste verdachte gedood was toen veiligheidstroepen zijn huis in Medina bestormden.
Juridische ontwikkelingen
In oktober introduceerde de regering twee wetten om de rechtbanken te herstructureren en om de regels voor de rechterlijke macht te wijzigen, en reserveerde 1,8 miljard dollar om de wijzigingen uit te voeren. Het valt nog te bezien welke invloed deze positieve maatregel zal hebben op de drie belangrijkste problemen: de geslotenheid en het gebrek aan transparantie van het strafrechtsysteem; het gebrek aan naleving van internationale standaarden voor eerlijke processen, zoals het recht op rechtsbijstand en op beroep; en het gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Deze tekortkomingen waren het hele jaar nog duidelijk aanwezig en droegen bij aan mensenrechtenschendingen. De rechterlijke macht zweeg bijvoorbeeld over, of was medeplichtig aan, schendingen die werden gepleegd in het kader van terrorismebestrijding en paste nog steeds discriminerende wetgeving toe en sprak discriminerende vonnissen uit in zaken waarbij vrouwen betrokken waren.Antiterrorisme
Honderden vermoedelijke aanhangers van religieuze oppositiegroeperingen, officieel "misleide groeperingen" genoemd, werden gedetineerd en duizenden die in eerdere jaren waren gearresteerd werden nog steeds vastgehouden zonder proces terwijl hen fundamentele rechten voor gevangenen werden ontzegd.Onder degenen die in 2007 werden gedetineerd waren vermeende terroristen die gedwongen waren teruggestuurd door de autoriteiten van andere landen, waaronder de VS en Jemen. De meeste arrestaties vonden echter in Saudi-Arabië plaats. In sommige gevallen doodden gewapende veiligheidstroepen vermeende militanten onder onduidelijke omstandigheden tijdens vermeende pogingen hen te arresteren. Volgens de autoriteiten werden in april in verschillende delen van het land 172 personen gearresteerd die werden verdacht van het plannen van gewelddadige aanvallen, en nog eens 208 in november, maar ze gaven geen verdere details en het was onduidelijk hoeveel verdachten er precies waren gearresteerd en waar ze werden vastgehouden. Het was ook onduidelijk hoeveel van de verdachten die in eerdere jaren waren gearresteerd nog in de gevangenis zaten, maar vermoed wordt dat het om enkele duizenden gaat. In juli liet het ministerie van Binnenlandse Zaken weten dat ze tussen 2003 en 2007 negenduizend veiligheidsverdachten hadden gedetineerd, van wie er nog 3.106 in hechtenis zaten. De meesten moesten naar verluidt deelnemen aan een "hervormingsprogramma" dat werd uitgevoerd door religieuze en psychologische deskundigen. In november kondigde de regering de vrijlating aan van vijftienhonderd gedetineerden die het programma kennelijk hadden voltooid.
- In mei werden gedetineerden op televisie getoond terwijl ze bekenden lid te zijn van “misleide groeperingen” en plannen beschreven om olie-installaties en andere doelen te bombarderen. De regering zei dat ze zouden worden berecht op basis van hun bekentenissen. Twee van de gedetineerden waren Nimr Sahaj al-Baqmi en Abdullah al-Migrin, wiens bekentenissen naar verluidt door rechters werden goedgekeurd. Het was niet duidelijk of de twee gedetineerden toestemming hadden gekregen voor toegang tot een advocaat, ondanks het feit dat ze waarschijnlijk zouden worden beschuldigd van overtredingen waarop de doodstraf stond. Het lot van alle gedetineerden werd nog steeds door geheimzinnigheid omgeven.
“Oorlog tegen terrorisme”
Eén Saudische staatsburger, Yasser Talal al-Zahrani, stierf in Amerikaanse gevangenschap in Gauntánamo Bay, Cuba. Ten minste 77 anderen werden door de Amerikaanse autoriteiten vrijgelaten en teruggestuurd naar Saudi-Arabië, waar ze onmiddellijk werden gearresteerd maar wel toestemming kregen voor bezoek van familieleden. Een aantal van hen werd vervolgens vrijgelaten; anderen zaten nog in hechtenis terwijl ze kennelijk deelnamen aan het "hervormingsprogramma" van de regering voor veiligheidsgedetineerden.Gewetensgevangenen
Meer dan honderd personen die waren gearresteerd wegens hun religie of seksuele voorkeur waren gewetensgevangenen of leken dit te zijn. Hieronder waren buitenlandse werknemers die deel uitmaakten van de Ahmadiyya-beweging en die dit als een sekte van de islam beschouwen, leden van de sjiitische gemeenschap, hervormingsgezinde soennieten en vreedzame dissidenten. Er waren ook vrouwen bij die in juli protesten organiseerden buiten de gevangenis van de Algemene Inlichtingendienst in Buraida, ten noorden van Riyad. De vrouwen riepen op tot processen voor of vrijlating van mannelijke familieleden die al jaren in hechtenis zaten zonder proces en zonder toegang tot advocaten of de rechtbank om de rechtmatigheid van hun detentie aan te vechten. De meeste gedetineerden werden na een korte periode vrijgelaten, maar buitenlandse staatsburgers, zoals de Ahmadi's, verloren hun baan en werden gedeporteerd zonder toestemming om de rechtmatigheid van de aanklacht tegen hen aan te vechten.Aan het einde van het jaar werden echter ten minste twaalf gewetensgevangenen nog steeds zonder proces of toegang tot advocaten vastgehouden. Hiertoe behoorden Dr. Abdul Rahman al-Shumayri en negen anderen, allen hoogleraren aan de universiteit, schrijvers of advocaten, die in februari waren gearresteerd nadat ze een petitie hadden uitgegeven waarin werd opgeroepen tot politieke hervorming. Ze werden vastgehouden in de gevangenis van de Algemene Inlichtingendienst in Jeddah. Ze werden bijna zes maanden incommunicado vastgehouden voordat ze toestemming kregen voor bezoek van familieleden. Ten minste twee van hen zaten naar verluidt in eenzame opsluiting.
Zeer ongebruikelijk werd gewetensgevangene Dr. Abdullah al-Hamid op borgtocht vrijgelaten nadat hij kort was gedetineerd in verband met het vrouwenprotest en vervolgens was berecht voor een gewone strafrechtbank tijdens een gedeeltelijk openbare zitting. Hij en zijn broer, die samen met hem was berecht voor aanklachten in verband met het vrouwenprotest, werden schuldig bevonden en veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk zes en vier maanden en moesten plechtig beloven dat ze niet tot nieuwe protesten zouden aanzetten. Ze tekenden beroep aan maar de zitting was aan het einde van het jaar nog niet afgesloten.
Honderden voormalige gewetensgevangenen, mensenrechtenactivisten en voorstanders van vreedzame politieke verandering mochten nog steeds geen buitenlandse reizen maken. Hiertoe behoorden ook Matrouk al-Falih, een hoogleraar aan de universiteit, en één van de hervormingsgezinden die van maart 2004 tot augustus 2005 gevangen zat en die van het ministerie van Binnenlandse Zaken te horen kreeg dat hij tot maart 2009 niet naar het buitenland mocht reizen. Naar verluidt werd voor anderen het verbod verlengd nadat het was verstreken.
Discriminatie van en geweld tegen vrouwen
Twee zaken benadrukten de ernst en de omvang van wettelijke en andere discriminatie tegen vrouwen in Saudi-Arabië en leidden tot discussies in het land en daarbuiten.- De broer van een vrouw die bekend stond als Fatima, moeder van twee kinderen, beriep zich op zijn wettelijke autoriteit als haar mannelijke voogd om een rechtbank te laten verordenen dat ze van haar echtgenoot zou scheiden, tegen haar wil en tegen de wil van haar echtgenoot. De broer beweerde dat de stam van de echtgenoot een lagere status had en dat hij dit niet had gemeld toen hij toestemming vroeg om met Fatima te trouwen. Ondanks het verzet van het echtpaar besliste de rechtbank dat ze gescheiden waren op basis van het stammenrecht waarbij de gelijke status van families en stammen een voorwaarde is voor de geldigheid van een huwelijk. Uit angst voor haar familieleden koos Fatima ervoor om in de gevangenis te blijven in plaats van naar het huis van haar broer te gaan en werd vervolgens samen met haar twee kinderen overgebracht naar een tehuis voor vrouwen. Ze kon haar voormalige echtgenoot niet ontmoeten, want dit zou betekenen dat ze een khilwa-overtreding (een ontmoeting tussen een man en een vrouw die niet tot dezelfde naaste familie behoren) zou plegen, waardoor ze allebei het risico zouden lopen te worden vervolgd en te worden gestraft met geseling en gevangenisstraf.
- Een vrouw van twintig jaar oud, die het "meisje van al-Qatif" werd genoemd om haar identiteit te beschermen, werd in 2006 in de stad al-Qatif door zeven mannen verkracht. Toen de zaak voorkwam, werden zij en een mannelijke metgezel die bij haar was vóór de verkrachting, elk veroordeeld tot negentig zweepslagen wegens een khilwa-overtreding. De verkrachters werden veroordeeld tot geseling en gevangenisstraffen variërend van één tot vijf jaar. Alle straffen werden vervolgens in beroep verhoogd. Het slachtoffer van de verkrachting en haar metgezel werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden en tweehonderd zweepslagen, en de straffen van de verkrachters werden verhoogd tot gevangenisstraffen variërend van twee tot negen jaar plus geseling. De advocaat van het slachtoffer van verkrachting verklaarde publiekelijk dat zij, als slachtoffer van de misdaad, niet had mogen worden bestraft. Als reactie hierop verklaarde het ministerie van Justitie dat de jonge vrouw, door het plegen van khilwa, deels verantwoordelijk was voor haar verkrachting en nam disciplinaire stappen tegen de advocaat en beschuldigde hem van het schenden van de wet en het openbaar maken van de zaak in de media. In december verleende de koning het slachtoffer van de verkrachting gratie en naar verluidt werd de zaak tegen haar en haar metgezel ingetrokken. De disciplinaire maatregelen tegen haar advocaat werden ook ingetrokken en hij kon zijn werk hervatten.
In september dienden vrouwenrechtenactivisten een petitie in bij de koning om vrouwen toestemming te verlenen voertuigen te besturen, zoals in alle andere landen is toegestaan. Er werd ook opgeroepen om Saudische vrouwen toestemming te verlenen om, net als hun mannelijke collega’s, deel te mogen nemen aan internationale sportevenementen.
Discriminatie leidde tot geweld tegen vrouwen, waarbij vooral buitenlands huishoudelijk personeel gevaar liep het slachtoffer te worden van mishandeling in de vorm van slagen, verkrachting en zelfs moord, en hun loon niet uitbetaald te krijgen. Er was bezorgdheid over discriminerende huwelijkswetgeving die ertoe leidde dat vrouwen gevangen zaten in relaties waarin geweld en misbruik voorkwam en waaruit er voor hen geen wettelijke uitweg was.
De regering diende haar eerste rapport in bij Comité inzake de Uitbanning van Discriminatie van Vrouwen en zou volgens planning in januari 2008 voor de commissie verschijnen.
Marteling en andere vormen van mishandeling
Marteling en andere vormen van mishandeling waren wijdverbreid en werden over het algemeen ongestraft gepleegd. Veiligheidstroepen gebruikten naar verluidt verschillende methoden, waaronder slaan met stokken, vuistslagen, het ophangen van gedetineerden aan de polsen, onthouding van slaap en beledigingen. In een videoclip die in april werd vrijgegeven, werden beelden getoond van gevangenen die in de al-Hair-gevangenis in Riyad werden gemarteld. De regering zei dat ze het incident zou onderzoeken en de gevangenisautoriteiten zeiden later dat één soldaat voor de marteling was gestraft en een maand was geschorst en dat een ander twintig dagen was geschorst omdat hij niet had ingegrepen en de mishandeling van gevangenen niet had beëindigd. Het was niet bekend of er een onafhankelijk onderzoek was ingesteld of dat de daders terecht hadden gestaan.Ten minste zes zaken met betrekking tot vermeende marteling en overlijden tijdens hechtenis werden bij verschillende rechtbanken ingesteld tegen de religieuze politie, het Comité voor Verbreiding van Deugd en Voorkoming van Onzedelijkheid, maar in alle afgeronde zaken werden de beschuldigde politiefunctionarissen vrijgesproken. Er was echter steeds meer media-aandacht voor deze zaken.
Wrede, onmenselijke en vernederende straffen
Gerechtelijke lijfstraffen werden stelselmatig door rechtbanken opgelegd. Veroordelingen tot geseling werden regelmatig opgelegd als belangrijkste of extra straf voor de meeste misdrijven en vrijwel dagelijks uitgevoerd. Het hoogste aantal zweepslagen dat werd opgelegd in zaken die door Amnesty International zijn vastgelegd, was zevenduizend – aan twee mannen die in oktober door een rechtbank in al-Baha schuldig werden bevonden aan sodomie. Ook kinderen werden veroordeeld tot geseling.Bij ten minste drie personen werd de rechterhand vanaf de pols geamputeerd nadat ze waren veroordeeld voor diefstal.
Doodstraf
Ten minste 158 personen, 82 Saudiërs en 76 buitenlandse staatsburgers, werden geëxecuteerd. Hieronder waren drie vrouwen en ten minste één minderjarige misdadiger, Dhahian Rakan al-Sibai’, die vijftien jaar oud was ten tijde van de moord die hij zou hebben gepleegd en waarvoor hij was veroordeeld. Hij werd in juli in Taif geëxecuteerd. De geëxecuteerden waren veroordeeld wegens moord, verkrachting, drugsmisdrijven, hekserij, afvalligheid en andere aanklachten, maar er was vrijwel geen informatie beschikbaar over hun processen of eventueel beroep, of over de vraag of ze rechtsbijstand hadden ontvangen. De meeste executies werden in het openbaar uitgevoerd.Naar verluidt bevonden zich nog enkele honderden mensen in de dodencel. Hieronder waren ook minderjarige misdadigers, zoals Rizana Nafeek, een Srilankaanse huishoudelijke hulp die in 2005 op zeventienjarige leeftijd ter dood werd veroordeeld wegens moord.


