Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Jaarboek Saudi-Arabië 2005
Banner
Amnesty.nl Homepage
Header
Header

JAARBOEK SAUDI-ARABIË 2005

Betreft informatie over 2004

Moordpartijen door veiligheidstroepen en gewapende groeperingen escaleerden, hetgeen de toch al erbarmelijke mensenrechtensituatie in het land verder verslechterde. Talloze mensen, onder wie vreedzame critici van de staat, werden gearresteerd en ruim twintig verdachten in verband met de “oorlog tegen terrorisme” werden gedetineerd na hun gedwongen terugkeer uit andere landen. Ten minste vijf mogelijke gewetensgevangenen werden berecht na hoorzittingen die niet voldeden aan de internationale normen, maar de wettelijke status van anderen, onder wie honderden mensen die al jarenlang vastzaten, bleef met geheimhouding omgeven. Het debat over de discriminatie van vrouwen, dat in voorgaande jaren op gang was gekomen, nam in omvang toe en richtte zich nadrukkelijk op huiselijk geweld en politieke participatie. Er waren talloze berichten over marteling en geseling, dat een wrede, onmenselijke en onterende behandeling vormt en kan neerkomen op marteling, bleef routine. Ten minste 33 mensen werden terechtgesteld. Circa zeshonderd Iraakse vluchtelingen zaten nog altijd als virtuele gevangenen in het militaire kamp Rafha. Buitenlandse arbeiders kregen nieuwe hoop toen de regering maatregelen aankondigde om hun economische en sociale rechten te beschermen, en het land zou vooruitgang hebben geboekt bij het bestrijden van de armoede. Amnesty International kreeg nog altijd geen toegang tot het land.

Lees hier de Engelstalige jaarboektekst

Feiten en cijfers
Achtergrond
Archief jaarboek

Staatshoofd en regeringsleider : Fahd bin ‘Abdul ‘Aziz el-Saud

Doodstraf : wordt gehandhaafd

Internationaal Strafhof : niet ondertekend

VN-Vrouwenverdrag : geratificeerd met voorbehouden

Facultatief Protocol bij het VN-Vrouwenverdrag : niet ondertekend


Achtergrond
De regering bleef zich uitspreken voor politieke hervormingen tegen een achtergrond van escalerend geweld en een erbarmelijke mensenrechtensituatie. In maart werd de eerste officieel goedgekeurde Nationale Vereniging voor de Mensenrechten (NHRA) opgericht, die 41 leden telt, onder wie tien vrouwen. De NHRA stelt zich tot doel de mensenrechten te beschermen en samen te werken met internationale organisaties.


De voorbereidingen voor de eerste landelijke (zij het partijdige) gemeenteraadsverkiezingen in 2003 werden afgerond. De verkiezingen stonden gepland in drie fasen en de gemeentes werden in regionale clusters verdeeld. De eerste fase begon met de registratie van kiezers in de regio Riad waar in februari 2005 gestemd zou worden. De andere twee fasen zouden in april 2005 worden afgerond. Het in augustus uitgegeven stemreglement bepaalde dat de helft van de gemeenteraadsleden gekozen en de andere helft door de regering benoemd zou worden. Vrouwen mochten niet stemmen of zich verkiesbaar stellen (zie onder).


Moordpartijen


Moordpartijen door veiligheidstroepen en gewapende groeperingen escaleerden, met tientallen doden als gevolg. De veiligheidstroepen doodden vooral veel mensen in Riad, Makkah en Jeddah, soms tijdens botsingen met gewapende groeperingen en schutters die gezocht werden door de autoriteiten, zoals Abdul Aziz Muqrin, vermeend leider van al-Qaida in Saudi-Arabië, die in juni werd vermoord in Riad. De meeste moorden vonden echter plaats na achtervolgingen op straat of huisinvallen door veiligheidstroepen. De regering verklaarde steevast dat de vermoorde personen gewapende schutters waren, maar vanwege de geheimhouding was het niet mogelijk na te gaan of dit juist was.


Tientallen mensen werden gedood door gewapende groeperingen en schutters in verschillende delen van het land. De moordpartijen werden uitgevoerd tijdens gewapende aanvallen en na gijzelingsoperaties.



  • In mei vielen drie gewapende mannen kantoren en woonhuizen binnen van medewerkers van oliemaatschappijen in al-Khobar (Oostelijke Provincie) en gijzelden tientallen mensen, voornamelijk in het buitenland gedetacheerde werknemers. Ze vermoordden enkele gijzelaars die ze kennelijk aanzagen voor niet-moslims. Veiligheidstroepen bestormden het gebouw waar de gijzelaars werden vastgehouden. Bij de operatie zouden 22 burgers, zeven leden van de veiligheidstroepen en één schutter om het leven zijn gekomen.

  • In juni werden Frank Gardner, een Britse televisiejournalist en zijn cameraman Simon Cumbers aangevallen door schutters terwijl ze opnamen maakten in Riad. Cumbers overleed in het ziekenhuis, Gardner raakte ernstig gewond.


Politieke gevangenen en mogelijke gewetensgevangenen


Het hele jaar werden verdachte leden en sympathisanten van gewapende groeperingen en, in sommige gevallen, vreedzame critici van de staat gearresteerd.


Talloze mensen werden gearresteerd in verband met gewapende groeperingen, onder wie mensen wier namen op een door de regering in december 2003 gepubliceerde lijst van 26 voortvluchtige mannen stonden. De arrestaties vonden plaats na schermutselingen, achtervolgingen op straat, huisinvallen, gedwongen uitlevering door andere landen, of nadat de verdachten zich overgaven tijdens een door de regering op 23 juni afgekondigde amnestieperiode van een maand. Over de wettelijke status, de verblijfplaats en het welzijn van de meeste gedetineerden was niets bekend, hetgeen in strijd is met de internationale normen die verlengde incommunicado-detenties en “verdwijningen” verbieden.


Sommige gearresteerde critici van de staat werden na een korte detentieperiode weer vrijgelaten. Ten minste vijf mensen werden berecht. De wettelijke status van de overigen, onder wie talloze gedetineerden uit 2004 en honderden uit jaren daarvoor, bleef onduidelijk.



  • Vijf vermeende critici van de staat stonden terecht in drie afzonderlijke zaken. Eén zaak betrof twee hoogleraren, Dr Matrouk el-Falih en Dr Abdullah el-Hamid, en een schrijver, Ali el-Damayni. De drie behoorden tot een groep van elf academici en intellectuelen die in maart waren gearresteerd omdat ze hadden aangedrongen op politieke hervormingen en kritiek hadden geuit op de regering. Acht van hen werden naar verluidt vrijgelaten nadat ze schriftelijk hadden toegezegd dergelijke oproepen en kritiek achterwege te laten. De drie zouden hebben geweigerd de verklaring te ondertekenen en bleven in hechtenis. Bij hoge uitzondering kregen de drie mannen toegang tot familie en advocaten en in augustus moesten ze voor een rechtbank verschijnen waarvan de hoorzittingen openbaar zouden zijn. Amnesty International wilde een waarnemer naar het proces sturen, maar deze kreeg geen visum. De eerste hoorzitting van het proces was openbaar, maar werd halverwege opgeschort, naar verluidt omdat enkele aanwezigen in de rechtszaal de orde verstoorden. Daaropvolgende hoorzittingen zouden achter gesloten deuren plaatsvinden. De andere twee zaken betroffen Dr Said bin Zu’air en zijn zoon Mubarak, die beiden in 2004 waren gearresteerd. Said bin Zu’air werd schuldig bevonden aan vage aanklachten, zoals ongehoorzaamheid aan de leider van het land, en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. In een afzonderlijk proces werd zijn zoon Mubarak op vergelijkbare aanklachten veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf. De wettelijke status van een andere zoon, Sa’d, die in juli 2002 was gearresteerd, bleef onduidelijk. Said bin Zu’air was eerder al gedurende acht jaar zonder aanklacht of proces gedetineerd omdat hij kritiek had geuit op de staat.

  • Ahmed Abu ‘Ali, een 24-jarige Amerikaans staatsburger, werd in juni 2003 gearresteerd aan de universiteit van Madinah waar hij studeerde. De Amerikaanse FBI zou hem hebben verhoord of zijn verhoor hebben bijgewoond in verband met een Amerikaanse zaak – US vs Royer – waarbij elf mensen terecht stonden wegens “terroristische” vergrijpen. Abu ‘Ali had banden met een van de beklaagden, maar deze werd vrijgesproken. Abu ‘Ali zat eind 2004 nog altijd vast in Saudi-Arabië zonder aanklacht, proces of toegang tot advocaten.


Rechten van vrouwen


Het debat over vrouwenrechten duurde voort, waarbij het accent nadrukkelijk lag op huiselijk geweld en het recht op politieke participatie.


Huiselijk geweld trok nationale en internationale belangstelling toen Rania el-Baz, die was geslagen door haar echtgenoot, haar benarde situatie in april openbaar maakte om de aandacht te vestigen op het geweld waaraan vrouwen in Saudi-Arabië blootstaan. Rania el-Baz, televisiepresentatrice en moeder van twee kinderen, werd op 4 april gemolesteerd door haar echtgenoot in hun huis in Jeddah, kennelijk omdat ze de telefoon had beantwoord. Ze liep dertien breuken op in haar gezicht. Vervolgens zette haar man haar in zijn bestelbus en liet haar bewusteloos achter bij een ziekenhuis in Jeddah, waarbij hij vertelde dat ze slachtoffer was van een verkeersongeval. Hij dook onder en gaf zich op 19 april aan bij de politie. Hij werd naar verluidt aangeklaagd wegens poging tot moord, maar dit werd later teruggebracht tot ernstige geweldpleging, waaraan hij in mei schuldig werd bevonden. Hij werd veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en driehonderd zweepslagen. Rania el-Baz kon een civiele procedure aanspannen om genoegdoening te verkrijgen (qisas) in de vorm van schadeloosstelling of een lijfstraf die in verhouding staat tot het onrecht dat haar is aangedaan, maar kennelijk koos ze ervoor haar echtgenoot te vergeven in ruil voor scheiding en voogdij over haar twee zonen. De echtgenoot zat ruim de helft van zijn gevangenisstraf uit. Onbekend was of hij de zweepslagen daadwerkelijk kreeg.


Het verminkte gelaat van Rania el-Baz op de voorpagina’s van een aantal kranten bracht vele ernstige vormen van discriminatie aan het licht die geweld tegen vrouwen in Saudi-Arabië in de hand werken en in stand houden, alsmede de kwestie van straffeloosheid. Het was voor het eerst in Saudi-Arabië dat een dergelijke zaak openlijk werd berecht en leidde tot een veroordeling en bestraffing. Rania el-Baz onthulde dat haar echtgenoot in het verleden al eerder geweld tegen haar had gebruikt, maar dat ze hem niet kon verlaten omdat ze bang was de voogdij over haar kinderen te verliezen. Toen ze had geprobeerd bij hem weg te gaan, verbood hij haar twee maanden lang haar kinderen te zien. Echtscheiding is in Saudi-Arabië voornamelijk een voorrecht van de man. De rechten van vrouwen zijn op dit punt zo beperkt dat ze vrijwel onmogelijk uit te oefenen zijn. Vrouwen die willen scheiden moeten, in tegenstelling tot mannen, aantonen dat hen door de echtgenoot schade of onrecht is aangedaan; verder moeten ze in staat zijn schadevergoeding te betalen, lopen ze het risico de voogdij over hun kinderen te verliezen, en moeten ze een geheel uit mannen bestaande rechterlijke macht zien te overtuigen. De problemen worden nog verergerd doordat de vrouwenbeweging zwaar onderdrukt wordt, en door de totale afhankelijkheid van mannelijke familieleden en het sociale stigma dat rust op echtscheiding. Vrouwenactivisten, schrijvers, journalisten en advocaten drongen aan op wijzigingen in wetgeving en rechtspraak om een einde te maken aan dergelijke discriminatie en de straffeloosheid waarvan de daders profiteren. In november waren er berichten dat het ministerie van Sociale Zaken voorstellen had gedaan om huiselijk geweld te bestrijden; deze moesten eind 2004 nog worden goedgekeurd door de Raad van Ministers.


De regering kondigde in oktober aan dat vrouwen uitgesloten waren van deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen in 2005, ofschoon het in augustus ingevoerde verkiezingsreglement vrouwen niet expliciet uitsloot van deelname. Deze beslissing was strijdig met door de regering genomen stappen om de arbeidsmogelijkheden voor vrouwen te bevorderen en discriminatie van vrouwen op een aantal terreinen terug te dringen.


Marteling en mishandeling


Vanwege de strikte geheimhouding rondom arrestaties en incommunicado-detentie was het niet mogelijk na te gaan in hoeverre mensen werden gemarteld die tijdens of na gewelddadige incidenten of in het kader van het antiterrorismebeleid gearresteerd waren. Op televisie uitgezonden “bekentenissen” van sommige van deze gedetineerden baarden echter zorgen. Ook waren er berichten over marteling.



  • In september waren drie gedetineerden op de staatstelevisie te zien als leden van een gewapende groepering, terwijl ze details “bekenden” over de werkwijzen van de groepering, zoals het tonen van foto’s van martelingen door veiligheidstroepen om leden te werven en haar rekruten ervan te weerhouden zich aan te geven bij de politie. Bekentenissen van verdachten die in het verleden op televisie waren uitgezonden waren vaak verkregen via marteling, mishandeling of bedrog.

  • Zes Jemenieten zouden hebben beweerd dat ze waren geslagen, uit hun slaap gehouden en langdurig aan elkaar vastgeketend. Allemaal waren ze gearresteerd na een bezoek aan het huis van hun werkgever in Jeddah waar de politie naar verluidt wapens aantrof. Ze werden na achttien dagen te zijn verhoord weer vrijgelaten en vervolgens in augustus zonder aanklacht of proces overgebracht naar Jemen.

  • Brian O’Connor, een 36-jarige christelijke Indiër, zou zwaar zijn gemolesteerd door de religieuze politie na zijn arrestatie in maart in Riad, naar verluidt omdat hij in het bezit was van een bijbel en andere christelijke literatuur. Hij werd aangeklaagd wegens het verkopen van alcohol en veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf en driehonderd zweepslagen. In november werd hij echter uitgezet naar India.

  • In mei ging een groep Britten die beweerden dat ze in 2001 in Saudi-Arabië waren gemarteld, in beroep tegen een uitspraak van het Britse Hof van Justitie uit 2003 in een zaak die was aangespannen door Ron Jones tegen zijn vermeende beulen in Saudi-Arabië. Het hof had zijn zaak verworpen op grond van soevereine onschendbaarheid krachtens de Britse Wet van 1978. In oktober oordeelde het Hof van Beroep dat eisers de afzonderlijke functionarissen die hen hadden gemarteld konden vervolgen, maar niet de Saudische regering.


Geseling


Geseling bleef een veel voorkomende lijfstraf die door rechtbanken bij wijze van aanvullende straf werd opgelegd.



  • Tweeënveertig jongeren zouden zijn gegeseld wegens relletjes, het vernielen van auto’s en het lastigvallen van vrouwen in Makkah in augustus. De geseling werd uitgevoerd als een aanvullende straf bovenop gevangenzetting en een boete.


Vluchtelingen


De vrijwillige terugkeer van 3.500 Iraakse vluchtelingen uit de Golfoorlog van 1991 werd naar verluidt in mei opgeschort na de verslechtering van de veiligheidssituatie in Irak. Circa zeshonderd vluchtelingen zouden nog altijd als virtuele gevangenen in het legerkamp Rafha in de noordelijke woestijn aan de grens met Irak zitten. Hen werd het recht ontzegd asiel aan te vragen in Saudi-Arabië.


Doodstraf en executies


Ten minste 33 mensen, onder wie één Srilankaanse vrouw en dertien buitenlandse mannen, werden terechtgesteld. Volgens de regering waren ze schuldig bevonden aan moord, verkrachting of drugsdelicten. Het aantal gevangenen dat nog in de dodencel zat was niet bekend bij Amnesty International, maar tot deze groep behoorden Sara Jane Dematera, een Filippijnse die in 1993 wegens het vermoorden van haar werkgever ter dood was veroordeeld na een geheim proces waarbij snelrecht werd toegepast. In april mocht ze bezoek ontvangen van haar moeder.


Economische en sociale rechten


Het ging de goede kant op met de economische en sociale rechten van de ruim zeven miljoen buitenlandse arbeiders, en de VN verklaarden dat Saudi-Arabië vooruitgang had geboekt in de strijd tegen armoede. De regering maakte plannen bekend om de arbeidswetgeving te hervormen teneinde de rechten van buitenlandse arbeiders beter te beschermen. Ook verklaarde ze arbeidsbureaus en werkgevers te hebben bestraft die arbeiders mishandelden. De regering verklaarde verder dat ze de klachtenprocedures had versterkt en mishandelde arbeiders had aangemoedigd klachten in te dienen. Enkele buitenlandse arbeiders zouden zich hebben verenigd in stichtingen om hun landgenoten te helpen bij het indien van klachten. In één geval zouden de arbeiders een opvangcentrum hebben opgezet voor mishandelde buitenlandse werksters.


Rapport Amnesty International



  • The Gulf and the Arabian Peninsula: Human rights fall victim to the “war on terror” (AI Index: MDE 04/002/2004)

Ga naar boven



Archief jaarboek


Vrijdag 3 september 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Voor de pers
Wereldnieuws
Inloggen Digital Action File Info
Digital Action Files zijn bedoeld en alleen toegankelijk voor groepsleden en landenspecialisten die geregistreerd staan als betrokkene bij dit land.
Golfstaten