Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Jaarboek Mexico 2005
Banner
Amnesty.nl Homepage
Header
Header

JAARBOEK MEXICO 2005

Betreft informatie over 2004

Mensenrechtenschendingen hielden aan, met name op deelstaatniveau waar willekeurige detentie, marteling en mishandeling en oneigenlijk gebruik van het rechtssysteem veel voorkwamen. De federale regering herhaalde haar belofte om de mensenrechten nationaal en internationaal te beschermen en te bevorderen. Er werden wetsvoorstellen ingediend om de mensenrechten beter te beschermen in de grondwet en het federale strafrechtsysteem. Een Nationaal Mensenrechtenprogramma werd opgesteld. De autoriteiten bleven proberen een einde te maken aan het geweld tegen vrouwen in Ciudad Juárez, zij het zonder al te veel succes. Twee gewetensgevangenen werden vrijgelaten na meer dan een jaar in hechtenis te hebben gezeten. Een aantal mensenrechtenactivisten werd bedreigd en drie journalisten werden vermoord. Er zat weinig vooruitgang in de vervolging van verantwoordelijken voor mensenrechtenschendingen uit het verleden. Lokale verkiezingen in verscheidene deelstaten werden ontsierd door politiek geweld.

Lees hier de Engelstalige jaarboektekst
Feiten en cijfers
Achtergrond
Archief jaarboek
Staatshoofd en regeringsleider : Vicente Fox Quesada
Doodstraf : afgeschaft voor gewone misdrijven
Internationaal Strafhof : ondertekend
VN-Vrouwenverdrag en het Facultatief Protocol : geratificeerd
Achtergrond

De federale regering presenteerde en ondersteunde mensenrechteninitiatieven bij de VN-Mensenrechtencommissie en de Organisatie van Amerikaanse Staten. De regering werkte openlijk samen met internationale mensenrechtenmechanismen, waaronder het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens, bij het in kaart brengen van de binnenlandse situatie en beloofde gevolg te geven aan vierhonderd door deze mechanismen gedane aanbevelingen.

De Commissie inzake Regeringsbeleid op het gebied van Mensenrechten en haar subcommissies formuleerden een reeks initiatieven, waaronder het harmoniseren van binnenlandse wetgeving met internationale mensenrechtennormen. Er werden cursussen gegeven over de preventie en documentatie van marteling. Doordat de wetgevende macht in meerderheid tegen de voorstellen gekant was, werd op de meeste terreinen echter weinig vooruitgang geboekt, en er bestond steeds meer twijfel over het vermogen van de regering om wezenlijke verbeteringen tot stand te brengen. De meeste deelstaatregeringen bleven zich verzetten tegen belangrijke hervormingen.

Het Congres maakte zich niet sterk voor mensenrechtenhervormingen. Desondanks kwam de lang uitgestelde ratificatie van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof een stapje dichterbij met de goedkeuring van wetgeving die dit mogelijk maakt. De Eerste Kamer herkoos de voorzitter van de Nationale Mensenrechtencommissie voor nog eens vijf jaar. De geloofwaardigheid van de commissie werd ondermijnd doordat ze op eigen houtje te werk ging, zonder eerst overleg te voeren met vooraanstaande mensenrechtenorganisaties.

Misdaad, met name ontvoeringen, droeg bij aan een gevoel van onveiligheid in grote delen van de samenleving.

In oktober markeerden demonstraties aan beide zijden van de grens met de Verenigde Staten de 10 e verjaardag van de Operatie Poortwachter, het initiatief van de Amerikaanse regering om de toestroom van illegale migranten te beperken. De operatie had naar verluidt geleid tot een toenemend aantal sterfgevallen onder migranten die probeerden de grens over te steken in afgelegen en gevaarlijke gebieden.

Mensenrechtenbeleid en -wetgeving
In maart en mei kwam de regering met voorstellen voor de hervorming van de grondwet en het strafrechtsysteem, deels bedoeld om de mensenrechtenwaarborgen te versterken. Ofschoon de voorstellen talrijke positieve elementen bevatten, waren ze onvoldoende onderbouwd en gaven ze geen gevolg aan aanbevelingen door internationale mensenrechtenmechanismen, met name voorstellen gedaan door de Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens in zijn rapport over 2003. Eind 2004 had het Congres nog niets gedaan om de voorstellen goed te keuren.

In december publiceerde de regering haar lang verwachte Nationaal Mensenrechtenprogramma, dat tot stand was gekomen in overleg met burgerorganisaties.

Mensenrechtenorganisaties in Guerrero pleitten ervoor “verdwijning” aan te merken als een specifiek vergrijp in de deelstaat. Eind 2004 had het deelstaatcongres zich nog niet uitgesproken over het voorstel.


Geweld tegen vrouwen in Chihuahua
De federale regering bleef onderzoek doen naar de moord op vrouwen in Ciudad Juárez (deelstaat Chihuahua). Ofschoon het aantal gerapporteerde gevallen lager was dan in voorgaande jaren, werden nog altijd meer dan achttien vrouwen vermoord in Ciudad Juárez; in ten minste vier gevallen ging dat gepaard met seksueel geweld.

De Speciale Federale Aanklager voor Ciudad Juárez boog zich over ruim 150 tekortschietende onderzoeken naar de moorden die de deelstaatautoriteiten van Chihuahua hadden ingesteld. Ten minste zeven andere gevallen werden direct overgenomen door de aanklager. Van ten minste honderd deelstaatfunctionarissen die betrokken waren bij de oorspronkelijke onderzoeken naar de moorden werd vastgesteld dat ze steken hadden laten vallen. Omdat dezelfde deelstaatautoriteiten echter tot taak hadden deze vergrijpen te onderzoeken, werd nadrukkelijk gevreesd dat de verantwoordelijken vrijuit zouden gaan.

Vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie bleven het patroon van geweld tegen vrouwen in de deelstaat ontkennen en kwamen niet in actie bij gevallen in de stad Chihuahua. Langverbeide hervormingen van het strafrechtsysteem in de deelstaat om ernstige tekortkomingen in onderzoeks- en rechtspraktijken aan te pakken, waaronder het gebruik van marteling om bekentenissen af te dwingen van verdachten, bleven uit. Met de verkiezing van een nieuwe deelstaatgouverneur bestond er enige hoop dat er eindelijk verbetering zou komen in de situatie.

In oktober werd Víctor Javier Garcia Uribe veroordeeld tot vijftig jaar gevangenisstraf wegens de moord op acht vrouwen in 2001, ondanks onweerlegbaar bewijs dat zijn bekentenis was afgedwongen door marteling.
In november werd de zestienjarige Martha Lizbeth Hernández verkracht en vermoord in de buurt van haar huis in Ciudad Juárez. Eind 2004 was het onderzoek nog niet afgerond.
Willekeurige detentie, marteling en mishandeling

Willekeurige detentie, marteling en mishandeling door de politie bleef veel voorkomen, met name op deelstaatniveau. De autoriteiten wisten deze praktijken geen halt toe te roepen of schadeloosstelling te bieden aan slachtoffers.

In mei, tijdens de top tussen de Europese Unie, Latijns-Amerika en de Caraïben in Guadalajara gebruikte de politie van de deelstaat Jalisco willekeurige detentie en marteling tegen talloze demonstranten. De deelstaatregering weigerde de schendingen te onderzoeken, ondanks onweerlegbaar bewijs en een aanbeveling door de Nationale Commissie voor de Rechten van de Mens.
In januari werd een achttienjarige inheemse Tlapaneco-man, Socrates Tolentino González Genaro, gedetineerd en gemarteld door de gemeentepolitie in Zapotitlan Tablas (deelstaat Guerrero). De volgende dag kreeg zijn moeder te horen dat hij zelfmoord had gepleegd en moest ze een formulier ondertekenen om zijn stoffelijk overschot vrij te geven. Zijn moeder, die niet kon lezen, ontdekte later dat ze onbewust een verklaring had ondertekend dat haar zoon zelfmoord had gepleegd. Dankzij de gezamenlijke inspanningen van de familie en een lokale mensenrechtenorganisatie werd het lichaam van Socrates González opgegraven. Uit een lijkschouwing bleek dat hij was gemarteld en vermoord. Tegen vier politieagenten liep eind 2004 een gerechtelijk onderzoek in verband met zijn dood.


Misbruik van het rechtssysteem
Het rechtssysteem werd nog altijd misbruikt, met name op deelstaatniveau. Het gebrek aan onpartijdigheid binnen de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie leidde tot vervolging op valse gronden en oneerlijke processen.

In augustus werden twee advocaten, María del Carmen Grajales en Heriberto Gómez, die werkten voor de verdediging van een moordverdachte in Chiapas, door de politie in hechtenis genomen en aangeklaagd wegens het vervalsen van bewijsmateriaal. De twee werden later op borgtocht vrijgelaten. Vermoedelijk werden ze vervolgd als vergelding voor hun pogingen te bewijzen dat de politie hun cliënt had gemarteld en bewijs had vervalst.
Onder nationale en internationale druk werden aanklachten tegen twee inheemse milieuactivisten ingetrokken. Hermenegildo Rivas en Isidro Baldenegro waren in 2003 in hun huizen in Colorados de la Virgen (Chihuahua) gearresteerd.
In november werd Felipe Arreaga, een vermaard milieuactivist in de bergen van Petetlan (deelstaat Guerrero) gearresteerd en aangeklaagd in verband met de moord op een zoon van een cacique (lokale politieke baas) in 1998. Ondanks bewijs waarmee hij zijn onschuld aantoonde, bleef hij in hechtenis omdat getuigen à charge niet voor de rechtbank verschenen. Vermoedelijk werd Felipe Arreaga vervolgd als vergelding voor zijn pogingen om het kappen van lokale bossen te verhinderen.


Mensenrechtenactivisten
Mensenrechtenactivisten werden nog altijd bedreigd, geïntimideerd en belasterd. Deelstaatautoriteiten grepen niet in om dergelijke incidenten te voorkomen of te onderzoeken. In twee deelstaten waar de lokale Commissie voor de Rechten van de Mens mensenrechtenschendingen aan de kaak stelde, werden de commissievoorzitters door plaatselijke autoriteiten lastiggevallen en uit hun ambt gezet.

In september kwam een man die zich uitgaf als lid van het Federale Recherchebureau het kantoor binnen van het Mensenrechtencomité Fray Pedro Lorenzo de la Nada in Ocosingo, (deelstaat Chiapas), waarbij hij het personeel intimideerde en dreigde hen te arresteren.
In september formuleerden de gouverneur van Guerrero en een hoge legercommandant uit de lucht gegrepen aanklachten tegen mensenrechtenorganisaties om de legitimiteit van hun werk te ondermijnen.
De familie van mensenrechtenadvocate Digna Ochoa, die in 2001 overleed, tekende beroep aan tegen een onderzoek naar haar dood waaruit naar voren kwam dat ze zelfmoord had gepleegd. Twee beroepsprocedures werden afgewezen door de federale rechters, ondanks ernstige tekortkomingen in het onderzoek.
Aanvallen op journalisten en vrijheid van meningsuiting

Ten minste drie journalisten werden vermoord, kennelijk als vergelding voor hun onderzoek naar drugshandelaren en de banden die deze onderhielden met lokale autoriteiten en zakenmensen.

In juni werd journalist Francisco Ortiz Franco ten overstaan van zijn kinderen doodgeschoten in Tijuana (Baja California). Vijf verdachten werden opgepakt in verband met de moordpartij, waaronder een voormalige politieagent.
In de deelstaat Chiapas werd de vrijheid van meningsuiting aan banden gelegd nadat buitengewoon strenge lasterwetgeving was goedgekeurd.

Mensenrechtenschendingen uit het verleden
Er werd enige vooruitgang geboekt bij de vervolging van mensen die zich van de jaren zestig tot en met de jaren tachtig schuldig hadden gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen tijdens de “vuile oorlog” in Mexico. De in 2002 benoemde Speciale Aanklager voor mensenrechtenschendingen uit het verleden vervolgde een aantal hoge functionarissen uit eerdere regimes. Elf arrestatiebevelen werden uitgevaardigd maar een aantal daarvan werd ingetrokken, onder meer die tegen de voormalige president Luis Echeverría. Ze werden verworpen omdat de misdrijven, waaronder moord en volkenmoord, volgens de Mexicaanse wet verjaard waren. Eind 2004 liep in deze zaak een beroep voor het Opperste Gerechtshof. De vrees bestond dat hoge legerofficieren en functionarissen vrijuit zouden gaan. De minister van Defensie en andere hooggeplaatste militaire figuren pleitten openlijk voor amnestiewetgeving om de vermeende daders te beschermen.

Twee voormalige functionarissen werden gedetineerd wegens de “verdwijning” van Jesús Piedra Ibarra in 1975. Tevens werd een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen de voormalige directeur van het Federale Veiligheidsdirectoraat, Luis de la Barreda.
Een militair tribunaal sloot de zaak tegen legergeneraal Arturo Acosta Chaparro, die terechtstond wegens de “verdwijning” van 143 mensen in Guerrero in de jaren zeventig, op grond van het feit dat het bewijs tegen hem niet langer geldig was en dat kroongetuigen zich de gebeurtenissen niet meer konden herinneren. Hij bleef in de gevangenis op verdenking van andere strafbare feiten die geen verband hielden met deze zaak.
Militaire rechtbanken hadden nog altijd geen schadeloosstelling toegekend aan twee inheemse vrouwen die in 2002 verkracht waren door leden van het Mexicaanse leger in Guerrero. De zaken van de twee vrouwen werden behandeld door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens.


Inheemse volkeren
Lokale verkiezingen in Chiapas en Oaxaca stonden in het teken van politiek geweld, met name in inheemse gemeenschappen waar een conflict woedde. De autoriteiten lieten na onderliggende kwesties aan te pakken die in veel inheemse gemeenschappen speelden, zoals marginalisering en inheemse rechten, hetgeen veelvuldig leidde tot oplopende spanningen en geweld. De neiging van de autoriteiten om caciques (lokale politieke bazen) de hand boven het hoofd te houden, leidde eveneens tot escalerend geweld en straffeloosheid voor schendingen.

In september werd de burgemeesterskandidaat Guadalupe Avila Salinas vermoord in de gemeenschap San José Estancia Grande (deelstaat Oaxaca). Ze zou zijn vermoord door de voorzitter van de regerende partij in de gemeente, die vervolgens onderdook om arrestatie te ontlopen. Twee dagen later werd Lino Antonio Almoraz vermoord in de gemeenschap Loxicha, op de dag voordat daar verkiezingen werden gehouden waarvoor hij campagne had gevoerd. Hij was lid van de Unie van Gemeenten tegen Onderdrukking in de regio Loxicha. Leden van deze organisatie behoorden tot de veertig slachtoffers van politieke moorden in Loxicha sinds 1997, toen talloze leden van de gemeenschap gedetineerd en gemarteld waren op verdenking van lidmaatschap van een gewapende oppositiegroepering.
In april werd een demonstratie over de toegang tot water, gevoerd door honderden leden van de Zinacantán-gemeenschap in Chiapas die sympathiseerden met de Zapatistische politieke beweging, aangevallen door aanhangers van de regerende partij in de gemeenteraad. Er vielen daarbij vele gewonden en velen ontvluchtten enkele dagen hun huizen uit angst voor meer aanvallen.


Rapporten en bezoeken Amnesty International
Mexico: Ending the brutal cycle of violence against women in Ciudad Juárez and the city of Chihuahua (AI Index: AMR 41/011/2004)
Mexico: Memorandum to the Mexican Federal Congress on reforms to the Constitution and criminal justice system (AI Index: AMR 41/032/2004)
Mexico: Indigenous women and military injustice (AI Index: AMR 41/033/2004)
Mexico: Allegations of abuse dismissed in Guadalajara – reluctance to investigate human rights violations perpetuates impunity (AI Index: AMR 41/034/2004)

In juni bracht een afvaardiging van Amnesty International een bezoek aan Mexico-Stad en de deelstaten Veracruz, Oaxaca en Guerrero.

Ga naar boven



Archief jaarboek


Bekijk het dossier van dit land  
Vrijdag 3 september 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Voor de pers
Wereldnieuws
Goed Nieuws
Inloggen Digital Action File Info
Digital Action Files zijn bedoeld en alleen toegankelijk voor groepsleden en landenspecialisten die geregistreerd staan als betrokkene bij dit land.
Midden-Amerika