JAARBOEK MEXICO 2004
Betreft informatie over 2003
De Mexicaanse regering herhaalde haar belofte om de mensenrechten te beschermen en te bevorderen. Haar maatregelen waren echter ontoereikend om veelvuldige en grootschalige mensenrechtenschendingen een halt toe te roepen. Mensenrechtenschendingen en straffeloosheid waren voor een belangrijk deel te wijten aan structurele tekortkomingen in het strafrechtsysteem. De autoriteiten beloofden een einde te maken aan de reeks moorden en ontvoeringen van vrouwen in Ciudad Juárez en Chihuahua. Ten minste één mensenrechtenactivist werd vermoord en drie anderen werden met de dood bedreigd. Verscheidene sociale activisten werden om naar verluidt politieke redenen aangeklaagd. Een uitspraak van het Opperste Gerechtshof maakte mogelijk de weg vrij voor de vervolging van functionarissen die verantwoordelijk waren voor eerdere “verdwijningen”. Talloze inheemse gemeenschappen gingen nog altijd gebukt onder marginalisering en geweld. De VN publiceerde een inventarisatie van de mensenrechtensituatie in Mexico die als basis moest gaan dienen voor een Nationaal Mensenrechtenprogramma van de regering. Lees hier de Engelstalige jaarboektekstAchtergrond
Archief jaarboek
Achtergrond
De regering van president Fox bleef een voortrekkersrol vervullen bij het bevorderen van mensenrechtenwaarborgen via initiatieven in het kader van de VN en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), en sprak openlijk haar steun uit voor mensenrechtenorganisaties.
In mei stelde de president de Commissie inzake Regeringsbeleid samen om de mensenrechtenacties van de federale regering te coördineren. Niet-gouvernementele mensenrechtenorganisaties droegen op een aantal terreinen bij aan het werk van de commissie en zeven subcommissies, waaronder het harmoniseren van binnenlandse wetgeving met internationale mensenrechtenstandaarden en het ontwikkelen van maatregelen om een einde te maken aan de moorden en ontvoeringen van vrouwen in Ciudad Juárez.
Na verkiezingen voor de Eerste Kamer van het Congres werd de regering nog meer afhankelijk van oppositiestemmen. In juni werd een wet tegen discriminatie aangenomen. Beperkte grondwetswijzigingen, die nodig waren opdat Mexico het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof kon ratificeren, waren nog niet goedgekeurd door de Eerste kamer en de deelstaatcongressen.
Dringende structurele hervormingen om een einde te maken aan mensenrechtenschendingen door het openbaar ministerie, de politie en het leger, met name op deelstaatniveau, bleven niettemin achterwege. De rechterlijke macht en het bureau van de Ombudsman voor de Mensenrechten bleek over het algemeen niet in staat schendingen te voorkomen en te bestraffen.
Het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) had na tien jaar nog altijd een wezenlijke invloed op de Mexicaanse economie. Begin 2003 demonstreerden boeren tegen het opheffen door NAFTA van invoerrechten op bepaalde landbouwproducten, hetgeen echter geen verandering in het regeringsbeleid teweegbracht. Boeren en andere beroepsgroepen organiseerden in oktober protesten tijdens de bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie in Cancun.
GEWELD TEGEN VROUWEN
Talloze vrouwen werden ontvoerd en vermoord in de steden Ciudad Juárez en Chihuahua (deelstaat Chihuahua). Er waren herhaalde berichten over nalatigheid bij onderzoeken door de plaatselijke autoriteiten, over verdachten die werden gemarteld; ook zouden familieleden van slachtoffers en NGO´s die zich sterk maakten voor gerechtigheid zijn lastiggevallen en belasterd. Onder hevige internationale en nationale druk kondigden de federale autoriteiten een reeks maatregelen aan om de veiligheid en rechtspraak te verbeteren en daarmee de misdaad tegen te gaan. In oktober benoemde de president een commissielid om deze initiatieven te coördineren. In maart publiceerde de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR) een rapport over de moordpartijen. In november publiceerde de Nationale Commissie voor de Mensenrechten eveneens een rapport met aanbevelingen. *In maart werd de zestienjarige Viviana Rayas ontvoerd in Chihuahua en vervolgens vermoord. De autoriteiten stelden pas een gedegen onderzoek in naar haar ontvoering nadat haar stoffelijk overschot in mei werd gevonden. Een man en een vrouw werden korte tijd later gearresteerd, maar dienden vervolgens aanklachten in wegens marteling. Getuigen verklaarden tevens dat ze waren gemarteld om belastende verklaringen af te leggen tegen de twee verdachten. De autoriteiten ontkenden tekortkomingen bij het onderzoek naar de ontvoering en het verzamelen van bewijs.
WILLEKEURIGE DETENTIE EN MARTELING
In mei publiceerde het VN-Comité tegen Foltering zijn rapport over een vijf jaar durend onderzoek naar marteling in Mexico. Het rapport stelde dat voorvallen van marteling “geen uitzonderlijke situaties of sporadische schendingen door een aantal politieagenten zijn, maar dat de politie op grote schaal en stelselmatig martelt als alternatief voor strafrechtelijk onderzoek”.
Rechtshulpverleners, aanklagers en rechters lieten via marteling verkregen informatie veelvuldig toe als bewijsmateriaal in strafzaken, met name op deelstaatniveau. Een uitvoerige studie door Artsen voor Mensenrechten naar marteling in deelstaten en op federaal niveau toonde aan dat het probleem veel omvangrijker was dan uit officiële cijfers bleek. Het federale bureau van de procureur-generaal schaarde zich formeel achter internationale standaarden voor het vastleggen van medisch bewijs van marteling, maar de onafhankelijkheid van het onderzoeksbureau in dergelijke gevallen werd niet gegarandeerd.
In september werden vier inheemse Totanac-mannen uit de gemeente Huehuetla (deelstaat Puebla) gedetineerd en naar verluidt gemarteld door leden van de gerechtelijke deelstaatpolitie om ze te dwingen een moord te bekennen. De autoriteiten zouden een onderzoek hebben ingesteld naar de vermeende marteling.
Er waren een aantal berichten over onwettige moorden door de politie en ten minste één mogelijke “verdwijning”.
Marcelino Santiago Pacheco, die voor het laatst werd gezien toen hij op 27 april zijn huis in Oaxaca-stad verliet, zou mogelijk zijn “verdwenen”. Hij was in 1997 naar verluidt gemarteld door de veiligheidstroepen en samen met talloze leden van de inheemse Loxicha-gemeenschap gedetineerd. Hij zou in het kader van een onderzoek bewijs hebben geleverd voor mensenrechtenschendingen tegen leden van de Loxicha-gemeenschap.
MENSENRECHTENACTIVISTEN
Ten minste één mensenrechtenactivist werd vermoord en anderen werden met de dood bedreigd of kregen te maken met lastercampagnes. Vooral activisten die actief waren in lokale gemeenschappen werden vijandig bejegend door deelstaatautoriteiten, ofschoon de federale autoriteiten in een aantal gevallen bescherming boden.
Advocate Griselda Tirado Evangelio werd op 6 augustus neergeschoten voor haar huis in Huehuetla (deelstaat Puebla). Ze was lid van de Onafhankelijke Organisatie voor Totonaca (Organización Independiente Totonaca,OIT), die opkomt voor de rechten van inheemse gemeenschappen in de regio Sierra Norte (deelstaat Puebla).
In juli concludeerde een Speciale Aanklager die was aangesteld om de dood van mensenrechtenadvocate Digna Ochoa in 2001 te onderzoeken dat ze zelfmoord had gepleegd. De zaak werd officieel gesloten, waarmee de aanklager voorbijging aan ernstige tekortkomingen in het oorspronkelijke onderzoek waarop de IACHR had gewezen.
POLITIEK GEMOTIVEERDE AANKLACHTEN
Mensenrechtenactivisten en sociale activisten stonden nog altijd bloot aan politiek gemotiveerde aanklachten, met name in deelstaten waar lokale aanklagers en rechters naar de pijpen dansten van de uitvoerende macht.
In maart werden Isidro Baldenegro en Hermenegildo Rivas Carrillo, die leiding gaven aan vreedzame oppositie tegen illegale houtkap binnen de inheemse gemeenschap Coloradas de la Virgen in de Sierra Tarahumara (deelstaat Chihuahua), gedetineerd door de deelstaatpolitie en aangeklaagd wegens illegaal bezit van wapens en marihuana. Talloze getuigen verklaarden dat de politie het bewijs had voorgekookt en dat de aanklacht politiek gemotiveerd was. Eind 2003 was nog geen uitspraak gedaan in hun proces. De twee mannen waren gewetensgevangenen.
In november gaf een federale rechtbank opdracht tot de vrijlating van de inheemse leider Julio Sandoval Cruz, die twee jaar van zijn vijfjarige gevangenisstraf had uitgezet in Ensenada, Baja California, wegens zijn rol in een landgeschil.
STRAFFELOOSHEID
De Speciale Aanklager voor mensenrechtenschendingen uit het verleden, aangesteld in 2002, boekte enige vooruitgang bij het vervolgen van personen die zich van de jaren zestig tot en met de jaren tachtig schuldig hadden gemaakt aan mensenrechtenschendingen. In november werd Zacarías Barrientos, een kroongetuige bij zaken in Guerrero, vermoord, waardoor gevreesd werd voor de veiligheid van andere getuigen. Het Opperste Gerechtshof deed twee belangrijke uitspraken tegen straffeloosheid.
In april weigerde een rechter in Nuevo León een arrestatiebevel uit te vaardigen tegen functionarissen die ervan beschuldigd werden in 1976 Jesús Piedra Ibarra te hebben ontvoerd, vanwege het feit dat het misdrijf was verjaard. In november vernietigde het Opperste Gerechtshof deze beslissing, en oordeelde dat dergelijke misdrijven pas verjaren vanaf het moment dat de ontvoerde persoon wordt vrijgelaten, overeenkomstig internationale normen tegen “verdwijningen”. De Speciale Aanklager vaardigde vervolgens ten minste drie arrestatiebevelen uit tegen een aantal voormalige functionarissen die betrokken waren bij “verdwijningen”.
In juni bekrachtigde het Opperste Gerechtshof de uitlevering aan Spanje van de voormalige Argentijnse kapitein ter zee Ricardo Miguel Cavallo, om daar te worden berecht wegens volkenmoord en terrorisme, hetgeen een belangrijk precedent schiep voor universele jurisdictie. In strijd met internationaal recht, dat verjaring van misdaden tegen de menselijkheid verbiedt, sloot het Opperste Gerechtshof op grond van een Mexicaanse verjaringsclausule voor marteling echter aanklachten wegens marteling uit die neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid.
De burgerrechtbanken bleven aanklachten wegens mensenrechtenschendingen door legerofficieren doorverwijzen naar een militaire aanklager en militaire rechtbanken, hetgeen straffeloosheid in de hand werkte en slachtoffers gerechtigheid ontzegde. Het Opperste Gerechtshof had zich nog niet uitgesproken over de rechtmatigheid van het voorbehoud dat Mexico had aangebracht bij het Inter-Amerikaans Verdrag inzake Gedwongen Verdwijningen van Personen.
In mei verwierp een federale rechtbank een beroep van Valentina Rozenda Cantú, een inheemse vrouw uit de gemeenschap Barranca Bejuco in de gemeente Acatepec (deelstaat Guerrero) die in 2002 zou zijn verkracht door militairen, om haar zaak te laten behandelen door een burgerrechtbank. Het besluit van de rechter om militaire jurisdictie toe te kennen garandeerde dat de zaak niet onpartijdig zou worden onderzocht.
INHEEMSE VOLKEN
In juni bezocht de Speciale VN-Rapporteur inzake de mensenrechtensituatie en fundamentele vrijheden van inheemse volken zes deelstaten - waaronder Chiapas, Oaxaca en Guerrero – waar discriminatie, marginalisering en etnische conflicten talloze mensenrechtenschendingen uitlokten. De Speciale Rapporteur drong aan op hervatting van de onderhandelingen met het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (Ejército Zapatista de Liberación Nacional, EZLN) in Chiapas, en het herzien van de omstreden wet inzake de rechten van inheemse volken uit 2001 die niet voldeed aan de afspraken uit het vredesakkoord van 1996. Gevreesd werd dat infrastructuur- en ontwikkelingsprojecten uit het regionale ontwikkelingsplan Plan Puebla Panamá de economische, sociale en culturele rechten van inheemse gemeenschappen in het zuiden van Mexico zouden ondermijnen.
In juni verzetten lokale mensenrechtenorganisaties zich tegen de dreigende verwijdering van maar liefst 42 inheemse nederzettingen in het natuurreservaat Montes Azules in Chiapas, en voerden daarbij aan dat de gemeenschappen niet naar behoren waren geraadpleegd en dat de maatregelen bedoeld waren om particuliere investeringen aan te trekken in plaats van het milieu te beschermen.
Nationaal Mensenrechtenprogramma
In december legde het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens een uitvoerige inventarisatie van de mensenrechtensituatie voor aan president Fox, met specifieke wetgevende en niet-wetgevende aanbevelingen voor institutionele hervormingen teneinde fundamentele mensenrechten te waarborgen. De ongekende inventarisatie, die werd uitgevoerd door vier nationale deskundigen in overleg met de burgergemeenschap, behoorde tot de tweede fase van de Technische Samenwerkingsovereenkomst met de VN. Deze verplichtte de regering ertoe op basis van de inventarisatie in de daaropvolgende maanden een Nationaal Mensenrechtenprogramma op poten te zetten en te implementeren.
RAPPORTEN EN BEZOEKEN AMNESTY INTERNATIONAL
Mexico: Unfair trials -- unsafe convictions (AI Index: AMR 41/007/2003)
Mexico: Intolerable killings – 10 years of abductions and murders of women in Ciudad Juárez and Chihuahua (AI Index: AMR 41/026/2003)
Mexico: Prisoners of conscience – indigenous environmental activists (AI Index: AMR 41/051/2003)
In augustus bracht Irene Khan, secretaris-generaal van Amnesty International, een bezoek aan Mexico en sprak er met president Fox en hoge regeringsfunctionarissen. Ook in augustus organiseerde Amnesty International haar tweejaarlijkse Internationale Raadsbijeenkomst en een Jongerenconferentie in Cocoyoc (deelstaat Morelos).


