Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Jaarboek Mexico 2002
Banner
Amnesty.nl Homepage
Header
Header

JAARBOEK MEXICO 2002

Betreft informatie over 2001

Een vooraanstaand mensenrechtenactivist werd vermoord en vele anderen werden met de dood bedreigd. Nieuwe wetgeving inzake de rechten van inheemse volken bleek niet afdoende om het conflict in Chiapas te beëindigen. Willekeurige detentie en marteling bleven veel voorkomen. Er waren berichten over “verdwijningen” en buitengerechtelijke executies. Straffeloosheid voor dergelijke misdrijven bleef de norm. De roep om volledige en doeltreffende onderzoeken te doen naar mensenrechtenschendingen uit het verleden nam toe. Meer militairen kregen functies toegewezen binnen het openbaar ministerie. Na zware druk uit binnen- en buitenland werden twee gewetensgevangenen vrijgelaten, maar hun veroordelingen werden niet vernietigd, noch werden hun folteraars berecht. Een andere gewetensgevangene bleef in hechtenis. Eind 2001 keurde de Senaat de ratificatie van een aantal internationale mensenrechtenverdragen goed. Het Statuut van het Rome van het Internationaal Strafhof was nog niet geratificeerd.

Lees hier de Engelstalige jaarboektekst
Feiten en cijfers
Achtergrond
Archief jaarboek
Verenigde Mexicaanse Staten
Staatshoofd en regeringsleider: Vicente Fox Quesada
Hoofdstad: Mexico-Stad
Bevolking: 100 miljoen
Officiële taal: Spaans
Doodstraf: afgeschaft voor gewone misdrijven
Ondertekend/geratificeerd in 2001: Inter-Amerikaans Verdrag inzake Gedwongen Verdwijningen van Personen
Achtergrond

Bij zijn aantreden in december 2000 beloofde president Fox van de Nationale Actiepartij (Partido Acción Nacional) een eind te maken aan de straffeloosheid die het bewind van de Institutionele Revolutionaire Partij (Partido Revolucionario Institucional) in de zeventig jaar daarvoor grotendeels had gekenmerkt. In maart deed de minister van Buitenlandse Zaken ongekende beloften om mensenrechtenschendingen tegen te gaan, onder meer via het ratificeren en in nationale wetgeving opnemen van alle uitstaande internationale mensenrechtenverdragen en door alle internationale mensenrechtenorganisaties uit te nodigen Mexico te bezoeken. Eind 2001 hadden deze internationale beloften echter nog niet geleid tot daadwerkelijke verbeteringen in de mensenrechtensituatie, en er bleven talloze berichten binnenkomen over mensenrechtenschendingen.

Bij zijn aantreden had president Fox een generaal tot Procureur-Generaal van de Republiek benoemd die eerder hoofd auditeur-militair was geweest en daarbij een reputatie had opgebouwd om legerfunctionarissen beschuldigd van mensenrechtenschendingen niet te vervolgen. In 2001 kregen ten minste dertien andere legerofficieren hoge functies binnen het openbaar ministerie toegewezen. Er bestond geen doeltreffend systeem om onafhankelijk gerechtelijk onderzoek te doen naar de veelvuldige berichten over mensenrechtenschendingen door het leger of door leden van het openbaar ministerie. In de aanloop naar de verkiezingen gedane voorstellen om de rechtspleging te hervormen werden niet in daden omgezet en de toenemende rol van het leger binnen het openbaar ministerie leidde tot ernstige twijfels over de bereidheid van de regering om straffeloosheid aan te pakken.

Er werd een minister voor Openbare Veiligheid benoemd die de verantwoordelijkheid kreeg voor de Federale Preventieve Politie (Policía Federal Preventiva, PFP), en gevangenissen. Duizenden dienstdoende militairen werden rechtstreeks overgeplaatst naar de PFP.

In februari bekrachtigde de Mexicaanse regering de uitlevering aan Spanje van een Argentijn die beschuldigd werd van misdaden tegen de menselijkheid tijdens het militaire bewind in Argentinië. Eind 2001 had een Mexicaanse rechter nog geen definitieve beslissing genomen over het al dan niet goedkeuren van deze uitlevering.

MENSENRECHTENACTIVISTEN EN JOURNALISTEN
Er kwamen talloze berichten binnen over het lastigvallen van mensenrechtenactivisten en journalisten in verscheidene deelstaten. Ze werden het slachtoffer van doodsbedreigingen en molestaties; ook werden hun gangen nagegaan en werd hun goede naam door het slijk gehaald. De autoriteiten verzuimden stappen te ondernemen om de verantwoordelijken voor de rechter te brengen, waardoor het veiligheidsklimaat verder verslechterde.

Op 19 oktober werd Digna Ochoa, een mensenrechtenadvocate die werkte voor het Mensenrechtencentrum''Miguel Agustín Pro Juárez'' (Centro de Derechos Humanos ''Miguel Agustín Pro Juárez'', PRODH), doodgeschoten in haar kantoor in Mexico-Stad. Bij haar lichaam vond men een doodsbedreiging waarin leden van het PRODH werden gewaarschuwd dat hen hetzelfde lot te wachten stond. Digna Ochoa werkte aan opzienbare zaken waarbij leden van het leger en het openbaar ministerie beschuldigd werden van ernstige mensenrechtenschendingen. De autoriteiten hadden herhaaldelijk nagelaten de verantwoordelijken voor een reeks bedreigingen en gewelddaden tegen Digna Ochoa en het PRODH op te sporen en te berechten. Ongerijmdheden in het oorspronkelijk onderzoek naar haar dood wekten het vermoeden dat cruciaal bewijsmateriaal wellicht verloren was gegaan. Een week na de moord op Digna Ochoa ontvingen vijf vooraanstaande mensenrechtenactivisten in Mexico-Stad doodsbedreigingen. De autoriteiten beloofden om mensenrechtenactivisten te beschermen en de verantwoordelijken voor de moord te berechten. Onderzoeken naar de moord en de bedreigingen waren eind 2001 nog niet afgerond.
Door het jaar heen zouden leden van het Mensenrechtencentrum ''Fray Bartolomé de Las Casas'' (Centro de Derechos Humanos ''Fray Bartolomé de las Casas'', CDHFBC) in de deelstaat Chiapas zijn lastiggevallen en bedreigd; zo probeerden schutters hen in augustus in een hinderlaag te laten lopen op de weg naar San Cristobal, ontvingen ze bedreigingen per e-mail en vroegen anonieme personen bij het CDHFBC en bij reisbureaus de reisschema´s van CDHFBC-leden op.
In oktober ontving Abel Barrera van het Mensenrechtencentrum “Montaña ''Tlachinollan'' (Centro de Derechos Humanos de la Montaña ''Tlachinollan’’) in de deelstaat Guerrero een doodsbedreiging nadat hij het onderzoek naar eerdere bedreigingen aan zijn adres zelf had voortgezet. Ondanks beloften om de nieuwe bedreiging te onderzoeken, namen de autoriteiten geen passende maatregelen.


DEELSTAAT CHIAPAS
In het kader van zijn toezegging om snel tot een vreedzame oplossing te komen van het conflict met het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (Ejército Zapatista de Liberación Nacional, EZLN), gaf president Fox het leger in Chiapas opdracht naar de kazerne terug te keren en werden vele EZLN-aanhangers vrijgelaten uit hechtenis. In april nam de hoop op een snelle oplossing van het conflict af nadat het Congres een wetsvoorstel wijzigde en goedkeurde inzake rechten van inheemse volken, dat niet tegemoet kwam aan gemaakte afspraken. Belangengroeperingen van inheemse volken en mensenrechtenorganisaties over het hele land veroordeelden het wetsvoorstel dat in hun ogen indruiste tegen de internationale beloften van Mexico om rechten van inheemse volken te beschermen. Het EZLN trok zich terug uit de onderhandelingen.

Leden van inheemse gemeenschappen hadden ook in 2001 te lijden onder intimidatie en geweld door paramilitaire of “gewapende burger”-groepen. Desondanks keerden een aantal in eigen land ontheemd geraakte personen terug naar hun gemeenschappen.

In februari zou een paramilitaire groep naar verluidt zes inheemse Tzotziles-families van hun land hebben verdreven in de gemeente Chenalhó (Chiapas). De speciale eenheid van het openbaar ministerie die in 1999 was ingesteld om onderzoek te doen naar paramilitaire groepen verzuimde de verantwoordelijken voor deze en andere misdaden voor de rechter te brengen.
In november zouden verscheidene verantwoordelijken voor de massamoord in 1997 op 45 leden van de inheemse gemeenschap Acteal door een federale rechtbank zijn vrijgesproken en vrijgelaten.


WILLEKEURIGE DETENTIE, MARTELING EN MISHANDELING
Politiekorpsen op federaal, deelstaat- en gemeentelijk niveau en legerofficieren die politieoperaties uitvoerden bleven veelvuldig gebruik maken van willekeurige detentie, marteling en mishandeling. Wetgeving om dergelijke schendingen te voorkomen en bestraffen bleef ontoereikend en er werd zelden een beroep op gedaan. Rechtbanken lieten stelselmatig na door de openbaar aanklager aangedragen bewijs dat kennelijk verkregen was door middel van marteling nietig te verklaren, of onderzoek te doen naar de vermeende verantwoordelijken. Volgens berichten kwamen gevangenisomstandigheden neer op wrede, onmenselijke of onterende behandeling.

In mei werd José Antinio Garcia Sandoval in de stad Miguel Aleman (deelstaat Tamaulipas), naar verluidt uit zijn huis gesleurd door de gemeentelijke Preventieve Politie (Policía Preventiva) na een burenruzie. Hij werd afgeranseld, geschopt en herhaaldelijk in het gezicht geslagen. Hij werd 24 uur in incommunicado-detentie gehouden en bedreigd met vergeldingsacties als hij aangifte zou doen van het incident. Twee officiële medische onderzoeken maakten geen melding van zijn ernstige verwondingen, waaronder gebroken ribben. Hoewel hij een klacht indiende bij het openbaar ministerie en de Commissie voor de Mensenrechten, werd naar verluidt geen actie ondernomen tegen de daders.
In december detineerden PFP-agenten in Tijuana (deelstaat Baja California) twee migrantenarbeiders, Filiberto Girón Cisneros en Enrique Rey Buenrostro, die ze zouden hebben gemarteld om bekentenissen af te dwingen over illegale migranten. De twee werden vervolgens in het ziekenhuis opgenomen om hun verwondingen te laten behandelen en ze dienden een officiële klacht in. De verantwoordelijke PFP-agenten zouden zijn gedetineerd in afwachting van een onderzoek.


”VERDWIJNINGEN” EN BUITENGERECHTELIJKE EXECUTIES
Federale en deelstaatpolitie zou verantwoordelijk zijn voor de “verdwijning” van ten minste drie mensen tijdens politieacties. Over de verblijfplaats van de slachtoffers was eind 2001 nog altijd niets bekend. Een hervorming van de federale wetboeken van strafrecht werd doorgevoerd waarbij “verdwijning” als misdrijf werd aangemerkt.

Er waren berichten over buitengerechtelijke executies door leden van de veiligheidstroepen in verscheidene deelstaten, waaronder Chihuahua. De autoriteiten hebben naar verluidt nagelaten om directe en doeltreffende actie te ondernemen teneinde de verantwoordelijken voor de rechter te brengen.

In juni werd Faustino Jiménez Alvarez naar verluidt gedetineerd door de Federale Gerechtelijke Politie (Policía Judicial del Estado) in Tierra Colorada (deelstaat Guerrero). De plaatselijke autoriteiten slaagden er niet in zijn verblijfplaats te achterhalen, en functionarissen die ervan werden beschuldigd de hand te hebben gehad in zijn “verdwijning” bleven in functie terwijl het onderzoek tegen hen liep; ze ontvluchtten de deelstaat voordat de zaak aanhangig werd gemaakt. Eind 2001 was over het lot van Faustino Jiménez Alvarez nog altijd niets bekend.


GEWETENSGEVANGENEN
In november werden Rodolfo Montiel Flores en Teodoro Cabrera García, twee boeren en milieuactivisten, op bevel van de president vrijgelaten op ''humanitaire gronden''. De twee mannen waren in 1999 gedetineerd vanwege hun vreedzaam activisme en tekenden valse verklaringen na te zijn gemarteld door het leger. Ze werden vervolgens berecht en veroordeeld, en in juli 2001 was hun hoger beroep afgewezen door de rechter. Bij hun vrijlating erkenden de autoriteiten hun onschuld niet, noch namen ze stappen om de verantwoordelijken voor hun marteling voor de rechter te brengen.
Een andere gewetensgevangene, brigadegeneraal José Francisco Gallardo, zat het achtste jaar van zijn straf uit. Een hoger beroep bij de burgerrechtbank om de autoriteiten te dwingen zich te houden aan de aanbevelingen van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens die had geadviseerd hem onmiddellijk vrij te laten, werd uitgesteld nadat de autoriteiten herhaaldelijk nalieten de rechtbank de gevraagde documenten te verschaffen. De commissie legde de zaak voor aan het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. Eind 2001 vaardigde het hof een resolutie uit waarin het de Mexicaanse staat opdroeg de veiligheid van de generaal te garanderen en de partijen sommeerde om de zaak ten overstaan van het hof uiteen te zetten.


STRAFFELOOSHEID

Verwanten van honderden in de voorbij drie decennia “verdwenen” personen gingen door met hun inspanningen om meer te weten te komen over het lot van hun familieleden en druk uit te oefenen op de gerechtelijke autoriteiten om onderzoek te doen en vervolging in te stellen tegen alle verantwoordelijken voor de “verdwijningen”. Nieuw fotografisch bewijsmateriaal van de massamoord in 1968 op het Tlatelolco-plein kwam boven water, hetgeen de roep deed toenemen om de zaak te heropenen. President Fox kwam zijn verkiezingsbelofte niet na om een Waarheidscommissie in te stellen om onderzoek te doen naar deze en andere onopgeloste gevallen van mensenrechtenschendingen uit het verleden, waaronder buitengerechtelijke executies.

In november rapporteerde de Nationale Commissie voor de Mensenrechten (Comisión Nacional de Derechos Humanos, CNDH) over 532 gevallen van “verdwijningen'' in de jaren zeventig en tachtig. Als reactie hierop gaf de president opdracht een Speciale Aanklager te benoemen om deze misdrijven te onderzoeken.

Militaire rechtbanken verzuimden legerofficieren die beschuldigd werden van mensenrechtenschendingen daadwerkelijk te vervolgen en voorkwamen dat zaken werden gehoord door burgerrechtbanken. CNDH-functionarissen verklaarden dat veel klachten over mensenrechtenschendingen betrekking hadden op drugsbestrijdingsoperaties door het leger.

In maart sloot het leger het dorp Guardados de Abajo (deelstaat Tamaulipas) hermetisch af bij een gezamenlijke operatie van de narcoticabrigade en de federale politie. Legerofficieren zouden huizen zijn binnengegaan en mensen willekeurig hebben gedetineerd, waarbij ze naar verluidt verscheidene gedetineerden hebben gemarteld. Mensenrechtenactivist Mauro Cruz van het Centrum voor Grensstudies en de Bevordering van Mensenrechten (Centro de Estudios Fronterizos y de Promoción de los Derechos Humanos) werd door soldaten bedreigd toen hij probeerde het dorp binnen te gaan.
Een amnestiewet in de deelstaat Oaxaca leidde tot de vrijlating van veel van de talloze inheemse mensen die in de afgelopen vier jaar gedetineerd waren in de regio Loxicha op verdenking van banden met een gewapende oppositiegroepering. Velen zouden in incommunicado-detentie zijn gehouden en gemarteld om bekentenissen af te dwingen die later werden gebruikt om ze te vervolgen voor gewone misdrijven. Ondanks aanbevelingen van de Mensenrechtencommissie van de deelstaat Oaxaca waren de verantwoordelijken voor de marteling eind 2001 nog altijd niet berecht.

In november werden de lichamen ontdekt van acht vermoorde vrouwen in Ciudad Juarez (deelstaat Chihuahua). Sinds 1993 zijn ruim tweehonderd vrouwen ''verdwenen” of vermoord in Ciudad Juarez. Naar verluidt lieten de autoriteiten stelselmatig na om deze misdrijven naar behoren te onderzoeken, alle verantwoordelijken te berechten, of passende maatregelen te nemen om vrouwen in dit gebied te beschermen.

Er waren verscheidene berichten over geweld tegen homoseksuele mannen in een aantal deelstaten, soms met dodelijke afloop. De autoriteiten van de deelstaten Yucatán en Colima verzuimden direct actie te nemen om deze misdrijven te onderzoeken of de verantwoordelijken voor de rechter te brengen.

INTERGOUVERNEMENTELE ORGANISATIES
De eerste fase van het Technisch Samenwerkingprogramma tussen de regering en de Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens werd doorlopen. Het scholen van medische en forensische deskundigen in het beoordelen van marteling was daarbij een prioriteit; een onafhankelijke evaluatie van de fase was van groot belang. In mei bracht de Speciale VN-Rapporteur inzake de Onafhankelijkheid van Rechters en Advocaten een bezoek aan Mexico om het rechtssysteem te onderzoeken.

De regering kwam met de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens overeen onopgeloste zaken te heropenen. Het nodigde een delegatie van de commissie uit Mexico in juli te bezoeken om samen met niet-gouvernementele organisaties, slachtoffers en familieleden na te gaan hoe het opvolgen van uitstaande aanbevelingen van de commissie kan worden afgedwongen. Eind 2001 was bij veel van deze zaken niet de verwachte voortgang geboekt.

Eind 2001 bekrachtigde de Senaat de ratificatie van een aantal internationale mensenrechteninstrumenten. Ook werden stappen ondernomen om de bevoegdheid te erkennen van het VN-Comité voor de Rechten van de Mens en het Comité tegen Foltering en van andere in het verdrag genoemde comités om individuele klachten in behandeling te nemen. Het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof was nog altijd niet geratificeerd.

BEZOEKEN
Afgevaardigden van Amnesty International bezochten Mexico drie maal, waaronder in maart, toen de toenmalige secretaris-generaal van Amnesty International sprak met president Fox en andere hoge regeringsfunctionarissen.

Ga naar boven



Archief jaarboek


Bekijk het dossier van dit land  
Vrijdag 3 september 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Voor de pers
Wereldnieuws
Goed Nieuws
Inloggen Digital Action File Info
Digital Action Files zijn bedoeld en alleen toegankelijk voor groepsleden en landenspecialisten die geregistreerd staan als betrokkene bij dit land.
Midden-Amerika