Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Jaarboek Mexico 2001
Banner
Amnesty.nl Homepage
Header
Header

JAARBOEK MEXICO 2001

Betreft informatie over 2000

Er bleven berichten binnenkomen over marteling, doodsbedreigingen en politieke moorden. Drie gewetensgevangenen zaten nog steeds in de gevangenis. Mensenrechtenactivisten en journalisten werden lastiggevallen en geïntimideerd. Honderden gevallen van marteling, ‘verdwijning’ en buitengerechtelijke executies in voorgaande jaren bleven onopgelost.

Lees hier de Engelstalige jaarboektekst
Feiten en cijfers
Achtergrond
Archief jaarboek
Staatshoofd en regeringsleider: Vicente Fox Quesada (volgde in december Ernesto Zedillo Ponce de León op)
Hoofdstad: Mexico-Stad
Bevolking: 98,8 miljoen
Officiële taal: Spaans
Doodstraf: afgeschaft voor gewone misdrijven
Geratificeerd/ondertekend in 2000: VN-Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen en bijbehorend Protocol uit 1967; Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind betreffende de Inzet van Kinderen bij Gewapende Conflicten; Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof

Achtergrond

In juli leed de kandidaat van de regerende Institutionele Revolutionaire Partij (Partido Revolucionario Institucional, PRI) een ongekend grote nederlaag; voor de eerste maal sinds de oprichting in 1929 raakte de partij het presidentschap kwijt. Bij zijn inaugurele rede op 1 december zei president Vicente Fox van de Nationale Actiepartij (Partido de Acción Nacional, PAN) tegen het parlement: ‘Mexico zal waar het de mensenrechten betreft niet langer als slecht voorbeeld genoemd worden. Als nooit tevoren zullen wij de mensenrechten beschermen, als nooit tevoren zullen wij ze respecteren en een cultuur scheppen waarin elke schending van de hand wordt gewezen en schuldigen worden gestraft.’ Ook beweerde hij plechtig de economie te zullen hervormen, armoede, misdaad en straffeloosheid aan te pakken, en met een vreedzame oplossing te komen voor het conflict met het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (Ejército Zapatista de Liberación Nacional, EZLN), de in de deelstaat Chiapas gevestigde oppositiegroepering. In het kabinet van president Fox werd de nieuwe functie opgenomen van Speciale Ambassadeur voor Mensenrechten en Democratie. Mensenrechtenorganisaties hadden ernstige kritiek op de benoeming van een generaal als Procureur-Generaal van de Republiek aangezien dit volgens hen indruiste tegen de belofte van de nieuwe regering om straffeloosheid te bestrijden. Binnen enkele dagen nadat hij aan de macht was gekomen, gaf president Fox het leger in Chiapas de opdracht om naar de kazerne terug te keren en diende hij een wetsvoorstel in bij het parlement op grond van het Akkoord van San Andrés met betrekking tot rechten van inheemse volken dat het EZLN en de vorige regering in 1996 hadden ondertekend. Het EZLN kondigde aan bereid te zijn met de nieuwe regering besprekingen te houden. Eind december werden administratieve bepalingen opgeschort die in 1998 waren ingevoerd en die het buitenlandse niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) bemoeilijkten om in alle vrijheid ter plaatse toezicht te houden op de mensenrechtensituatie in het land.

In augustus keurde de wetgevende macht van Mexico-Stad een aanhangsel bij het wetboek van strafrecht van het Federaal District goed, waarin ambtenaren die verantwoordelijk zijn gebleken voor gedwongen verdwijningen, straffen opgelegd kunnen krijgen van vijftien tot veertig jaar. In december ondertekende president Fox een formele samenwerkingsovereenkomst met de Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens, op grond waarvan de VN Mexico zullen ondersteunen bij het versterken van de bescherming van de mensenrechten. Als gevolg van een amnestiewet die in december door de deelstaat Oaxaca werd aangenomen, zijn ongeveer dertig politieke gevangenen vrijgelaten.

Eind 2000 had een rechter in Mexico nog geen beslissing genomen met betrekking tot een uitleveringsverzoek dat Spanje in augustus had ingediend in verband met een Argentijn die werd beschuldigd van marteling tijdens het militaire bewind in Argentinië (zie Argentinië).


Willekeurige detentie, marteling en mishandeling
Nog steeds werden verdachten van een misdrijf op grote schaal zonder gerechtelijk bevel gedetineerd. Veel gedetineerden zouden tijdens het strafrechtelijk onderzoek zijn gemarteld. Gevangenen werden mishandeld.

Als gevolg van de gezamenlijke publicatie in oktober van een rapport van de afdeling Mexico van Amnesty International en vier andere nationale organisaties waarin hervormingen werden aanbevolen om marteling te voorkomen, beweerde de Nationale Commissie voor de Mensenrechten, een federaal orgaan, dat marteling in Mexico aan het afnemen is. De nationale organisaties antwoordden dat de commissie te weinig aangifte deed van gevallen van marteling en dat het probleem wijdverbreid was.

*In juli liet de voorzitter van de Nationale Commissie voor de Mensenrechten de minister van Defensie weten dat twee legerofficieren ‘de fundamentele rechten hadden geschonden’ van Rodolfo Montiel Flores en Teodoro Cabrera García, onder meer het recht om niet te worden onderworpen aan marteling of aan wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, zoals vastgelegd is ‘in Artikel 5 [¼] van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’. Montiel en Cabrera waren in mei 1999 door het leger gedetineerd en gemarteld nadat zij op vreedzame wijze hadden geprotesteerd tegen intensieve houtkap in de bossen van de deelstaat Guerrero. De aanklager die een onderzoek had geopend naar de beweringen over marteling, constateerde dat het openbaar ministerie niet gerechtigd was het onderzoek voort te zetten en verwees de zaak in december 1999 door naar een militaire aanklager. In april veroordeelde een rechtbank Cabrera tot tien jaar en Montiel tot zes jaar en acht maanden gevangenisstraf. De straffen, gebaseerd op aanklachten in verband met drugs en wapens, werden in oktober in beroep bekrachtigd. Beide mannen waren gewetensgevangenen.

*In oktober werd een gevangene in de Topo Chico-gevangenis in de deelstaat Nuevo León naar verluidt mishandeld, nadat mensenrechtenactivisten voor de gevangenis een vreedzaam protest hadden georganiseerd als start voor Amnesty Internationals wereldwijde campagne tegen martelen. Een gevangenisfunctionaris beschuldigde gevangene Héctor Perez Córdova ervan verantwoordelijk te zijn voor de actie en voegde hem toe: ‘We zullen je hiervoor straffen.’ Héctor Perez werd uitgekleed, zeven dagen in eenzame opsluiting gehouden en kreeg geen voedsel en de medicijnen die hij nodig had om de symptomen van multiple sclerosis te bestrijden.

*In oktober zou de gerechtelijke politie van de deelstaat Guerrero, Remedios Alonso Vargas en haar twee volwassen zoons Irineo en Luciano Mederos Alonso hebben gedetineerd, geslagen en vervolgens zeven dagen in incommunicado-detentie hebben gehouden, in welke periode leden van de gerechtelijke politie hen hebben bedreigd met verstikking en koolzuurhoudend water in hun neusgaten hebben gegoten. Alle drie werden werden zij gedwongen bekentenissen te ondertekenen die zij beweerden niet te hebben gelezen.


Deelstaten Chiapas en Guerrero
Het grootste deel van het jaar hadden leden van inheemse gemeenschappen in Chiapas te lijden van intimidatie en geweld, waaronder doodsbedreigingen. De hiervoor verantwoordelijke personen zouden lid zijn van de veiligheidstroepen of van ‘paramilitaire’ of ‘gewapende burger’-groepen die optraden met steun of instemming van plaatselijke en regionale autoriteiten. In Guerrero werden leden van de boerenorganisatie Organización Campesina de la Sierra del Sur (OCCS) lastiggevallen, bedreigd of gedood onder omstandigheden die suggereren dat zij om politieke redenen tot doelwit werden gekozen.

*Op 1 maart liep een geschil over grondrechten in de gemeente Nicolás Ruiz (Chiapas) op geweld uit toen leden van de Openbare Veiligheidspolitie naar verluidt de aan de PRI verbonden een gewapende burgergroepering Alianza Campesina te hulp kwam bij het aanvallen van boeren die banden hadden met de oppositionele Partij van de Democratische Revolutie. Ten minste drie mensen liepen schotwonden op en een vierde werd afgeranseld. Tijdens een afzonderlijk incident diezelfde dag viel een groep, bekend onder de naam Los Chinchulines, naar verluidt vergezeld door leden van de Federale Gerechtelijke Politie, dorpelingen aan in Nuevo Poblado de Nachejev (gemeente Chilon). De dorpelingen werden met de dood bedreigd indien zij het gebied niet zouden verlaten.

*In juli werd de activist voor de OCCS Marco Antonio Abacidio Mayo ’s avonds laat in de buurt van Atoyaquillo (gemeente Coyuca de Benítez) in een hinderlaag gelokt en in zijn borst en arm geschoten door een groep mannen; hij overleefde de aanslag. In januari hadden leden van de veiligheidstroepen hem al naar verluidt afgeranseld en bedreigd en vervolgens zonder aanklacht vrijgelaten. In april werden OCCS-activisten José Martínez Ramón en Felipe Nava Gómez in Coyuca de Benítez doodgeschoten. Het is niet bekend of er onderzoek naar deze incidenten is ingesteld.


Gewetensgevangenen
Drie gewetensgevangenen, onder wie Rodolfo Montiel Flores en Teodoro Cabrera García (zie boven) zaten nog steeds in de gevangenis.

*Brigadegeneraal José Francisco Gallardo zat het zevende jaar uit van zijn straf van 28 jaar. Een militaire rechtbank had hem veroordeeld wegens een reeks militaire misdrijven, nadat hij een artikel had gepubliceerd waarin hij opriep tot de benoeming van een ombudsman in Mexico. In 1996 had de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens de regering geadviseerd hem onmiddellijk vrij te laten.


Mensenrechtenactivisten en journalisten
Mensenrechtenactivisten en journalisten werden nog steeds geïntimideerd en met de dood bedreigd.

*In februari kwam er een anoniem telefoontje binnen op het kantoor van het Centrum voor Grensstudies en de Bevordering van de Mensenrechten, waarin de leden met de dood werden bedreigd. Een groot deel van het werk van deze NGO heeft betrekking op wandaden tegen potentiële illegale immigranten die vanuit de deelstaat Tamaulipas de grens met de Verenigde Staten willen oversteken. De autoriteiten beschuldigden de directeur van het centrum, Arturo Solís, van smaad nadat hij beweerd had dat functionarissen van het Nationaal Instituut voor Migratie zich schuldig maakten aan afpersing en mishandeling van illegale immigranten en samen met criminele organisaties medeplichtig waren aan het doorsluizen naar de VS van deze immigranten. In juli werden getuigen van Solís bedreigd; een van hen met de dood. Als gevolg hiervan trokken twee van hen hun verklaring ten gunste van Arturo Solís in.

*Twee mannen die beweerden agenten van de Gerechtelijke Politie te zijn, zouden journalist Freddy Secundino Sánchez half juni hebben ontvoerd, kennelijk vanwege zijn artikelen in het politieke tijdschrift Época. Toen hij in een taxi aankwam bij zijn huis in Mexico-Stad, duwden zij hem terug de taxi in en op de grond en dwongen met een pistool de chauffeur om weg te rijden. Zij hielden een pistool tegen Secundino’s hoofd, sloegen hem in zijn gezicht en tegen zijn borst en dreigden hem te zullen doden; vervolgens lieten zij hem gaan. Drie weken later kreeg de journalist een anoniem telefoontje met de mededeling dat hij ging sterven. Segundino diende over beide incidenten een klacht in bij de autoriteiten.


Straffeloosheid
De autoriteiten werden er bij voortduring door Mexicaanse en internationale NGO’s van beschuldigd dat zij er niet in waren geslaagd de vicieuze cirkel van straffeloosheid te doorbreken die de afgelopen tientallen jaren zo kenmerkend is geweest voor de mensenrechtensituatie in Mexico.

Naar aanleiding van de arrestatie van twee generaals die beschuldigd werden van handel in drugs, kwamen opnieuw beschuldigingen naar voren van familieleden van slachtoffers en mensenrechtenactivisten over de betrokkenheid van beide mannen bij honderden ‘verdwijningen’ tijdens anti-oproeroperaties in de deelstaat Guerrero in jaren zeventig. Een voorstel van senatoren van de oppositie om een commissie van onderzoek naar deze ‘verdwijningen’ in te stellen behaalde geen meerderheid.

In november zou een mensenrechten-NGO echter een klacht hebben ingediend bij de Procureur-Generaal van de Republiek in verband met negentien ‘verdwijningen’ en twee gevallen van marteling.

De volledige omstandigheden rond politieke moorden in voorgaande jaren bleven onduidelijk. Het betrof onder meer de afslachting van tientallen studenten in Mexico-Stad in 1968, de moord op 26 boeren in Aguas Blancas in El Charco (Guerrero) in respectievelijk 1995 en 1998, en de moord op 45 inheemse mensen in 1996 in Acteal en nog eens elf in 1998 in El Bosque (Chiapas).


Rapporten en bezoek Amnesty International
Mexico: Prisoners of conscience – Environmentalists Rodolfo Montiel and Teodoro Cabrera (AMR 41/013/2000)
Mexico: Mother and two sons tortured (AMR 41/058/2000)

In januari bezochten afgevaardigden van Amnesty International Mexico.

Ga naar boven



Archief jaarboek


Bekijk het dossier van dit land  
Vrijdag 3 september 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Voor de pers
Wereldnieuws
Goed Nieuws
Inloggen Digital Action File Info
Digital Action Files zijn bedoeld en alleen toegankelijk voor groepsleden en landenspecialisten die geregistreerd staan als betrokkene bij dit land.
Midden-Amerika