JAARBOEK MEXICO 2007
Betreft informatie over 2006
Felipe Calderón van de Nationale Actie Partij (Partido de Acción Nacional, PAN) werd bij omstreden verkiezingen gekozen tot president. President Vicente Fox sloot zijn ambtstermijn af zonder de belofte van de regering in te lossen om een einde te maken aan mensenrechtenschendingen en straffeloosheid, die veel voorkwamen. Het federale Congres verzuimde eens te meer grondwetswijzigingen en hervormingen van het politieapparaat en het strafrechtsysteem goed te keuren teneinde de mensenrechten beter te waarborgen. Er waren aanhoudende berichten over marteling, willekeurige detentie, buitensporig gebruik van geweld en oneerlijke gerechtelijke procedures, met name op deelstaatniveau. In de deelstaat Oaxaca zouden ernstige mensenrechtenschendingen zijn begaan in het kader van een slepende politieke crisis. Geweld tegen vrouwen kwam veel voor in talloze deelstaten, en de campagne voor gerechtigheid voor de vrouwen in Ciudad Juárez en Chihuahua-Stad duurde voort. Verscheidene journalisten werden gedood. Mensenrechtenactivisten en politieke tegenstanders in sommige deelstaten liepen nog altijd het gevaar te worden lastiggevallen of om ongegronde redenen strafrechtelijk te worden vervolgd. Maatregelen om verantwoordelijken voor stelselmatige mensenrechtenschendingen in voorbije decennia te berechten zetten geen zoden aan de dijk. Inheemse mensen in diverse deelstaten werden gediscrimineerd, onder meer bij de toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs.Achtergrond
Nasleep van de verkiezingen
Internationale mensenrechtenmechanismen en hervormingen
Crisis in Oaxaca
Buitensporig geweld
Geweld tegen vrouwen en Ciudad Juárez
Willekeurige detentie, marteling en oneerlijke gerechtelijke procedures
Journalisten en mensenrechtenactivisten
Straffeloosheid voor schendingen uit het verleden
Economische, sociale en culturele rechten
Rapporten en bezoeken
Archief jaarboek
Achtergrond
Het grote aantal geweldsmisdrijven en de openbare onveiligheid bleven buitengewoon zorgwekkend. In november zouden verscheidene gewapende oppositiegroeperingen de verantwoordelijkheid hebben opgeëist voor het tot ontploffing brengen van drie explosieven in Mexico-Stad. Midden-Amerikaanse en Mexicaanse migranten die de grens met de Verenigde Staten wilden oversteken moesten meer dan ooit vrezen voor hun veiligheid toen de Amerikaanse regering voorstelde de grensmuur uit te breiden.
Nasleep van de verkiezingen
Andrés Manuel López Obrador, de kandidaat van de Partij van de Democratische Revolutie (Partido de la Revolución Democrática, PRD) die als tweede eindigde, plaatste vraagtekens bij het eerlijke verloop van de landelijke verkiezingen en de krappe marge waarmee de PAN zegevierde. Na wekenlange straatprotesten door PRD-aanhangers die een volledige hertelling van de stemmen eisten, oordeelde het Federale Kiestribunaal dat er slechts voldoende redenen waren voor een gedeeltelijke hertelling van stembussen. In september bevestigde het tribunaal dat Felipe Calderón als winnaar uit de bus was gekomen. López Obrador en zijn aanhangers weigerden de resultaten te erkennen en in november vormden ze een “schaduwregering”. Op 1 december werd Felipe Calderón beëdigd als president, zonder dat hij zich vastlegde op het versterken van de mensenrechtenwaarborgen. De benoeming van de gouverneur van de deelstaat Jalisco tot federale minister van Binnenlandse Zaken werd met scepsis ontvangen, omdat hij er als gouverneur niet in was geslaagd ernstige mensenrechtenschendingen in Jalisco te voorkomen of te bestraffen.Internationale mensenrechtenmechanismen en hervormingen
De Mexicaanse regering verscheen voor zes thematische VN-comités die beoordeelden in hoeverre het land zijn verplichtingen uit hoofde van het VN-Kinderverdrag, het VN-Verdrag tegen Racisme, het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, het VN-Vrouwenverdrag, het Verdrag tegen Foltering, en het Verdrag inzake Migrantenarbeiders had nageleefd. De verschillende comités kwamen met een reeks aanbevelingen. De regering van president Fox leverde een positieve bijdrage aan VN-hervormingen om de mensenrechten beter te beschermen. Mexico nam het voorzitterschap over van de nieuwe Mensenrechtenraad van de VN.
Door de regering voorgestelde mensenrechteninitiatieven kwamen niet echt van de grond. Het Nationale Mensenrechtenprogramma werd onvoldoende ten uitvoer gelegd. De federale rechterlijke macht maakte de resultaten bekend van haar inspraakprocedure inzake hervormingen van het rechtssysteem. Met uitzondering van enkele hervormingen van de kinderrechtspraak bleven voorstellen om de Grondwet en het Wetboek van strafrecht te hervormen steken in goede bedoelingen, zodat mensenrechten niet naar behoren gewaarborgd werden in het strafrechtsysteem.
Crisis in Oaxaca
In juni gebruikte de deelstaatpolitie buitensporig geweld tegen stakende onderwijzers die het centrum van de stad Oaxaca bezetten en het verkeer lamlegden. De Volksvergadering van het Volk van Oaxaca (Asamblea Popular del Pueblo de Oaxaca, APPO) werd gevormd om de leraren te steunen en het aftreden van de gouverneur te eisen. De APPO-aanhangers bezetten overheidsgebouwen, een tv-zender en radiostations. Politieagenten, vaak in burger, zouden schoten hebben gelost op APPO-aanhangers, waarbij ten minste twee mensen om het leven kwamen en talloze anderen gewond raakten. APPO-aanhangers wierpen barricades op om straten in de stad te blokkeren. Tijdens de crisis zou de deelstaatpolitie verscheidene leraren en APPO-aanhangers willekeurig hebben gearresteerd, in incommunicado-detentie hebben gehouden en hebben gemarteld alvorens aanklachten in te dienen op grond van naar verluidt gefingeerd bewijs.
Eind oktober zouden agenten van de gemeente- en deelstaatpolitie diverse door APPO-aanhangers opgeworpen barricades hebben aangevallen, waarbij drie burgers werden gedood en talloze anderen verwondingen opliepen. Circa 4500 agenten van de Federale Preventieve Politie (Policía Federal Preventiva, PFP) trokken de stad binnen met traangas, wapenstokken en waterkanonnen. Sommige demonstranten reageerden met geweld en talloze van hen werden gearresteerd. Velen werden naar verluidt geslagen en bedreigd door de PFP toen ze eenmaal in hechtenis zaten. Ten minste negentien PFP-agenten zouden gewond zijn geraakt. In november werden na botsingen met de politie ruim 140 mensen gearresteerd, van wie velen naar verluidt niets te maken hadden met het geweld. Velen van hen werden geslagen en kregen geen toegang tot familieleden, medische zorg en rechtsbijstand. Meer dan negentig arrestanten zaten eind 2006 nog in hechtenis.
Begin november gingen de leraren weer aan het werk, maar sommigen werden bedreigd en liepen het gevaar te worden gedetineerd. In december werden arrestatiebevelen uitgevaardigde tegen talloze leiders en aanhangers van de APPO, in sommige gevallen kennelijk op basis van gefingeerd bewijs. De vrees bestond dat vreedzame demonstranten gedetineerd en op oneerlijke wijze berecht zouden worden. Tijdens de crisis zouden meer dan zeventien burgers zijn gedood en talloze anderen gewond zijn geraakt. Federale en deelstaatautoriteiten hadden eind 2006 nog geen serieuze onderzoeken ingesteld naar berichten over ernstige mensenrechtenschendingen.
- Op 27 oktober werd de Amerikaanse verslaggever Bradley Roland Will doodgeschoten terwijl hij op een barricade stond om een schermutseling te filmen tussen demonstranten en gewapende schutters, van wie later werd vastgesteld dat het functionarissen van de lokale regeringspartij waren. Twee functionarissen werden gedetineerd maar enige tijd later weer zonder aanklacht vrijgelaten nadat deelstaatautoriteiten tot de conclusie waren gekomen dat de schuld bij APPO-aanhangers lag. Er bestonden grote vraagtekens bij de onpartijdigheid van het officiële onderzoek.
- Op 29 oktober overleed Jorge Alberto López Bernal nadat hij was geraakt door een traangaspatroon dat zou zijn afgevuurd door de PFP. De federale autoriteiten stelden geen strafrechtelijke onderzoeken in naar deze of andere berichten over mensenrechtenschendingen door PFP-agenten.
Buitensporig geweld
Het grote aantal geweldsmisdrijven, vaak in verband met drugshandel, ondermijnde de openbare veiligheid in grote delen van het land. Grootschalige politieoptreden tegen demonstranten ging gepaard met ernstige mensenrechtenschendingen.
- In april verwijderden federale en deelstaatpolitie stakende mijnwerkers die de toegang tot de staalfabriek Lázaro Cárdenas in de deelstaat Michoacán versperden. Er braken schermutselingen uit waarbij José Luis Castillo Zúñiga en Héctor Álvarez Gómez door de politie werden doodgeschoten en 54 andere mensen gewond raakten, onder wie politieagenten. In oktober oordeelde de Nationale Mensenrechtencommissie dat federale en deelstaatpolitie onrechtmatig hadden gehandeld en buitensporig geweld hadden gebruikt, en drong aan op een strafrechtelijk onderzoek. De autoriteiten legden de aanbeveling naast zich neer.
- Op 3 mei kwam het in Texcoco tot botsingen tussen de politie van de deelstaat Mexico en demonstranten, die uitmondden in een grote politieoperatie in de nabijgelegen stad San Salvador Atenco waar een aantal politieagenten naar verluidt in gijzeling werd gehouden. De politie gebruikte traangas, wapenstokken en vuurwapens tegen leden van de gemeenschap, en detineerde gedurende de volgende twee dagen 211 mensen, van wie velen herhaaldelijk werden geslagen en gemarteld terwijl ze overgebracht werden naar de deelstaatgevangenis. Zesentwintig mensen zaten eind 2006 nog in hechtenis op beschuldiging van ontvoering, ofschoon er ernstige twijfels bestonden over de betrouwbaarheid van het bewijs dat tegen een aantal van hen was gebruikt, en over de eerlijkheid van de gerechtelijke procedures. Zelfs Magdalena García Durán, die door een federale rechter in het gelijk gesteld werd toen ze haar oneerlijke detentie aanvocht, zat nog altijd in hechtenis. Tegen een aantal agenten van de deelstaatpolitie liepen eind 2006 onderzoeken wegens geweldpleging.
Geweld tegen vrouwen en Ciudad Juárez
Geweld en discriminatie tegen vrouwen kwamen veel voor in heel Mexico. De Speciale Federale Congrescommissie inzake Vrouwenmoorden produceerde een omvangrijk rapport over moorden op vrouwen in tien deelstaten. Het rapport wees erop dat deelstaatregeringen consequent nalieten betrouwbare statistieken bij te houden over geweld tegen vrouwen of om effectieve maatregelen te nemen om dit geweld te voorkomen en te bestraffen. Een federale wet werd aangenomen die het recht van vrouwen vastlegde om niet te worden blootgesteld aan geweld. In februari werd een Speciale Federale Aanklager voor Geweldsmisdrijven tegen Vrouwen aangesteld.
Er waren aanhoudende berichten over moorden op vrouwen in Ciudad Juárez en de stad Chihuahua. De deelstaatautoriteiten van Chihuahua namen naar aanleiding van nieuwe moorden enkele maatregelen die in de goede richting gingen. Ze stelden echter geen vervolging in tegen verantwoordelijken voor eerdere moorden, en functionarissen die bij eerdere onderzoeken steken hadden laten vallen werden niet ter verantwoording geroepen. De federale procureur-generaal sloot zijn onderzoek naar moordzaken uit het verleden af, maar gaf geen goed beeld van de omvang van dertien jaar geweld tegen vrouwen in Ciudad Juárez, hetgeen hem op kritiek kwam te staan dat hij probeerde de moorden en ontvoeringen van vrouwen in de stad te bagatelliseren.
- Na tweeënhalf jaar vast te hebben gezeten werd David Meza Argueta in juni vrijgesproken van de moord op Nayra Azucena Cervantes in de stad Chihuahua in 2003. De zaak tegen hem was gebaseerd op een bekentenis die de parketpolitie van Chihuahua kennelijk had verkregen door hem te martelen.
David Meza diende een aanklacht in wegens marteling tegen overheidsfunctionarissen. Twee agenten van de parketpolitie werden naar verluidt uit hun functie ontheven omdat ze tijdens hun verhoren gebruik hadden gemaakt van marteling. - In mei werden tijdens een politieoperatie in San Salvador Atenco (deelstaat Mexico) 47 vrouwen gedetineerd en overgebracht naar de gevangenis. Ten minste 26 vrouwen verklaarden tegenover de Nationale Mensenrechtencommissie dat ze tijdens de rit naar de gevangenis aangerand of verkracht waren door agenten van de deelstaatpolitie. Eind 2006 was slechts één van de betrokken agenten in staat van beschuldiging gesteld naar aanleiding van het lokale onderzoek door de deelstaat.
Willekeurige detentie, marteling en oneerlijke gerechtelijke procedures
Willekeurige detentie, mishandeling, marteling en schendingen van het recht van beklaagden op een eerlijk proces kwamen veel voor. Rechtbanken gingen voorbij aan berichten over dergelijke gewelddaden. Verdachten kregen vaak geen rechtsbijstand in de eerste fasen van hun detentie, en door de staat toegewezen advocaten waren vaak niet in staat hun cliënten behoorlijk te verdedigen. De armste en meest achtergestelde gedetineerden, zoals inheemse mensen, kregen vaak geen eerlijk proces.
- In mei werden twee inheemse mannen, Aureliano Álvarez Gómez en Tiburcio Gómez Pérez, gedetineerd in verband met een vermeende ontvoering in de gemeente Huitiupán (deelstaat Chiapas). Er werd geen arrestatiebevel tegen hen uitgevaardigd en ze werden naar verluidt zwaar gemolesteerd tijdens hun verhoor door de parketpolitie van de deelstaat. De twee mannen kregen geen rechtsbijstand en werden niet aangeklaagd, maar op grond van een gerechtelijk bevel (arriago) ruim vijftig dagen vastgehouden in een huis van bewaring dat gerund werd door het bureau van de procureur-generaal in de deelstaat. Advocaten van een lokale mensenrechtenorganisatie kregen vier dagen lang geen toegang tot de mannen en toen ze hen mochten bezoeken werd het hen onmogelijk gemaakt onder vier ogen met de gedetineerden te praten of de zichtbare sporen van hun verwondingen vast te leggen. In juni werden de twee mannen aangeklaagd en in voorarrest geplaatst in de Amate-gevangenis, waar ze met de toestemming van de gevangenisdirectie werden gemarteld door medegedetineerden. Eind 2006 was voorzover bekend geen onderzoek ingesteld naar de behandeling van de twee mannen.
- Op 4 mei werd José Gregorio Arnulfo Pacheco herhaaldelijk geslagen en geschopt door agenten van de deelstaatpolitie in zijn huis in San Salvador Atenco. Hij liep daarbij gebroken ribben, een gebroken luchtpijp, scheurtjes in de schedel en ernstige kneuzingen op. Hij werd eind juli vrijgelaten nadat de rechter erkende dat hij lichamelijk niet in staat was geweest de vermeende misdrijven te plegen. De uitkomst van het beroep dat de procureur-generaal aantekende tegen zijn vrijlating was eind 2006 nog niet bekend.
Journalisten en mensenrechtenactivisten
Tien journalisten werden vermoord en talloze anderen ontvingen bedreigingen, ogenschijnlijk als vergelding voor hun werk. Vooral journalisten die onderzoek deden naar georganiseerde misdaadnetwerken moesten het ontgelden. Onderzoeken door een Speciale Federale Aanklager leidden niet tot de vervolging van verantwoordelijken. Er waren aanhoudende berichten over het lastigvallen en juridisch intimideren van mensenrechtenactivisten in een aantal deelstaten.
- In september breidde het Nationale Opperste Gerechtshof een onderzoek uit naar het oneigenlijke gebruik van het strafrechtsysteem, dat onder meer had geleid tot de vervolging wegens smaad van journaliste en activiste voor vrouwenrechten Lydia Cacho in december 2005. Eind 2006 was het onderzoek nog niet afgerond.
- In januari werd Martín Barrios, lid van de Commissie voor Arbeidsrechten van de Tehuacán Vallei (Comisión de Derechos Humanos y Laborales del Valle de Tehuacán) in Tehuacán (deelstaat Puebla), vrijgelaten nadat nationale en internationale zorgen waren gerezen over zijn aanhoudende detentie nadat ongegronde aanklachten wegens chantage tegen hem waren ingetrokken. Een maand later zouden hij en andere leden van de Commissie Arbeidsrechten met de dood zijn bedreigd vanwege hun mensenrechtenactiviteiten.
Straffeloosheid voor schendingen uit het verleden
Zoals alom werd verwacht zette het Bureau van de Speciale Federale Aanklager (FEMOSPP), die was benoemd om mensen die zich van de jaren zestig tot en met de jaren tachtig schuldig hadden gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen tijdens de “vuile oorlog” in Mexico te vervolgen, geen zoden aan de dijk. Het leger was naar verluidt niet echt bereid samen te werken en het FEMOSPP legde zich neer bij de jurisdictie van militaire rechtbanken, die van ernstige mensenrechtenschendingen verdachte legerofficieren herhaaldelijk vrijuit hebben laten gaan. Niettemin verklaarde de regering van president Fox dat het werk van het FEMOSPP erop zat en gaf in november opdracht het bureau te sluiten.
In februari lekte een ontwerprapport dat was opgesteld door de historische waarheidsafdeling van het FEMOSPP uit naar een website op internet. Het rapport wees op ruim zevenhonderd gedwongen “verdwijningen”, meer dan honderd buitengerechtelijke executies en ruim tweeduizend gevallen van marteling begaan door de strijdkrachten en veiligheidsdiensten tijdens de “vuile oorlog”. In de laatste dagen van zijn bewind liet president Fox een afgezwakte versie van het rapport circuleren op internet, zonder het evenwel te onderschrijven, de bevindingen te publiceren of ervoor te zorgen dat slachtoffers en hun familieleden in aanmerking kwamen voor waarheid, gerechtigheid of schadeloosstelling.
- In november bepaalde een federale rechtbank in hoger beroep dat de aanklachten wegens volkenmoord tegen ex-president Luis Echeverría, in verband met het bloedbad op het Tlatelolco-plein in 1968, niet verjaard waren.
- In mei werden de aanklachten ingetrokken tegen Miguel Nazar Haro, voormalig hoofd van de Federale Veiligheidsdienst, en andere voormalige veiligheidsagenten die beschuldigd werden van de “verdwijning” van Jesús Piedra Ibarra. In september gelastte een rechter het huisarrest van Miguel Nazar Haro op te heffen omdat de andere zaak tegen hem, wegens mensenrechtenschendingen begaan in de jaren zeventig, geseponeerd werd.
Economische, sociale en culturele rechten
Het VN-Comité inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten wees erop dat ondanks de inspanningen van de regering nog altijd veertig miljoen mensen in armoede leefden, met name inheemse gemeenschappen en andere maatschappelijk achtergestelde groeperingen.
- Inheemse en boerengemeenschappen, die met uitzetting bedreigd werden door de geplande aanleg van de Parota-stuwdam in de deelstaat Guerrero, ofschoon ze via een succesvolle beroepsprocedure opschorting van de bouwwerkzaamheden hadden afgedwongen, werden nog altijd geïntimideerd.
Rapporten en bezoeken
- Mexico: Human rights — an unavoidable duty for candidates (AI Index: AMR 41/019/2006)
- Mexico: “How can a life be worth so little?” — Unlawful killings and impunity in the city of Reynosa (AI Index: AMR 41/027/2006)
- Mexico: Violence against women and justice denied in Mexico State (AI Index: AMR 41/028/2006)
Afgevaardigden van Amnesty International bezochten Mexico in juni en november.


