Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Dossier Algerije
DOSSIER ALGERIJE
Feiten en cijfers
Uit het laatste jaarboek
Verkiezingen in Algerije brengen geen verandering in straffeloosheid
Aanbevelingen amnestiewetgeving
Verdere aanbevelingen
Wet 06-01 van februari 2006 biedt amnestie voor begane misdaden
Enkele artikelen uit de nieuwe wet sinds maart 2006
VN-Mensenrechtencomité veroordeelt Algerije
Internationale samenwerking, VN en Europese Unie
De strijd tegen het terrorisme: Amnesty’s standpunt
Lees het jaarboek
De nieuwe wetgeving verleent nu volledige straffeloosheid aan dezelfde veiligheidspolitie: diegene die een veiligheidsagent bij het uitoefenen van zijn plichten aanklaagt of bekritiseert, is zelfs strafbaar en riskeert een gevangenisstraf tot tien jaar (art 45 en 46, zie hieronder). De wetgeving is gebaseerd op een in september 2005 bij referendum aangenomen Handvest voor Vrede en Nationale Verzoening. Dit Handvest ontkent elke verantwoordelijkheid van de overheid en van de staatsveiligheidsdienst voor de misdaden die zijn gepleegd tijdens de burgeroorlog.
De staatsveiligheidsdienst (Département du Renseignement et de la Sécurité, DRS - Dienst voor Inlichtingen en Veiligheid) gaat tot op de dag van vandaag door met het mishandelen en martelen van diegenen die worden verdacht van terrorisme. De verdachten worden gewoonlijk vastgehouden in barakken van de DRS waar geen contact met hen mogelijk is en geen familielid of advocaat hen kan opzoeken. Er wordt zelden een onderzoek naar getuigenissen van martelingen gelast.
De DRS staat als het ware boven de wet: volgens Amnesty handelt de veiligheidsdienst zonder enige effectief civiel toezicht. De openbare aanklager wordt zelden op de hoogte gesteld van arrestaties en detentie door de DRS. In februari 2007 verhinderde de Algerijnse overheid een internationaal colloquium 'Voor waarheid, vrede en gerechtigheid" dat georganiseerd was door organisaties van familieleden van 'verdwenen' personen. Buitenlandse gasten werd geen visum tot Algerije verleend.
Article 46: Anyone who, by speech, writing, or any other act, uses or exploits the wounds of the National Tragedy to harm the institutions of the Democratic and Popular Republic of Algeria, to weaken the state, or to undermine the good reputation of its agents who honorably served it, or to tarnish the image of Algeria internationally, shall be punished by three to five years in prison and a fine of 250,000 to 500,000 dinars.
Algerije werd in 2006 gekozen tot lid van de VN MR raad.
In september 2005 trad het Associatieverdrag tussen Algerije en de Europese Unie in werking. Beide partijen verklaren hierin de mensenrechten te respecteren (artikel 2 van het Verdrag).
Uit het laatste jaarboek
Verkiezingen in Algerije brengen geen verandering in straffeloosheid
Aanbevelingen amnestiewetgeving
Verdere aanbevelingen
Wet 06-01 van februari 2006 biedt amnestie voor begane misdaden
Enkele artikelen uit de nieuwe wet sinds maart 2006
VN-Mensenrechtencomité veroordeelt Algerije
Internationale samenwerking, VN en Europese Unie
De strijd tegen het terrorisme: Amnesty’s standpunt
Hoofdstad: Algiers
Staatshoofd: Abdelaziz Bouteflika
Regeringsleider: Abdelaziz Belkhadem
Bevolking: 33,9 miljoen
Religie: Soennitisch moslim 96%
Voertaal: Arabisch
Levensverwachting: 71,7 jaar
Sterftecijfer onder vijf jaar (m/v): 35/31 per 1000
Alfabetisme onder volwassenen: 69,9 %
Doodstraf: afgeschaft in de praktijk
Internationaal Strafhof: ondertekend
VN-Vrouwenverdrag: gedeeltelijk geratificeerd
Facultatief Protocol bij het VN-Vrouwenverdrag: niet ondertekend
Staatshoofd: Abdelaziz Bouteflika
Regeringsleider: Abdelaziz Belkhadem
Bevolking: 33,9 miljoen
Religie: Soennitisch moslim 96%
Voertaal: Arabisch
Levensverwachting: 71,7 jaar
Sterftecijfer onder vijf jaar (m/v): 35/31 per 1000
Alfabetisme onder volwassenen: 69,9 %
Doodstraf: afgeschaft in de praktijk
Internationaal Strafhof: ondertekend
VN-Vrouwenverdrag: gedeeltelijk geratificeerd
Facultatief Protocol bij het VN-Vrouwenverdrag: niet ondertekend
Uit het laatste jaarboek over Algerije
Vermeende terroristen werden incommunicado gedetineerd en kregen oneerlijke processen. De autoriteiten vielen nog steeds mensenrechtenverdedigers en journalisten lastig. Voormalige moslims die zich hadden bekeerd en mensen van wie men vond dat ze de grondbeginselen van de islam beledigden, werden vervolgd. Illegale migranten waren het slachtoffer van arrestaties, detentie voor onbepaalde tijd, mishandeling en collectieve uitzetting. Honderden mensen werden ter dood veroordeeld, maar er werden geen executies uitgevoerd. Straffeloosheid was nog steeds diepgeworteld voor leden van gewapende groeperingen en veiligheidstroepen die ernstige schendingen pleegden tijdens het interne conflict in de jaren negentig van de vorige eeuw.Verkiezingen in Algerije brengen geen verandering in straffeloosheid
Aan de vooravond van de verkiezingen op 9 april 2009 in Algerije, bracht Amnesty International een nieuw rapport uit, waarin ook de aanbevelingen van de Mensenrechtenraad van de VN van november 2007 zijn verwerkt. Het volledige rapport kunt u hier lezen.Aanbevelingen amnestiewetgeving
- Amnesty International vindt dat onder andere de artikels 45 en 46 van wet 06-01 uit 2006 moeten worden ingetrokken, aangezien deze artikelen straffeloosheid voorschrijven voor veiligheidstroepen en voor hen die in nauwe samenwerking met de veiligheidstroepen mensenrechten op grove wijze hebben geschonden. Ook andere onderdelen van wet 06-01 uit 2006 dienen te worden geschrapt aangezien zij onschendbaarheid geven aan leden van gewapende groeperingen die op ernstige wijze mensenrechten hebben geschonden.
- Amnesty International wil dat de Algerijnse regering gedetaileerde informatie vrijgeeft over de hoeveelheid en de namen van leden van gewapende groeperingen die hebben geprofiteerd van een dergelijke of andere regeling die sinds 1999 is vastgesteld. Ook wil Amnesty informatie over de vergrijpen waarvan zij werden beschuldigd en de omstandigheden waarin de amnestiewetgeving op hen van toepassing werd verklaard.
- Amnesty International wil dat Algerije geen amnestie of immuniteit verleent aan een individu, ofwel lid van de veiligheidstroepen, ofwel een door de staat bewapende militie of een gewapende groepering. Daarnaast wil Amnesty International dat Algerije ervoor zorg draagt dat er een grondig, onpartijdig en onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar alle beschuldigingen van mensenrechtenschendingen voordat er een beslissing wordt genomen over amnestie, sluiting van het dossier of gerechtelijke vervolging.
Verdere aanbevelingen
Amnesty roept Algerije op om spoedig buitengerechtelijke executies te onderzoeken en de verantwoordelijken te berechten. Daarnaast laat het rapport van maart 2009 zich uit over de “verdwijningen”, marteling en andere degraderende behandeling, verkrachting en geweld tegen vrouwen, vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering, samenwerking met internationale mensenrechtenmechanismen om straffeloosheid te voorkomen en de onafhankelijkheid van rechters en advocaten.Wet 06-01 van februari 2006 biedt amnestie voor begane misdaden
De wet van februari 2006 werd een wetsvoorstel aangenomen dat vrijstelling van vervolging verleent aan leden van de veiligheidspolitie voor misdaden begaan tijdens de burgeroorlog. Volgens Amnesty is het aantal "verdwijningen' tijdens de burgeroorlog tenminste vierduizend. Internationaal recht verbiedt vrijstelling van strafvervolging voor misdaden tegen de menselijkheid, zoals ‘verdwijningen’, marteling en buitengerechtelijke executies. De tienduizenden ontvoeringen en andere misdaden, waarvoor veiligheidsdienst, gewapende milities en bendes verantwoordelijk zijn, werden echter nooit opgehelderd noch onderzocht.De nieuwe wetgeving verleent nu volledige straffeloosheid aan dezelfde veiligheidspolitie: diegene die een veiligheidsagent bij het uitoefenen van zijn plichten aanklaagt of bekritiseert, is zelfs strafbaar en riskeert een gevangenisstraf tot tien jaar (art 45 en 46, zie hieronder). De wetgeving is gebaseerd op een in september 2005 bij referendum aangenomen Handvest voor Vrede en Nationale Verzoening. Dit Handvest ontkent elke verantwoordelijkheid van de overheid en van de staatsveiligheidsdienst voor de misdaden die zijn gepleegd tijdens de burgeroorlog.
De staatsveiligheidsdienst (Département du Renseignement et de la Sécurité, DRS - Dienst voor Inlichtingen en Veiligheid) gaat tot op de dag van vandaag door met het mishandelen en martelen van diegenen die worden verdacht van terrorisme. De verdachten worden gewoonlijk vastgehouden in barakken van de DRS waar geen contact met hen mogelijk is en geen familielid of advocaat hen kan opzoeken. Er wordt zelden een onderzoek naar getuigenissen van martelingen gelast.
De DRS staat als het ware boven de wet: volgens Amnesty handelt de veiligheidsdienst zonder enige effectief civiel toezicht. De openbare aanklager wordt zelden op de hoogte gesteld van arrestaties en detentie door de DRS. In februari 2007 verhinderde de Algerijnse overheid een internationaal colloquium 'Voor waarheid, vrede en gerechtigheid" dat georganiseerd was door organisaties van familieleden van 'verdwenen' personen. Buitenlandse gasten werd geen visum tot Algerije verleend.
Enkele artikelen uit de nieuwe wet sinds maart 2006
Article 45: No legal proceedings may be initiated against an individual or a collective entity, belonging to any component whatsoever of the defense and security forces of the Republic, for actions conducted for the purpose of protecting persons and property, safeguarding the nation or preserving the institutions of the Democratic and Popular Republic of Algeria. The competent judicial authorities are to summarily dismiss all accusations or complaints.Article 46: Anyone who, by speech, writing, or any other act, uses or exploits the wounds of the National Tragedy to harm the institutions of the Democratic and Popular Republic of Algeria, to weaken the state, or to undermine the good reputation of its agents who honorably served it, or to tarnish the image of Algeria internationally, shall be punished by three to five years in prison and a fine of 250,000 to 500,000 dinars.
VN-Mensenrechtencomité veroordeelt Algerije
Tijdens de vergadering in oktober 2007 heeft het VN-Comité voor de Mensenrechten flinke kritiek geuit op Algerije. De Algerijnse overheid dient volgens het Comité opheldering te verschaffen over de vele moorden, ‘verdwijningen’, verkrachtingen en martelingen tijdens de burgeroorlog. Ook vraagt het Comité om opheldering over de aanhoudende berichten van martelingen en geheime detentieplaatsen. U leest Amnesty’s verslag van de aanbevelingen van het Comité hier. Het in juli 2006 verschenen rapport Unrestrained powers: Torture by Algeria’s Military Security geeft getuigenissen weer van martelingen die onder verantwoordelijkheid van de geheime dienst hebben plaatsgevonden. Ook in 2007 blijft Amnesty International berichten ontvangen over incommunicado-detentie door de militaire politie.Internationale samenwerking, VN en Europese Unie
Algerije heeft, ondanks herhaald verzoek hiertoe, tot op heden geen toegang verleend aan de VN Werkgroep inzake Gedwongen Verdwijning (UNWGEID), de VN Speciale Rapporteur inzake Buitengerechtelijke en Arbitraire Executies en de Speciale Rapporteur inzake Martelingen. Ook mensenrechtenorganisaties wordt herhaaldelijk toegang geweigerd, zoals in december 2005 de organisatie Advocaten zonder Grenzen.Algerije werd in 2006 gekozen tot lid van de VN MR raad.
In september 2005 trad het Associatieverdrag tussen Algerije en de Europese Unie in werking. Beide partijen verklaren hierin de mensenrechten te respecteren (artikel 2 van het Verdrag).
De strijd tegen het terrorisme: Amnesty’s standpunt
Amnesty is van mening dat of het nu Algerije betreft of een ander land overal het respecteren van mensenrechten en fundamentele rechtsbescherming moet gelden. Ook voor verdachten van terrorisme. Terrorisme en andere gruweldaden moeten door elke overheid worden bestreden, daarover bestaat geen twijfel want ze heeft de plicht haar burgers te beschermen. Maar willekeurige gevangenhouding, oneerlijke processen, foltering en wrede, onmenselijke of vernederende behandeling, geheime detentie en 'verdwijningen' lijken methodes te zijn geworden die we stilzwijgend toestaan. Maar Amnesty blijft eisen:
- Stop martelingen waar en tegen wie dan ook;
- Geen willekeurige of geheime detentie;
- Iedereen een eerlijk proces binnen een redelijke termijn.
Vrijdag 12 maart 2010
Voor de pers
Wereldnieuws



