Internationaal Recht
In 1951 kwam het VN-Vluchtelingenverdrag tot stand. Dat gold oorspronkelijk alleen voor vluchtelingen binnen Europa. Door ondertekening van een Protocol bij het verdrag, toegevoegd in 1967, breidt een staat zijn verplichtingen uit tot alle vluchtelingen waar ook ter wereld. De meeste staten, waaronder die van de Europese Unie, hebben zowel het verdrag als het protocol geratificeerd.
Namens de internationale gemeenschap heeft de Hoge VN-Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR) tot taak de bescherming van vluchtelingen te garanderen. De opdracht van de UNHCR is de juridische bescherming van vluchtelingen en het zoeken van duurzame oplossingen voor hun bestaanszekerheid. Ook coördineert de UNHCR de hulp van overheden en particuliere organisaties.
Van belang voor de interpretatie van het Vluchtelingenverdrag is het door de UNHCR uitgebrachte Handboek (Handbook on Procedures for Determining Refugee Status under the 1951 Convention). De volledige tekst van dit handboek vindt u hier.
De essentie van het internationaal vluchtelingenrecht is het beginsel van non-refoulement: het verbod op terugzending naar een land waar vluchtelingen vervolging te vrezen hebben of waar hun leven of veiligheid in gevaar zijn. Dit beginsel is vastgelegd in het VN-Vluchtelingenverdrag, en ook in het VN-Verdrag tegen Marteling, het VN-Verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Hier vindt u een opsomming van een aantal bepalingen uit mensenrechtenverdragen.
