Wereld
Onvoldoende controle op wapentransporten
19 juli 2010 In een nieuw rapport beschrijft Amnesty International hoe transportbedrijven uit VN-lidstaten wapens en munitie vervoeren naar landen waar het gebruikt kan worden voor mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden.

Het rapport Deadly Movements: Arms Transportation Controls in the Arms Trade Treaty wordt uitgebracht op het moment dat de onderhandelingen voor een nieuw wapenverdrag bij de VN weer worden hervat. Het rapport geeft voorbeelden van hoe recente wapentransporten over zee en land door bedrijven uit VN-lidstaten mogelijk hebben bijgedragen aan serieuze schendingen van de internationale mensenrechten.
Een van deze voorbeelden is het vervoer van clustermunitie van Zuid-Korea naar Pakistan in de periode van maart 2008 tot en met februari 2010 voor gebruik van het Pakistaanse leger. De munitie werd verscheept door Duitse en Britse transportbedrijven en de schepen stonden geregistreerd in het Verenigd Koninkrijk. Deze transporten vonden plaats terwijl beide landen hebben toegezegd om zich te houden aan het verbod op het vervoer en gebruik van clustermunitie.
In september 2008 werden zelfs onderdelen voor machinegeweren en luchtafweergeschut met een gewone passagiersvlucht van Air France van Bulgarije, via Frankrijk en Kenia naar Rwanda gebracht. Veel van dit soort wapens zijn in het buurland, de Democratische Republiek Congo gebruikt tijdens gevechten, waarvoor meer dan 220.000 mensen moesten vluchten en waarbij vele ernstige mensenrechtenschendingen zijn begaan.
VN-lidstaten zouden volgens het Amnesty-rapport het transport van wapens en munitie moeten reguleren door het bewaken binnen de eigen grenzen en luchtruim, het controleren van transportbedrijven uit het eigen land en schepen en vliegtuigen die onder de vlag van de lidstaat varen of vliegen.
Lees verder in het Engelstalige persbericht
|