Veel acties van Amnesty zijn succesvol. Een gewetensgevangene wordt vrijgelaten, een ‘verdwenen’ persoon komt terecht, een zieke gevangene krijgt medische verzorging, een geïsoleerde gevangene krijgt bezoek van familie of een advocaat, of een doodvonnis wordt omgezet of uitgesteld. Jaarlijks komt Amnesty International honderden keren bliksemsnel in actie omdat iemands leven in acuut gevaar is, bijvoorbeeld omdat marteling of ‘verdwijning’ dreigt. Er werden in 2010 450 van deze bliksemacties gevoerd: 267 nieuwe acties en 183 vervolgacties. Op een flink aantal van deze acties volgt een verbetering.
Het is vaak moeilijk precies het resultaat te meten van het werk van Amnesty. De autoriteiten melden bijvoorbeeld zelden dat het aan Amnesty te danken is dat een gevangene is vrijgelaten. Wel hebben veel (ex-)gevangenen gezegd dat zij dankzij Amnesty nog leven of zijn vrijgelaten. Zij gaven aan dat het een grote morele steun is om te weten dat mensen uit verschillende werelddelen zich voor hen inzetten. Bovendien melden gevangenen vaak dat zij beter behandeld werden vanaf het moment dat Amnesty zich met hun zaak ging bemoeien.
Daarnaast speelt Amnesty International een belangrijke rol in de bewustwording van en het actievoeren voor de mensenrechten. Amnesty heeft bijvoorbeeld grote campagnes tegen marteling gevoerd. Mede daardoor nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1984 het Verdrag tegen Marteling aan. Ook heeft Amnesty een raadgevende bevoegdheid bij diverse internationale organisaties, waaronder de Verenigde Naties.
Amnesty International probeert op verschillende manieren de mensenrechten te bevorderen.
Onderzoek
Aan de basis van ons werk staat goede, betrouwbare informatie. Amnesty-onderzoekers verzamelen – aangestuurd vanuit ons hoofdkantoor in Londen – over de hele wereld gegevens over mensenrechtenschendingen. Zij interviewen slachtoffers, wonen rechtszaken bij, praten met advocaten, artsen en mensenrechtenverdedigers en ontmoeten regeringsvertegenwoordigers. Hun onderzoeksgegevens vormen de basis voor Amnesty-rapporten en andere publicaties, en voor acties. Het internationaal hoofdkantoor bracht in 2010 154 rapporten uit.
Acties
Amnesty voert actie om mensenrechtenschendingen te voorkomen en te beëindigen. Wereldwijd mobiliseren we hiervoor zoveel mogelijk mensen. Met petities en massale schrijfacties verhogen zij de druk op de autoriteiten. Massale actie werkt: autoriteiten die weten dat de wereld over hun schouder meekijkt, zijn eerder geneigd zich aan de regels te houden. We gebruiken acties ook om mensenrechtenverdedigers te ondersteunen.
Lobby
Nationale Amnesty-afdelingen proberen via lobby bij hun regeringen de mensenrechten een prominente rol te geven in het binnen- en buitenlands beleid. Wij lobbyen ook bij bedrijven die verantwoordelijk zijn voor schendingen. Daarnaast vragen we andere regeringen en organisaties als de Europese Unie en de Verenigde Naties om druk uit te oefenen.
Bewustwording
Over de hele wereld maakt Amnesty mensen bewust van de inhoud van de mensenrechten en van hun belang. In Nederland geven we voorlichting via grote publieksacties en verzorgen we lessen op scholen. Onrecht brengen we via de media en publieksacties onder de aandacht van het Nederlands publiek.
Samenwerking
Amnesty Nederland werkt samen met andere nationale Amnesty-afdelingen en met andere organisaties die op ons werkterrein werken, als dat ons helpt bij het bereiken van onze doelstellingen. Op die manier versterken we de wereldwijde mensenrechtenbeweging.
Amnesty wordt op verschillende manieren financieel gesteund. De vaste contributie van leden is de grootste bron van inkomsten. Daarnaast doen mensen een eenmalige gift of geven ze tijdens de jaarlijkse Amnesty-collecte. Ook nemen veel mensen Amnesty op in hun testament of dragen ze bij via een notariële schenking. Daarnaast is Amnesty een van de begunstigden van de Nationale Postcode Loterij. Een volledig overzicht van de manieren om Amnesty financieel te steunen vindt u hier.
Amnesty accepteert voor haar onderzoek en acties geen giften van overheden. Amnesty accepteert alleen geld van overheden voor mensenrechteneducatie in het buitenland. Voor haar inkomsten is de organisatie dan ook afhankelijk van giften en contributies van leden en sympathisanten. In principe worden alleen ‘ongebonden’ giften aanvaard: de giftgevers kunnen niet eisen dat geld uitsluitend voor een bepaald doel wordt gebruikt. Van inkomsten en uitgaven wordt jaarlijks rekenschap afgelegd in het financiële jaarverslag.
Amnesty is door de belastingdienst aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Dit betekent dat Amnesty over ontvangen giften en erfenissen geen schenkbelasting en erfbelasting betaalt en dat giften aan Amnesty fiscaal aftrekbaar zijn.
Amnesty heeft vaak al voordat ergens een crisis uitbreekt onderzoek gedaan naar de mensenrechtensituatie daar, en daarop actie gevoerd. Wanneer de situatie plotseling erg verslechtert, wordt geprobeerd objectieve informatie over de toestand te verzamelen en te verspreiden. Amnesty bestookt de partijen die betrokken zijn bij de crisis, en regeringen die hen kunnen beïnvloeden, met verzoeken om de mensenrechten centraal te stellen. Amnesty protesteert tegen maatregelen die wijzen op de mogelijkheid dat schendingen van mensenrechten worden voorbereid, bijvoorbeeld het afsluiten van gebieden voor buitenlandse waarnemers. Na de tsunami in Zuidoost-Azië in 2004 drong Amnesty erop aan dat de hulpgoederen verstrekt werden aan iedereen die dat nodig had, zonder te discrimineren op grond van etniciteit, geslacht, sociale afkomst of politieke voorkeur. Leden van mensenrechtenorganisaties en anderen die zich voor vrede en mensenrechten inzetten, worden in veel crisissituaties vaak bedreigd met de dood of met gevangenschap. Hun bescherming krijgt daarom in crises speciale aandacht van Amnesty.
Amnesty International is neutraal en mengt zich niet in een politiek debat over de zin of onzin van oorlog. De ondeelbaarheid van het recht op leven staat centraal. Wel kan Amnesty zich in uitzonderlijke omstandigheden verzetten tegen gewapend ingrijpen wanneer het zeer waarschijnlijk is dat dat gaat leiden tot een toename van mensenrechtenschendingen. Amnesty kan ook (eveneens in uitzonderlijke omstandigheden) oproepen tot gewapende interventie, maar dan alleen in de vorm van zogenaamde ‘peacekeeping’-operaties.
Amnesty voert een sterke politieke lobby en houdt zich intensief bezig met het benaderen en adviseren van regeringen en commissies van de Verenigde Naties. Dat betekent dat medewerkers van Amnesty regelmatig contact hebben met vertegenwoordigers van de nationale en internationale politiek om te praten over de mensenrechten. In Nederland is de relatie met bestuurders vrij goed. Ze nemen Amnesty serieus, vertrouwen op de informatie en luisteren naar de argumenten. Er zijn echter ook regeringen die proberen uitspraken van Amnesty belachelijk te maken en in twijfel te trekken. Amnesty is een onpartijdige organisatie die niet gebonden is aan een regering, ideologie of godsdienst.
Amnesty spreekt alle regeringen, waar ook ter wereld, aan als zij de rechten van mensen schenden. Ook westerse regeringen schenden mensenrechten. Binnen Europa voert Amnesty bijvoorbeeld actie tegen gedwongen huisuitzettingen van Roma in Italië, Roemenië en Frankrijk. We vragen aandacht voor en het regime van vreemdelingendetentie in onder meer Nederland en pleiten ervoor dat er vaker alternatieven worden ingezet. Samen met andere Europese Amnesty-afdelingen voeren we campagne tegen discriminatie, zoals tegen het boerkaverbod en voor de rechten van homoseksuelen in Oost-Europa. Bovendien dringt Amnesty er bij regeringen en bij de Europese Unie op aan om druk uit te oefenen op andere regeringen die mensenrechtenschendingen begaan. Amnesty spreekt de Verenigde Staten vaak aan op de doodstraf, die veel staten nog hanteren, en op mensenrechtenschendingen in de strijd tegen het terrorisme. Verder vraagt Amnesty steeds vaker aandacht voor het naleven van mensenrechten door bedrijven. Veelal gaat het dan om in westerse landen gevestigde multinationals die zich met grondstofwinning in ontwikkelingslanden bezighouden.
In nationale wetten van tal van landen worden herhaaldelijk de internationale normen voor mensenrechten genegeerd. In landen waar de staat van beleg of een noodwetgeving geldt, wordt meestal een groot aantal mensenrechten opgeschort. De mensenrechten zoals vastgelegd in de Universele Verklaring gelden echter altijd en overal. Amnesty hanteert deze dan ook als norm. Iemand die bijvoorbeeld zijn politieke standpunten openbaar maakt in een land waar dat krachtens de staat van beleg verboden is, overtreedt de wetten van zijn land. Amnesty zal echter voor de rechten van deze persoon opkomen omdat het recht op vrije meningsuiting één van de internationaal erkende mensenrechten is. Daarnaast hebben ook mensen die wél internationaal erkende wetten hebben overtreden recht op een menswaardige behandeling, bijvoorbeeld zonder marteling.
Er zijn nú mensen die gevangen worden genomen, die worden gemarteld, die ‘verdwijnen’ of in een dodencel wachten op de voltrekking van de doodstraf. Voor deze mensen is het van (levens)belang dat dergelijke schendingen onmiddellijk worden bestreden. Daar zet Amnesty zich voor in. Daarnaast doet Amnesty ook aan preventie en wendt zij haar kennis en invloed aan ter verbetering van internationale verdragen inzake de rechten van de mens. Zij probeert bijvoorbeeld te bewerkstelligen dat het algehele verbod op de doodstraf in diverse verdragen wordt opgenomen.
Mensenrechtenschendingen zoals marteling of een oneerlijk proces zijn trouwens niet zomaar symptomen. Vaak zijn ze oorzaken: door dit soort schendingen kan een onderdrukkend bewind zijn macht handhaven.
Mensenrechten houden niet op bij landsgrenzen. De mensenrechten zoals die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens gelden altijd en overal en vrijwel alle landen ter wereld hebben plechtig beloofd ze te respecteren. De Universele Verklaring is geen verdrag en brengt geen wettelijke verplichtingen met zich mee. De verklaring is echter nader uitgewerkt in verschillende verdragen die wél bindend zijn, zoals het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (beide van 1966). De landen die deze verdragen hebben geratificeerd (tot wet hebben verheven) hebben wél een juridische verplichting om de bepalingen eruit na te komen. Door te vragen om naleving van de aangegane verplichtingen, mengt Amnesty zich niet in interne aangelegenheden. We vragen landen alleen te doen wat ze hebben beloofd.
Amnesty doet niets tegen zinloos geweld in Nederland. Amnesty komt alleen in actie als de overheid geweld tegen burgers gebruikt (denk hierbij aan geweld door politie, militairen etc.) of als de overheid niets doet tegen geweld tussen burgers onderling (straffeloosheid). Bij zinloos geweld in Nederland treedt de overheid op tegen de daders.
Amnesty is van mening dat iedereen, onafhankelijk van seksuele oriëntatie of genderidentiteit, zijn rechten ten volle moet kunnen genieten. Mensen worden vervolgd, vastgezet en soms ter dood veroordeeld wegens hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. In andere landen hoef je niet de gevangenis in maar word je bedreigd en vervolgens door de overheid niet beschermd als je openlijk uitkomt voor je seksuele oriëntatie. Voor de LGBT'ers in die landen voert Amnesty actie. Daarnaast nemen we deel aan acties voor de mensenrechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders in en buiten Europa. Daarbij geeft Amnesty voorrang aan internationale activiteiten boven Nederlandse, omdat onze toegevoegde waarde daar groter is.
Als een bedrijf de mensenrechten schendt en Amnesty alles al heeft geprobeerd om dat te veranderen, kan de organisatie oproepen tot een boycot. Amnesty doet dit alleen wanneer een brede coalitie van non-gouvernementele organisaties eraan meedoet en wanneer het doel van de boycot is mensenrechtenschendingen te voorkomen.
Soms vraagt Amnesty om stopzetting van leveranties van goederen aan militaire apparaten en politie- en veiligheidsdiensten die de mensenrechten schenden. Zij doet dit als er een gegrond vermoeden bestaat dat met die goederen mensenrechten worden geschonden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij wapenleveranties aan een politiemacht die vreedzame demonstraties op gewelddadige wijze beëindigt. Amnesty kan ook aandringen op opheldering en garanties als zij vermoedt dat er een verband is tussen leveranties en schendingen. Dat kan bijvoorbeeld gelden voor transportmiddelen of telecommunicatieapparatuur die aan een leger of politiemacht worden geleverd.
Amnesty International zet zich vooral in voor het tegengaan van discriminatie (in werk, onderwijs, voorzieningen en dergelijke) die armoede in de hand werkt. Ook pleit Amnesty voor wetgeving die de bescherming van de sociaal-economische rechten bevordert, zoals algemeen basisonderwijs en een goed toegankelijke gezondheidszorg. Amnesty voert actie tegen schendingen van mensenrechten als gevolg van armoede. Daarbij heeft Amnesty speciale aandacht voor problemen die de overheid relatief gemakkelijk kan helpen verlichten, zoals sterfte van moeders bij de bevalling, hiv/aids en de omstandigheden in sloppenwijken.
Amnesty International spreekt zich alleen uit over sancties wanneer die invloed hebben op de mensenrechtensituatie in een land. Amnesty verzet zich tegen sancties waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat ze leiden tot zware schendingen van de mensenrechten. Anderzijds zal Amnesty wel sancties ondersteunen of ertoe oproepen, wanneer die kunnen bijdragen tot de preventie, afname of beëindiging van zware schendingen van de mensenrechten. In dit geval zal Amnesty in eerste instantie vragen om stopzetting van militaire ondersteuning. In geen geval zal Amnesty sancties ondersteunen die tot gevolg kunnen hebben dat zware schendingen van de mensenrechten plaatsvinden.
In 1997 besloot Amnesty meer actie te gaan voeren tegen schendingen van mensenrechten die gepleegd worden tussen burgers onderling. Voorbeelden daarvan zijn geweld tegen vrouwen in gezins- of stamverband, of het optreden van particuliere beveiligingsdiensten. Amnesty wijst bij dit soort schendingen de overheid op haar verantwoordelijkheden haar burgers te beschermen en de daders voor het gerecht te brengen.
Amnesty richtte zich in haar protest tegen mensenrechtenschendingen lange tijd uitsluitend tot regeringen, omdat die kunnen worden aangesproken op hun plicht de fundamentele rechten van hun burgers te beschermen. Sinds 1991 spreekt Amnesty zich ook uit tegen mensenrechtenschendingen door oppositiegroeperingen en gewapende politieke groeperingen. Ook zij moeten zich houden aan de internationaal geaccepteerde normen voor mensenrechten. Amnesty richt zich voor zover mogelijk rechtstreeks tot hen, met name wanneer zij mensen gijzelen of martelen of burgers en gevangenen doelbewust en willekeurig doden.
Amnesty International heeft in april 2007 een standpunt ingenomen over het recht van vrouwen op een legale, veilige en toegankelijke abortus in een beperkt aantal gevallen. Het gaat daarbij om vrouwen die het slachtoffer zijn van verkrachting, seksueel geweld en incest, en bij gevaar voor het leven of de gezondheid van de vrouw.
Daarnaast pleit Amnesty ervoor dat:
Amnesty International neemt geen algemeen standpunt in over abortus, maar wil het recht van vrouwen beschermen om, vrij van dwang, discriminatie of geweld, te beslissen over abortus in eerder genoemde gevallen. Amnesty blijft ook strijden tegen gedwongen abortus en sterilisatie, zoals die in China plaatsvinden.
De doodstraf is een wrede en onmenselijke straf en tevens een schending van het recht op leven dat in artikel 3 van de Universele Verklaring is vastgelegd. De doodstraf is zowel wreed als zinloos. Het is nooit bewezen dat de dreiging van de doodstraf afschrikwekkender is dan bijvoorbeeld het vooruitzicht op een langdurige gevangenisstraf. Bovendien is de doodstraf onherroepelijk: ze kan niet worden teruggedraaid wanneer een proces oneerlijk is geweest of de verkeerde persoon is veroordeeld.
Amnesty spreekt van marteling wanneer het gaat om een behandeling die erop gericht is iemand ernstige pijn toe te brengen of ernstig te doen lijden, zowel lichamelijk als geestelijk. Wat het onmiddellijke doel ook is, marteling vernedert het slachtoffer en ontmenselijkt de folteraar. Amnesty ijvert in alle gevallen voor stopzetting van marteling. Bij ‘wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing’ gaat het om elke ruwe behandeling die tot geestelijke of lichamelijke beschadiging kan leiden, of elke straf die bedoeld is om lijden te veroorzaken. Voorbeelden zijn opsluiting in een donkere of juist fel verlichte cel, het gebruik van handboeien of ketens, het stelselmatig toedienen van ‘medicijnen’ aan gezonde gevangenen en het opleggen van lijfstraffen, zoals geseling en amputatie.
In het internationaal recht is marteling een straf of behandeling van de kant van de autoriteiten die erop gericht is iemand ernstige pijn toe te brengen of ernstig te doen lijden, lichamelijk of geestelijk. In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat in artikel 5: ‘Niemand zal onderworpen worden aan martelingen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.’ Allerlei vormen van mishandeling worden dus door het internationaal recht net zo goed verboden als marteling. In 1984 namen de Verenigde Naties het Verdrag tegen Marteling en Andere Wrede, Onmenselijke of Onterende Behandeling aan, waarin het verbod op marteling en mishandeling bindend is vastgelegd. Het verbod is absoluut: geen enkel staatsbelang en geen enkele omstandigheid kan een overtreding hiervan rechtvaardigen. Eind 2006 hadden 144 staten het VN-verdrag bekrachtigd.
Amnesty International werkt voor naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere internationale verdragen en verklaringen voor de mensenrechten. Wij doen over de hele wereld onderzoek naar schendingen van de mensenrechten en voeren actie om die schendingen tegen te gaan.