Vrijdag 3 september 2010
De week van...
01 02 03 04 05 06 07 
08 09 10 11 12 13 14 
15 16 17 18 19 20 21 
22 23 24 25 26 27 28 
29 30 31 32 33 34 35 
36 37 38 39 40 41 42 
43 44 45 46 47 48 49 
50 51 52 53 
<< 2008
vanuit...
wereldkaart
Nederland
portret
Deze week:
Geert-Jan Alexander Knoops

Geboren
Eindhoven, 10 juni 1960

Opleiding
bezit twee PhD degrees (Universiteit Leiden en Universiteit Ierland) alsmede een LLM degree (Universiteit Leiden).

Werkt
als hoogleraar international strafrecht in Utrecht en is als internationaal strafrechtsadvocaat verbonden aan Knoops & Partners Advocaten te Amsterdam. Als lead defence counsel is hij werkzaam voor de European Court of Human Rights (ECHR), de International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR), International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) en het Special Court for Sierra Leone. Ook is hij als defence counsel toegelaten tot de Bar van het International Criminal Court. In oktober 2005 werd hij als expert-consultant benoemd in Hamden vs. Rumsfeld (Military Commissions/Guantanamo Bay) welke zaak in juni 2006 leidde tot de belangwekkende uitspraak van de US Supreme Court. Knoops heeft meerdere academische boeken op het gebied van internationaal strafrecht gepubliceerd, waaronder: Defenses in Contemporary International Criminal Law, Second Edition (2008 ), Surrendering to International Criminal Courts: Contemporary Practice and Procedure (2002), An Introduction to the Law of International Criminal Tribunals: A Comparative Study (2003), Theory and Practice of International and Internationalized Criminal Proceedings (2005), Redressing Miscarriages of Justice: Practice and Procedures in (inter)national Criminal Cases (2006).

Hobby's
Knoops is een fervent zeiler

Foto: Frank de Ruiter

Guantánamo Bay bestaat zeven jaar. Barack Obama heeft beloofd het detentiecentrum na zijn inhuldiging als president van de Verenigde Staten definitief te sluiten. Voor de overgebleven gevangenen is de toekomst echter nog onzeker. Juridisch heeft de sluiting grote gevolgen. Advocaat en strafrechtdeskundige Geert-Jan Knoops schept duidelijkheid in de weblog van deze week.

vrijdag 16 januari  Met een radio-interview om half zeven hedenochtend op BNR nieuwsradio over de vraag of Nederland vijf Somalische vermeende piraten we1 uitgeleverd kan krijgen van Denemarken, begon mijn dag. Juridisch is dit niet een gelopen race; stel dat de Somaliërs zich op politieke motieven beroepen? Uitlevering is dan niet toelaatbaar. Bovendien, het eenvoudigweg rondvaren op een boot in zee met dubieuze intenties, is nog niet zonder meer zeeroof volgens ons Wetboek van Strafrecht. Een Amerikaanse denktank in New York waarvan mijn kantoorgenote mr. Carry Hamburger en ik adviseurs zijn, wil later dit jaar met mijn kantoor hieromtrent een internationaal congres organiseren. Piraterij heeft een moderne dimensie gekregen en staat volop in de belangstelling van het internationaal strafrecht.

Het is vier dagen voor de inauguratie van Barak Obama. De nieuwe 44e VS-president heeft, zo werd geteld, tijdens zijn campagne 510 beloftes gedaan; een record. Eén ontbreekt; de harde belofte dat Obama alsnog de VS zal laten toetreden tot het Internationaal Strafhof te Den Haag. De VS is bevreesd voor politiek-geleide vervolgingen tegen VS-soldaten door het Hof.

In het juridisch artikel hierover dat ik later dit jaar publiceer, hoop ik meer duidelijkheid te kunnen geven welke beloften Obama werkelijk heeft kunnen waarmaken op het gebied van het internationaal recht.

Politiek en rechtspraak - ofschoon formeel gescheiden - liggen in het internationaal strafrecht dichter tegen elkaar aan dan men denkt. De verdediging die mijn kantoorgenoten Anne-Marie Verwiel, Amy Walsh en Rima Dijkstra en ik bij het Rwandatribunaal in mei en augustus van dit jaar gaan voeren, zal daarom een grote uitdaging worden. Dit jaar zullen daar de processen moeten worden afgerond, zo heeft de Verenigde Naties laten weten. Het Rwanda- en Joegoslaviëtribunaal zijn qua kosten goed voor zo’n 10 procent van het totale budget van de VN. Of deze tribunalen de rechtspolitieke pretentie van het leveren van een bijdrage tot internationale vrede en veiligheid hebben kunnen waarmaken, is maar zeer de vraag.

Obama's uitdagingen stijgen daarboven uit. Hij zal alle succes nodig hebben om zijn 510 beloftes na te komen... Aan de belofte Guantanamo Bay te sluiten zal Obama vooralsnog zijn handen vol hebben. Naar boven
donderdag 15 januari  Vanochtend al vroeg een radio-interview gegeven op BNR-Nieuwsradio over de vraag of de staat Israël kan worden vervolgd voor het Internationaal Strafhof te Den Haag zoals recentelijk door een Palestijnse organisatie voorgesteld. Om juridische redenen is dit, zo legde ik uit, niet mogelijk. De staat Israël heeft de rechtsmacht van het Strafhof, net zo min als de Verenigde Staten, Rusland en China, erkend.

Daarnaast is het nogal voorbarig om nu al te spreken over het opzetten van een tribunaal terwijl de exacte feiten niet vast staan. Bovendien, iedere ingezetene van Israël, dus ook Palestijnse onderdanen, kan zich met een claim over het optreden van het Israëlische leger wenden tot het Israëlisch Hooggerechtshof. De jurisprudentie van dit hof leert dat veel van deze claims ontvankelijk zijn verklaard en het Israëlische leger door het Hooggerechtshof in een aantal gevallen in het ongelijk is gesteld.

Vandaag zal in het teken staan van het geven van een college aan de Universiteit Utrecht over de vraag naar de vervolgbaarheid van politiek leiders onder het internationaal strafrecht. De Guantánamo Bay kwestie zal ook hier niet buiten beeld kunnen blijven (zie mijn weblog eerder deze week). Mijn oog viel hedenochtend op een verklaring die is afgelegd door Susan J. Crawford, de hoogste official onder de Bush Administration die toezicht moest houden op de aanklachten en procedures tegen gevangenen in GTB. Van 1991 tot 2006 was zij rechter in de hoger beroep strafkamer militaire zaken in de VS. In mei 2008 wees zij de aanklacht af tegen Mohammed al-Qahtani, een van de vermeende betrokkenen bij de 9/11-aanslagen. Al-Qahtani werd 54 dagen, iedere dag, 18 tot 20 uur verhoord onder onmenselijke omstandigheden. Rechter Crawford kwalificeerde dit als marteling. Echter, ook voor haar is het nog een vraag wat er dan nu met deze gevangene moet gebeuren.

Het interview met rechter Crawford, het eerste met een voormalig rechter betrokken bij de GTB berechting, illustreert wederom hoe de Amerikaanse samenleving met het probleem worstelt wat nu te doen met GTB-gevangenen tegen wie geen zaak bestaat.

Dat oud-minister van defensie Donald Rumsfeld deze ondervragingsmethoden, zoals Crawford opmerkte, had goedgekeurd, zal mijn hoorcollege later vandaag extra actueel maken.
Naar boven
woensdag 14 januari  Gisteravond onverwacht een tv-optreden gehad in het programma De Wereld Draait Door. Dit naar aanleiding van het verschijnen van mijn eerste legal thriller op 26 januari aanstaande (Advocaat van de Vijand) waarin een proces op Guantanamo Bay (GTB) centraal staat. Dit boek was aanleiding om mij in het programma de vraag voor te leggen op welke wijze GTB kan worden gesloten. In feite zijn er drie opties, die alle drie even zoveel juridische problemen opwerpen. Deze opties heb ik in mijn weblog van maandag reeds genoemd.

Presentator Matthijs van Nieuwkerk bleek zich goed te hebben voorbereid op het onderwerp en het was interessant om deze uitleg voor het Nederlands publiek te mogen geven. Daarbij werd mij ook nog de vraag gesteld wat te denken van een eventuele vervolging van president Bush in verband met GTB. Hier geldt de vraag: hoe leg je uit dat individuele militairen wel worden vervolgd voor misstanden in Abu Ghraib en GTB en de vermeende aanzetters daartoe niet. Hoe leg je dit uit aan de Amerikaanse samenleving? Obama zal daar een goede verklaring van moeten geven en daarvoor kan hij, dunkt mij, niet volstaan met de zogeheten verzoeningsgedachte binnen de VS. Het gelijkheidsbeginsel speelt hierbij natuurlijk ook een rol. Kortom, het probleem is nog lang niet opgelost; sluiting van GTB is één ding, maar de wijze hoe dit verder af te wikkelen is van een totaal andere orde.

Vandaag werk ik, samen met mijn collega mr. Jessica Eelman, verder aan twee hoger beroepen. Een daarvan betreft de zaak tegen een man die vorig jaar in een café in Amsterdam een persoon in zelfverdediging doodschoot. Deze persoon had een handgranaat doen ontploffen waardoor vele mensen gewond raakten. De andere zaak betreft een man die in december werd vrijgesproken door de rechtbank wegens vermeende betrokkenheid bij een aanslag. Daar is het Openbaar Ministerie in hoger beroep gegaan. Ook onze zaak bij het Rwanda tribunaal vergt veel voorbereiding. Het verdedigingsteam van mijn kantoor is daar hard mee bezig en er moet door ons nog veel onderzoek worden gedaan. Ook in Rwanda, om de verdediging later dit jaar bij het tribunaal te presenteren.

Ik ben verder benieuwd of Obama vandaag nog met andere uitspraken zal komen over het thema dat mij zo bezig houd: Guantánamo Bay.
Naar boven
dinsdag 13 januari  Verkiezingsbeloftes zijn er om te breken, is wel een politiek gezegde of zelfs politieke realiteit. Met de aanstaande president Obama lijkt het helaas niet anders te zijn. Op 11 januari 2009 heeft hij bekend gemaakt dat zijn aanvankelijke belofte om Guantánamo Bay op korte termijn te sluiten niet te realiseren valt. Hij heeft weliswaar zijn legal teams opdracht gegeven oplossingen te zoeken op welke wijze Guantánamo Bay te sluiten, maar binnen de eerste 100 dagen van zijn regering zal dit zeker niet lukken, zo liet hij weten. Anders dan zijn eerdere uitspraak, maakte Obama daarbij ook bekend dat een onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdrijven door de regering-Bush niet zijn prioriteit heeft.

Deze gegevens kon ik gisteravond in het radioprogramma, waar ik aanzat met een jurist van Amnesty International, mr. van Troost, goed gebruiken om te benadrukken dat de sluiting van Guantánamo Bay een enorm probleem vormt. Van de 250 gevangenen, zo deelde ik mede, zijn er slechts 60 tot 80 tegen wie voldoende bewijs zou zijn voor een strafzaak. Ten aanzien van de overige gedetineerden is dit niet het geval. Ze worden daar alleen vastgehouden op grond van een “veiligheidsrisico” dan wel omdat zij nergens kunnen worden ondergebracht.

Gisteravond heb ik verder geschreven aan een juridisch artikel over dit onderwerp. Met het groter worden van het probleem, wordt een juridische analyse hierover alleen maar interessanter.

Vandaag zal ik mij ook moeten onderwerpen aan een fotosessie voor het blad Legal Stuff, dit in verband met mijn eerste legal thriller die op 26 januari as. wordt gepubliceerd door Uitgeverij Bruna. In deze thriller, Advocaat van de vijand, staat de berechting van een Guantánamo Bay-gevangene centraal. Hoe toevallig? Toen ik twee jaar geleden met het schrijven van dit boek startte, kon ik niet vermoeden dat Guantánamo Bay een dergelijke actualiteit zou krijgen zoals nu het geval is.

Verder staan vandaag de nodige werkbesprekingen op de agenda. Met mijn collega’s van de herzieningspraktijk, mr. Paul Acda en mr. Steven Post, gaan we de stand van zaken doornemen van al die zaken die wij op kantoor behandelen van veroordeelden die claimen onschuldig vast te zitten. Ook dit thema staat nog steeds volop in de actualiteit.
Naar boven
maandag 12 januari  Deze week zal ook voor mij zonder meer in het teken staan van de aanloop tot de inauguratie van Senator Barack Obama. Eind vorig jaar schreef ik namelijk in het Advocatenblad een artikel over de vraag of President Bush wellicht strafrechtelijk kan worden vervolgd voor de misstanden die er onder zijn presidentschap hebben plaatsgevonden op Guantánamo Bay. Die maand verscheen hierover van mij ook in het NRC een opiniestuk (NRC van 20/21 december 2008). Dit heeft veel discussie losgemaakt. Niet in de laatste plaats omdat een Amerikaanse Senaatscommissie, eveneens eind vorig jaar, de voormalig VS Minister van Defensie Rumsfeld verantwoordelijk heeft geacht voor martelpraktijken in Abu Graibh (Irak) en Guantánamo Bay. Vanavond ben ik gevraagd om in een radioprogramma (Radio 5) over ditzelfde thema een juridisch commentaar te geven. De uitdaging is steeds om dit soort complexe thema’s in gewone taal om te zetten.

Tijdens mijn kerstreces werd ik over het thema Guantánamo Bay overigens nog benaderd door de politiek verslaggever en correspondent van de Telegraaf in Washington, dit in verband met de vraag hoe de Obama regering zal moeten omgaan met de 250 resterende Guantánamo Bay gevangenen. Vaststaat dat Obama het omstreden detentiecentrum wil sluiten. Maar wat dient dan te gebeuren met al die gevangenen daar? Het gaat hier inderdaad om een groot probleem dat niet gemakkelijk valt op te lossen. In feite zijn er drie opties: berechting via het bestaande Amerikaanse federale rechtssysteem, het opzetten van een speciaal tribunaal (onder auspiciën van de VN of anderszins) waar deze 250 zaken worden bekeken, dan wel het overdragen van deze zaken aan landen die daartoe bereid zijn. De eerste optie ligt het meest voor de hand gelet op de complexe problemen die de tweede en de derde optie met zich brengen.

Omdat ikzelf in 2005/2006 betrokken ben geweest als juridisch adviseur van het verdedigingsteam van Hamdan, de voormalig chauffeur van Osama Bin Laden, die in Guantánamo Bay als eerste werd berecht vorig jaar, zal dit onderwerp mij ook dit jaar blijven bezighouden. Later deze week zal ik graag op het onderwerp terugkomen, afhankelijk van het debat vanavond op de radio.
Naar boven