'Verslag doen was haar niet genoeg. Ze wilde iets dóen.' |
IN MEMORIAM: ANNA POLITKOVSKAJA
Door Monique van Ravenstein - Uit Wordt Vervolgd, november 2006
Op zaterdag 7 oktober 2006 werd de Russische mensenrechtenjournaliste Anna Politkovskaja in de lift van haar appartementencomplex in Moskou doodgeschoten. Ze werkte net (weer) aan een artikel over mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië.Mensenrechtenjournalist
Anna Politkovskaja's onvoltooide project
‘We brandmerken je als terrorist’, luidde de kop. Het stuk zou de maandag erop worden gepubliceerd door haar krant, de drie keer per week verschijnende Novaja Gazeta.
Fragmenten uit dit onvoltooide werk drukte de krant na de begrafenis alsnog af. Politkovskaja schreef: ‘Als aanklagers en rechters niet op basis van de wet opereren maar op politiek bevel, en meedoen aan antiterroristische acties die het vooral het Kremlin naar de zin moeten maken, schieten strafzaken als paddestoelen uit de grond.’
Het stuk bevat schokkende passages uit een brief die de journaliste kennelijk eind augustus ontving van Beslan Gadajev. Deze 24-jarige Tsjetsjeen beschrijft hoe hij in Grozny is gemarteld – opgehangen aan handen en voeten, geslagen, elektrische schokken toegediend – om hem een reeks moorden te laten bekennen waar hij zegt niks mee te maken te hebben. Volgens Politkovskaja heeft onderzoek van medisch gevangenispersoneel zijn verhaal bevestigd. Novaja Gazeta drukte ook enkele schokkende beelden uit video-opnamen af die tonen hoe (vermoedelijk) leden van de Russisch-Tsjetsjeense geheime dienst ‘terroristen’ martelen. Half oktober was nog onduidelijk van wie de correspondent de video-opnamen had gekregen.
Gadajevs relaas illustreert wat Politkovskaja typeert als het ‘antiterroristische martelbeleid op de Noordelijke Kaukasus’. ‘Vechten wij hier legaal tegen wetteloosheid?’ vraagt de journaliste zich af, ‘of tuigen we mensen af met onze eigen wetteloosheid?’
De Tsjetsjeense premier Ramzan Kadyrov (30), die de steun geniet van het Kremlin, figureerde voor haar dood ruimschoots in Politkovskaja’s werk. Haar laatste interview gaf ze krap een uur voor haar dood aan de correspondent van de mensenrechtenwebsite Caucasian Knot. Het gesprek ging over Kadyrov en zijn rol bij afpersingspraktijken in zijn republiek. Twee dagen eerder vertelde Politkovskaja aan Radio Liberty dat ze aan een boek werkte over marteling en ontvoeringen in Tsjetsjenië, en noemde ze Kadyrov een van de mensen die bij dergelijke praktijken betrokken zijn.
In een tijdens haar leven nooit gepubliceerd artikel (dat voorjaar 2007 zal verschijnen in de bloemlezing Another Sky van de Engelse schrijversorganisatie PEN) vertelde Politkovskaja over haar ervaringen met Kadyrov en waarom ze, ondanks alle bedreigingen, bleef schrijven: ‘Het is onmogelijk iemand tegen te houden die haar leven zo fanatiek in het teken heeft gesteld van dit beroep, verslag doen van de wereld om ons heen. […] Het belangrijkste is doorgaan met mijn werk en elke dag weer mensen ontvangen die nergens anders heen kunnen met hun problemen, omdat het Kremlin hun verhalen niet terzake vindt doen.’
Mensenrechtenjournalist
Anna Politkovskaja werd in 1958 geboren in New York, waar haar ouders allebei als vertegenwoordiger van de Sovjet-Unie bij de Verenigde Naties werkten. In 1970 verhuisde het gezin terug naar Moskou, waar Politkovskaja in 1980 afstudeerde als journalist aan de Universiteit van Moskou. Ze begon haar journalistieke carričre bij het gerenommeerde dagblad Izvestija en schreef in de jaren negentig voor de weekbladen Megapolis Express en Obsjtsjaja Gazeta, beide bekend vanwege hun aandacht voor mensenrechten. In 1999 werd ze ‘speciaal correspondent’ voor de liberale krant Novaja Gazeta. Ze schreef vooral over sociale onderwerpen: het falende rechtssysteem, gevangenisomstandigheden, weeskinderen en, vanaf eind 1990, over de tweede oorlog in Tsjetsjenië.
Politkovskaja’s artikelen zijn gebundeld in de bloedstollende boeken A dirty war (2001), A small corner of hell: dispatches from Chechnya (2003) en Poetins Rusland (2005).
Haar werk is bekroond met vele prijzen op het gebied van mensenrechten en journalistiek, waaronder de Gouden Pen van de Russische bond van journalisten en de Global Award voor Mensenrechtenjournalistiek van de Britse afdeling van Amnesty International.


