Home > De bibliotheek: Boeken en bladen > Teheran Underground
Banner
Amnesty.nl Homepage
Beeld: uit No one knows about Persian cats

TEHERAN UNDERGROUND

Door Eefje Blankevoort - Uit Wordt Vervolgd - Maart 2010

De speelfilm No one knows about Persian cats opent op donderdag 25 maart het Movies that Matter Festival. De Iraans-Koerdische maker Bahman Ghobadi is er hoofdgast. Dit keer neemt de chroniqueur van het Koerdische leven ons mee naar de hoogbouw van Teheran, in een film die het midden houdt tussen een videoclip en een roadmovie.

Movies that Matter Filmfestival

‘Een film maken over jongeren in Iran is heel pijnlijk. De bitterheid greep me naar de keel. Om de film lichter te maken heb ik humor en fictie gebruikt’

‘Film komt hier vandaan’, zegt Bahman Ghobadi. Hij legt zijn hand op zijn borst. ‘Uit het hart, niet uit het hoofd. Filmmaken heb ik niet op de universiteit geleerd maar door wat ik heb meegemaakt.’

Ghobadi (42) is te gast op het International Filmfestival Rotterdam, waar zijn laatste film de Nederlandse première beleeft. Hij is een terugkerende festivalgast; tussen de vragen door groet hij de ene na de andere oude bekende in de drukke perszaal. Zijn verloofde en co-scenarist Roxanne Saberi is meegekomen. Ghobadi is onvermoeibaar en praat met grote gebaren en twinkelende ogen over zijn passie. ‘Ik wilde nooit films maken, ik moest films maken.’

Ghobadi werkt het liefst met amateurs, laat documentaire en fictie in elkaar overlopen en put bij al zijn films uit eigen herinneringen. A time for drunken horses speelt zich af in zijn geboortedorp Baneh. Net als de kinderen in de film smokkelde de regisseur als kind om geld te verdienen voor zijn familie. De oorlogsherinneringen van de kinderen uit Turtles can fly zijn grotendeels de zijne; hij groeide op tijdens de Iran-Irak-oorlog (1980-1988). ‘Mijn grootste leermeester was mijn leven, mijn opvoeding, het land waar ik vandaan kom.’

Op internationale festivals sleepte de chroniqueur van het Koerdische leven talloze prijzen in de wacht. Het Iraans regime was minder te spreken over de manier waarop hij de grote sociale problemen van zijn geboorteregio op het witte doek bracht. ‘Na Half moon schreven regeringskranten dat ik een Koerdische separatist was, dat ik van Koerdistan een onafhankelijk land wilde maken. Dat is niet waar, ik hou van Iran. Ik zeg altijd; mijn lichaam is Iraans, mijn hart is Koerdisch.’

Irans jonge talent
Met No one knows about Persian cats heeft Ghobadi Koerdistan voor het eerst losgelaten. De glooiende bergen hebben plaatsgemaakt voor de betonnen Teheraanse hoogbouw, de stilte van het platteland is verruild voor de kakofonie van de stad en de muziek van tientallen bands.

Muziek maken, optreden, plezier maken – in de Islamitische Republiek Iran mag het niet. Maar natuurlijk gebeurt het wel, op grote schaal zelfs. Duizenden bandjes zijn er in Iran, die heavy metal maken, indie-rock, Iraanse rap, blues en een combinatie van traditionele Iraanse en westerse muziek.
p
In een vorm die het midden houdt tussen videoclip en roadmovie voert No one knows about Persian cats de kijker mee langs alle hoeken en gaten van Teheran waar Irans jonge talent zich – noodgedwongen – schuilhoudt. Een heavy metal-band oefent tussen de koeien, de Iraanse Beatles staan op de uitkijk om te zien of hun buurman, die bij de eerste noot de politie belt, het pand heeft verlaten. Alleen in een bedompte ondergrondse studio kan een solozangeres haar bijzondere stemgeluid laten horen. In Iran mogen vrouwen niet zingen, het zou de mannen wel eens het hoofd op hol kunnen brengen.

Dicht op de huid gefilmd volgen we hoofdpersonen Negar en Ashkan tijdens hun zoektocht naar bandleden die met hen mee willen op Europese tour. Talent genoeg, maar hoe kom je aan een visum of paspoort (twaalfduizend euro op de zwarte markt)? Tussendoor komen de dilemma’s aan bod waarmee jongeren in Iran dagelijks worden geconfronteerd (de regels omzeilen en tegelijkertijd arrestatie vermijden, weggaan of blijven) en vertellen de muzikanten over hun dromen – Sigur Ross in IJsland zien, een Ludwig-drumkit en een koelkast vol energiedrankjes om eindeloos te kunnen drummen.

No one knows about Persian cats is haast bij toeval geboren. Ghobadi wist niets van het onderwerp, kende geen van de bands. Hij was druk bezig met een ander filmproject over Teheran toen hij depressief werd. Na twee jaar verwoede pogingen om de vereiste vergunningen te bemachtigen bij Ershad – het ministerie van Culturele Leiding – , gaf Bahman de moed op. ‘Ik was zo verdrietig dat ik niets meer deed. Totdat mijn vriend Babak me wakker schudde. “Je doet precies wat de regering wil: thuis zitten”, zei hij tegen me. Hij haalde me over muziek te maken in zijn studio, om me beter te doen voelen. Daarna nam hij me achterop de motor mee langs tal van underground optredens en leerde me zo de fantastische wereld van jonge muzikanten kennen. Toen ik zag hoe die jongeren konden spelen, zonder geld, zonder toestemming, wist ik: je moet een film maken zoals zij muziek. Een undergroundfilm over undergroundmuziek.’
En zo filmde Ghobadi in guerrillastijl – binnen achttien dagen, zonder toestemming en met een kleine crew – de Iraanse hoofdstad en haar muzikale inwoners. Wederom combineert hij documentaire en fictie. Ook in het echte leven zijn hoofdrolspelers Negar en Ashkan muzikanten die dromen van een tour in Europa, de plot is bedacht. Niet om de werkelijkheid te dramatiseren, maar om die te verzachten.

‘Een film maken over jongeren in Iran, niet alleen over muziek, maar de jeugd in het algemeen, is heel pijnlijk. Zoveel jonge mensen hebben gevangen gezeten, is geweld aangedaan. Toen ik met de film begon, greep de bitterheid me naar de keel. Om de film lichter te maken, toegankelijk te houden voor het publiek, heb ik humor en fictie gebruikt.’

75 zweepslagen
Een van de sterkste scènes waarin fictie en humor de documentaire stijl versterken, speelt zich af op het ministerie van Culturele Leiding. Nader, een bootleg cd/dvd-verkoper met ADHD, is gearresteerd wegens het bezit van illegale cd’s en alcohol. Door de kier van de deur is Nader nog net te zien, de ambtenaar blijft anoniem. Hij wordt veroordeeld tot een boete van 1.500.000 toman (duizend euro) en vijfenzeventig zweepslagen. Met een grandioze spraakwaterval van tegenargumenten weet Nader zijn straf tot een minimum te beperken. ‘Elke kunstenaar in Iran herkent de scène, iedereen heeft in een dergelijke situatie gezeten. Dat je je er zo uit kunt praten, gebeurt helaas bijna nooit. Het is de werkelijkheid, maar met een luchtige benadering.’
Ghobadi kreeg van de internationale filmpers vaak het predikaat ‘politiek filmmaker’, en ook zijn laatste creatie wordt beschouwd als politiek statement, een typering die hij zelf verafschuwt. ‘Ik ben geen politiek filmmaker, ik haat politiek. Maar alles in Iran is politiek, dat is de ellende van het land waar ik vandaan kom. Wat heeft muziek met politiek te maken? Niets, maar in Iran wordt het als subversief gezien.’ Ghobadi steekt verontschuldigend zijn handen in de lucht. ‘Ik hoop dat ik ooit een film kan maken waarin ik niet over politiek hoef te praten.’

No one knows about Persian cats zindert en bruist van passie voor muziek, maar slaakt vooral een diepe zucht naar vrijheid. ‘De titel verwijst naar het feit dat in Iran huisdieren niet op straat mogen, dat is onrein. Kunstenaars bevinden zich in dezelfde positie. Ze maken de mooiste dingen, worden daarom door velen gekoesterd, maar om te overleven moeten ze verborgen blijven, net als onze honden en katten.’

Die vergelijking geldt niet in de laatste plaats voor filmmakers zelf. De afgelopen jaren is de repressie sterk toegenomen. Filmvergunningen worden nauwelijks afgegeven, tientallen filmmakers zijn gevangen gezet, het land ontvlucht of hebben huisarrest gekregen. Ook Ghobadi heeft een loodzwaar jaar achter de rug. In februari 2009 werd zijn verloofde, de Amerikaans-Iraanse journaliste Roxanne Saberi gearresteerd op verdenking van spionage en veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Na zware diplomatieke druk kwam ze drie maanden later vrij. Ten tijde van haar arrestatie en gevangenschap was Ghobadi in het buitenland en bleef hij buiten schot. Maar toen hij een week voor de omstreden presidentsverkiezingen van 12 juni zijn moeder opzocht in Iraans Koerdistan werd hij gearresteerd en een week vastgehouden. Momenteel woont hij in het buitenland.

‘De autoriteiten hebben me al vaker gezegd dat ik Iran beter kon verlaten. Dit keer werd me zeer nadrukkelijk verteld dat ze mijn veiligheid niet konden garanderen. Als ik nu terug ga naar Iran kunnen er twee dingen gebeuren: mijn paspoort wordt afgepakt en ik krijg huisarrest of ik ga de gevangenis in. Dan kan ik maar beter even wegblijven.’

Wel is Ghobadi ervan overtuigd dat zijn ballingschap niet definitief is. ‘De komende twee, drie jaar blijf ik in het buitenland. Misschien kan ik eindelijk ervaren hoe het is om zonder de gebruikelijke restricties te werken’, zegt hij lachend. ‘Maar Iran is en blijft mijn land en ik ga zeker terug. Iran is niet van de mensen die mij hebben gedwongen weg te gaan.’

Hard uitspreken
De presidentsverkiezingen van 12 juni 2009 leidden tot grootschalige anti-regeringsprotesten, brute repressie en de ergste politieke crisis in Iran sinds de revolutie. In het aanhoudend protest tegen de omstreden verkiezingen lieten ook Iraanse filmmakers duidelijk van zich horen. Mohsen Mahmalbaf, een van de bekendste, wierp zich op als woordvoerder in het buitenland van oppositieleider Mousavi. Iraanse filmmakers vroegen internationale filmfestivals om steunbetuigingen en riepen westerse collega’s op het Iraanse Farj filmfestival te boycotten. Deelname zou het regime legitimeren. ‘Iedereen die de mogelijkheid heeft, moet zich hard uitspreken. Ook al hou ik er niet van om over politiek te praten, op dit moment zie ik het als mijn taak om de demonstranten te steunen. Maar een boycot ondersteun ik niet. Westerse filmmakers moeten juist wel naar het Farj filmfestival. Ga naar Iran, vertoon je film en gebruik het podium om kritiek te leveren en te delen met het publiek.’

In de nasleep van de verkiezingen zijn duizenden mensen gearresteerd, honderden gemarteld en vermoord. Nog altijd zijn er mensen vermist en zitten honderden studenten, activisten, politici en journalisten gevangen. Op 28 januari van dit jaar zijn twee demonstranten geëxecuteerd, negentien anderen wacht dezelfde straf. De mensenrechtensituatie is in decennia niet zo slecht geweest. En toch blijft Ghobadi hoopvol. ‘De repressie werkt alleen maar averechts. Vroeger was het effectief, schrok het mensen af, maar na deze grote demonstraties niet meer. Het maakt mensen alleen maar bozer. 90 procent van de jongeren die nu de straat op gaan heeft de revolutie niet mee gemaakt. De oudere generatie, waartoe ik behoor, is de angst van toen niet vergeten. Maar de jongeren kennen die angst niet, zij blijven de straat op gaan en zullen voor verandering zorgen, daar ben ik van overtuigd.’

Met dank aan Nadia Novibi

No one knows about Persian cats (fictie, Iran, 2009, 106 min.). Regie: Bahman Ghobadi

De muzikanten uit No one knows about Persian Cats treden op 3 maart in het kader van Music Freedom Day op in het Paard van Troje in Den Haag. Op 4 maart nemen ze deel aan een publieksdiscussie in Filmhuis Den Haag. Meer informatie: www.freemuse.org

Ga naar boven

Movies that Matter Filmfestival
No one knows about Persian cats opent op 25 maart het Movies that Matter Festival. Op het festival worden in een retrospectief ook drie eerdere, internationaal bekroonde, films van Ghobadi vertoond: Turtles can fly, A time for drunken horses en Half moon.
Vertoningen, tijden, locaties en prijzen www.moviesthatmatterfestival.nl
Ga naar boven


Vrijdag 3 september 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Lees ook Wordt Vervolgd!
Hét opiniemaandblad over mensenrechten. Onmisbaar voor iedere professional op gebied van mensenrechten.