Home > De bibliotheek: Landeninformatie > Regionaal overzicht – Amerika's
De erfenis van de autoritaire regimes uit het verleden leeft voort |
REGIONAAL OVERZICHT – AMERIKA'S
Uit het Jaarboek 2008
De Universele Verklaring - zestig jaar later
Een terugblik op 2007 - "Oorlog tegen terrorisme"
Conflicten
Doodstraf
Geweld tegen vrouwen
Gerechtigheid en straffeloosheid
Universele jurisdictie
Economische en sociale discriminatie
Deze cruciale bijdrage aan internationale mensenrechten werd in de tussenliggende jaren overschaduwd door de militaire regimes die een groot deel van de regio domineerden. Van de jaren zestig tot het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw gingen veel Latijns-Amerikaanse landen gebukt onder jaren van militair bewind, gekenmerkt door wijdverbreide en systematische mensenrechtenschendingen. Sommige schendingen, zoals gedwongen verdwijningen, werden in die jaren een symbool voor zowel de regimes als voor de campagnes van Amnesty International in de regio.
Het einde van het militaire bewind en de terugkeer naar burgerregeringen die grondwettelijk waren gekozen maakten een einde aan het patroon van wijdverbreide en systematische gedwongen verdwijningen, politieke moorden en marteling van politieke tegenstanders. De hoop dat er een nieuw tijdperk zou aanbreken waarin mensenrechten zouden worden gerespecteerd, bleek in veel gevallen echter ongegrond.
De meeste grondwetten garanderen fundamentele rechten en de meeste landen in de regio hebben de belangrijkste internationale mensenrechtenverdragen geratificeerd. Een opvallende uitzondering hierop is de Verenigde Staten, één van de slechts twee landen in de wereld die het Verdrag inzake de Rechten van het Kind niet hebben geratificeerd en één van slechts een handvol landen die het VN-Vrouwenverdrag niet hebben geratificeerd. De Amerikaanse regering heeft de VN ook laten weten dat het niet van plan is het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof te ratificeren.
De erfenis van de autoritaire regimes uit het verleden leeft voort in de institutionele zwakheden die nog steeds veel Latijns-Amerikaanse landen teisteren, vooral in Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied. Corruptie, het gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, straffeloosheid voor overheidsfunctionarissen en zwakke regeringen hebben het vertrouwen in overheidsinstellingen ondermijnd. Gelijke bescherming staat dan misschien in de wet, in de praktijk wordt het vaak niet toegepast, vooral als het gaat om mensen uit achtergestelde gemeenschappen.
De kloof tussen wet en praktijk in veel landen in de regio heeft zijn oorsprong in het historische misbruik van de wetshandhaving, dat door opeenvolgende regeringen niet is aangepakt. De politie, veiligheidstroepen en rechtssystemen zijn lange tijd gebruikt om afwijkende meningen te onderdrukken en om corruptie en diepgewortelde economische en politieke belangen in stand te houden. Machtsmisbruik komt nog steeds voor. De grote meerderheid van degenen die binnen het rechtssysteem worden gestraft of gevangengezet zijn machteloos en kansarm. Degenen die verantwoordelijk zijn voor machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen worden vaak niet gestraft.
Hoewel onderdrukkende praktijken nog steeds vrijwel ongewijzigd plaatsvinden, is het achterliggende principe veranderd. De technieken die voorheen werden gebruikt om afwijkende politieke meningen te onderdrukken, worden nu toegepast op degenen die strijden tegen sociale onrechtvaardigheid en discriminatie en op degenen die daar het slachtoffer van zijn. Krachtige en steeds zelfverzekerdere sociale bewegingen komen op voor de verdediging van een breed scala aan rechten. Een groot aantal verschillende organisaties zetten de strijd van degenen die zestig jaar geleden de UVRM aannamen voort.
In juli zette president George W. Bush het licht op groen om het programma van geheime detentie en ondervraging van de CIA voort te zetten. Het was slechts één voorbeeld uit een lange lijst van onwettige praktijken die door de regering worden gebruikt in het kader van de "oorlog tegen terrorisme" en de hernieuwde goedkeuring van dit programma door de president vormde een duidelijke afwijzing van de principes die ten grondslag liggen aan de UVRM. Sterker nog, president Bush vaardigde zijn presidentieel besluit uit een jaar nadat twee organen van de VN die toezicht houden op de naleving van verdragen, de Amerikaanse regering in niet mis te verstane termen hadden laten weten dat geheime detentie een schending is van de internationale verplichtingen van de VS.
Voor wie gerechtigheid voor de gedetineerden in Guantánamo nastreefde, was de aandacht in 2007 gericht op het Amerikaanse Hooggerechtshof, in wat werd gezien als een cruciaal moment voor de mensenrechten. In februari bepaalde het Hof van Beroep voor het circuit van het District of Columbia dat bepalingen van de Wet op de militaire commissies (Military Commissions Act, MCA) die de rechtbanken de jurisdictie ontnamen om petities voor habeas corpus in overweging te nemen, van toepassing waren op alle gedetineerden die in Guantánamo werden vastgehouden. Een beroep tegen deze uitspraak werd aanvankelijk door het Hooggerechtshof afgewezen. In juni nam het Hooggerechtshof echter de, historisch gezien, ongebruikelijk stap om zijn eerdere beslissing nietig te verklaren. Op 5 december werd de mondelinge bewijsvoering gehoord waarbij de regering beargumenteerde dat, zelfs als de gedetineerden het recht op habeas corpus hadden (wat volgens de regering niet het geval is), de beperkte gerechtelijke herziening van hun vonnis waartoe ze toegang hebben een “adequate vervanging” was.
Habeas corpus – het recht om een rechter te laten beslissen over de wettigheid van iemands detentie – is een fundamenteel principe van de rechtsorde. Gedetineerden in Amerikaanse hechtenis die geen toegang tot deze procedure hebben gekregen, zijn het slachtoffer geworden van gedwongen verdwijningen, geheime detentie en overdracht, marteling en andere wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of straf, en oneerlijke procesprocedures. Zestig jaar na de UVRM zijn dergelijke principes en praktijken een belediging voor de wereld zoals die in de UVRM werd voorgesteld. Verwacht wordt dat het Hooggerechtshof halverwege 2008 uitspraak doet over de habeas corpus-kwestie.
Op 17 december werd New Jersey de eerste Amerikaanse staat sinds 1965 die de doodstraf afschafte. Een dag later nam de Algemene Vergadering van de VN een historische resolutie aan waarin werd opgeroepen tot een wereldwijd moratorium op executies. Zestig jaar nadat het recht op leven en het verbod op wrede, onmenselijke en vernederende straffen werden vastgelegd in de UVRM, en drie decennia nadat in de Verenigde Staten executies werden hervat, waren voorstanders van de doodstraf in de hele wereld steeds meer in het defensief.
In de Verenigde Staten ziet de zaak van voorstanders van afschaffing van de doodstraf er heel wat minder somber uit dan zelfs nog maar een decennium geleden. Een aantal factoren heeft bijgedragen aan deze trend, onder andere de vrijlating van meer dan honderd mensen uit de dodencel sinds 1977 omdat ze onschuldig bleken te zijn – in 2007 werden drie personen om deze reden vrijgelaten. Het aantal doodvonnissen dat jaarlijks wordt uitgesproken, blijft verder afnemen sinds de piek in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw. Naar verluidt werden er in 2007 net iets meer dan honderd doodvonnissen uitgesproken in de Verenigde Staten. In de vijf jaren tussen 1995 en 1999 werden jaarlijks gemiddeld 304 mensen naar Amerikaanse dodencellen gestuurd.
De 42 executies die in 2007 in de Verenigde Staten werden uitgevoerd – nog steeds 42 executies te veel – was het laagste in het land sinds 1994. Dit was ten minste voor een deel het gevolg van het moratorium op dodelijke injecties sinds eind september 2007, toen het Amerikaanse Hooggerechtshof erin toestemde om een wraking van de grondwettelijkheid van die executiemethode in overweging te nemen.
In Canada was er wijdverbreide bezorgdheid over een beslissing van de regering in oktober om een al lang bestaand beleid in te trekken om clementie te vragen voor alle Canadese staatsburgers die in het buitenland ter dood zijn veroordeeld. Volgens het nieuwe beleid wordt er niet langer clementie gevraagd van 'democratische landen die de rechtsorde naleven'.
In de meeste gevallen werden degenen die verantwoordelijk waren voor geweld tegen vrouwen niet ter verantwoording geroepen, een bewijs van het aanhoudende gebrek aan politieke wil om het probleem aan te pakken. Veel van de problemen waar vrouwen mee te maken kregen als ze gerechtigheid eisten, herhaalden zich van land tot land. Uit onderzoek van Amnesty International kwam steevast naar voren dat er een gebrek was aan opvanghuizen met voldoende bescherming, dat wetshandhavingfunctionarissen onvoldoende waren opgeleid in de juiste opsporingstechnieken, waaronder forensisch onderzoek, en dat bij de vervolging geen rekening werd gehouden met de behoefte van vrouwen aan bescherming en geen garantie werd geboden voor de bevordering van de rechten en de waardigheid van vrouwen. Vrouwen die er wel in slaagden hun zaak zover te krijgen dat er tot vervolging werd overgegaan, hadden vaak te maken met een discriminerende houding van het strafrechtsysteem en nog meer intimidatie van de dader.
Discriminatie op basis van sekse werd vaak verergerd door andere vormen van discriminatie. Als een vrouw zwart, inheems, lesbisch of arm is, loopt ze vaak tegen nog grotere hindernissen op als ze gerechtigheid wil. En als daders weten dat ze vrouwen ongestraft kunnen slaan, verkrachten en vermoorden, worden deze misdaden nog vaker gepleegd en raken ze nog meer verankerd in de maatschappij. Zo worden inheemse vrouwen in Amerika en Alaska die het slachtoffer zijn van seksueel geweld nog regelmatig geconfronteerd met laksheid en onverschilligheid. Ze hebben ook te maken met een onevenredig hoog aantal gevallen van verkrachting en seksueel geweld; volgens cijfers van het Amerikaanse ministerie van Justitie lopen inheemse vrouwen in Amerika en Alaska 2,5 keer meer kans om het slachtoffer te worden van verkrachting of seksueel geweld dan Amerikaanse vrouwen in het algemeen. In Canada lopen inheemse vrouwen volgens cijfers van de overheid vijf keer meer kans dan andere vrouwen om te overlijden als gevolg van geweld, een bewijs voor de dringende behoefte aan een uitgebreid nationaal actieplan om het geweld aan te pakken en inheemse vrouwen te beschermen tegen discriminatie.
In september nam het Chileense Hoogste Gerechtshof een historische beslissing toen het de uitlevering goedkeurde van voormalig Peruaans president Alberto Fujimori om terecht te staan wegens corruptie en mensenrechtenschendingen in Peru.
In november sprak datzelfde hof echter een gepensioneerde kolonel vrij van de gedwongen verdwijning van drie personen in 1973 omdat de misdaad was verjaard. Dit oordeel bespotte internationale mensenrechtennormen en was een tegenslag voor al degenen die gerechtigheid en schadeloosstelling willen voor misdaden die zijn gepleegd onder het militaire regime van voormalig president Augusto Pinochet. Ook het Hoogste Gerechtshof van Panama besliste dat gedwongen verdwijningen die aan het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw plaatsvonden, waren verjaard.
In Chili en Uruguay waren nog steeds amnestiewetten van kracht voor misdaden die waren gepleegd tijdens het militaire regime in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. In september bevestigde het Hof van Beroep in Uruguay echter het proces en de detentie van voormalig president Juan Maria Bordaberry (1971-1976) als mededader van tien gevallen van doodslag. In december werd voormalig president-generaal Gregorio Alvarez (1981-1985) gearresteerd en aangeklaagd als mededader van de gedwongen verdwijning van meer dan dertig mensen.
In Mexico oordeelde een federale rechter in juli dat het bloedbad onder studenten op het Tlatelolco-plein in 1968 genocide was, maar dat er onvoldoende bewijzen waren tegen voormalig president Luis Echeverría om de vervolging voort te zetten.
Mensenrechtenschendingen door overheidspersonen werden in de meeste landen nog slecht onderzocht. In onder andere Brazilië, El Salvador, Guatemala, Haïti en Jamaica werden wetshandhavingfunctionarissen die zich schuldig maakten aan mensenrechtenschendingen zelden of nooit vervolgd.
De rechtssystemen in veel delen van de regio werden gekenmerkt door corruptie, inefficiëntie en een gebrek aan duidelijke politieke wil om degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen ter verantwoording te roepen. Daarnaast was er nog steeds ernstige bezorgdheid over het feit dat politie- en militaire rechtbanken werden gebruikt om personeel te berechten dat zich schuldig had gemaakt aan mensenrechtenschendingen. Zo werd in Colombia een groot aantal van de meer dan tweehonderd executies door de veiligheidstroepen die in 2007 werden gemeld, doorverwezen naar het militaire rechtssysteem, waar de verklaring van de soldaat dat de slachtoffers tijdens een gevecht waren gedood meestal werd geaccepteerd, waarna de zaak zonder verder onderzoek werd gesloten. In Mexico waren volgens de Nationale Commissie voor de Rechten van de Mens soldaten die deelnamen aan politieoperaties verantwoordelijk voor het plegen van ernstige schendingen tegen een aantal burgers. Ondanks het feit dat militaire rechtbanken consistent verzuimden om gerechtigheid te garanderen in mensenrechtenzaken, kwam de commissie niet met de aanbeveling dat dergelijke zaken in civiele rechtbanken zouden moeten worden gehoord.
Wat betreft het gedrag van de Verenigde Staten in het kader van de "oorlog tegen terrorisme" vormt het gebrek aan aansprakelijkheid voor mensenrechtenschendingen nog steeds een ernstig probleem, vooral in de hogere niveaus van de hiërarchie.
Er was geen noemenswaardige vooruitgang in de zaken tegen voormalig president-generaal José Efraín Ríos Montt en andere hooggeplaatste voormalige officieren van het Guatemalaanse leger. Er was veel kritiek op een uitspraak van de staatsrechtbank die de tenuitvoerlegging van arrestatiebevelen voor generaal Ríos Montt en een verzoek voor zijn uitlevering van een Spaanse rechter in 2006 in de weg stond, omdat deze uitspraak het principe van universele jurisdictie niet erkende.
In december vaardigde een Italiaanse rechter arrestatiebevelen uit voor 146 voormalige politie- en militaire functionarissen uit Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Paraguay, Peru en Uruguay. De arrestaties hadden te maken met de moord op en gedwongen verdwijning van Zuid-Amerikaanse staatsburgers van Italiaanse afkomst tijdens Operatie Condor, een gezamenlijk plan van ten minste zes militaire regimes in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen.
De aanhoudende politieke uitsluiting van grote groepen van de bevolking, vooral mensen van Afrikaanse afkomst en inheemse mensen, was gekoppeld aan discriminatie en beperkte toegang tot een groot aantal voorzieningen die essentieel zijn voor het realiseren van mensenrechten. Dit ging gepaard met een aanhoudende tendens om grote groepen van de bevolking als marginaal te behandelen of uit te sluiten bij het definiëren van economische ontwikkeling. Gebrek aan transparantie en verantwoordelijkheid leidde er regelmatig toe dat gevestigde economische belangen werden beschermd en vormde nog steeds een belangrijke belemmering in de bestrijding van armoede en discriminatie.
Gemeenschappen gingen echter door met het organiseren van campagnes voor het realiseren van hun rechten, waarbij ze vaak werden geconfronteerd met bedreigingen en intimidatie. In Mexico verzette zich bijvoorbeeld een groot aantal leden van boeren- en inheemse gemeenschappen tegen projecten als de bouw van een dam in La Parota. In verschillende landen in het zuiden van de Andes organiseerden gemeenschappen verzet tegen de mineraalwinning die op dreigde te rukken naar beschermde gebieden of ernstige milieuschade dreigde te veroorzaken.
Een aantal landen, waaronder Nicaragua en Paraguay, hadden de beslissingen van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot de landrechten van inheemse volken nog steeds niet uitgevoerd.
Honderden activisten en gemeenschapsleiders in de hele regio waren het slachtoffer van valse aanklachten wegens misdrijven omdat ze grond van arme landelijke gemeenschappen probeerden te beschermen tegen illegale overname, vaak door nationale en multinationale bedrijven. Sommigen werden ten onrechte veroordeeld en gevangengezet.
In landen als de Dominicaanse Republiek, Peru en Guatemala werd sociale uitsluiting versterkt doordat de autoriteiten bepaalde groepen van de bevolking niet voorzagen van correcte geboorteakten. Degenen zonder papieren liepen het risico geen toegang te krijgen tot een groot aantal verschillende voorzieningen, zoals onderwijs en gezondheidszorg. Bovendien werd hen in feite het recht ontnomen om te stemmen en deel te nemen aan openbare zaken en hadden ze in feite geen recht op huurbescherming voor woningen en grond en op vast werk.
In de VS kwam rassendiscriminatie tot uiting in de ongelijkheid in de wetshandhaving en het strafrechtsysteem, en de behandeling van buitenlandse staatsburgers die werden vastgehouden in het kader van de "oorlog tegen terrorisme".
Discriminerende wetten die relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht strafbaar stellen waren nog steeds van kracht in het Caraïbisch gebied en Midden-Amerika. Maar in Nicaragua kwamen dankzij een nieuw Wetboek van strafrecht bepalingen te vervallen die homoseksuele en lesbische relaties strafbaar stelden.
Vrouwen werden nog steeds vaker getroffen door hiv/aids dan mannen, met het hoogste aantal gevallen onder vrouwen in het Caraïbisch gebied (vooral in Haïti en de Dominicaanse Republiek); Cuba was nog steeds de uitzondering, met naar verluidt lage besmettingscijfers. Het onevenredig grote aantal gevallen van hiv-besmetting en sterfte onder kraamvrouwen onder inheemse vrouwen in de hele regio bewees ook welk effect discriminatie heeft op de toegang tot gezondheidszorg.
In vier landen in de regio is abortus nog steeds in alle gevallen strafbaar: Chili, El Salvador, Honduras en Nicaragua. In oktober, een jaar nadat in Nicaragua abortus in alle gevallen strafbaar was gesteld, meldden vrouwenrechtengroeperingen dat vrouwen met hun leven boetten voor deze stap terug in de zwangerschapszorg. Hun onderzoek liet een toename in de sterfte onder kraamvrouwen zien die had kunnen worden voorkomen als abortus niet strafbaar was gesteld. Hier stond tegenover dat in Mexico-Stad het aantal sterfgevallen als gevolg van onveilige abortussen afnam nadat in april een wet was aangenomen die abortus legaal maakte.
Het aan de kaak stellen van schendingen was in veel landen nog steeds een gevaarlijke activiteit. Journalisten die verslag deden van corruptie en milieuactivisten die verslag deden van de schade die werd veroorzaakt door de vervuiling van natuurlijke hulpbronnen waar miljoenen mensen van afhankelijk waren voor hun levensonderhoud, werden bedreigd en aangevallen.
De UVRM belooft vrijheid van angst en vrijheid van gebrek, maar de vrijheid van gebrek is voor velen in de regio, zowel in het noorden als in het zuiden, nog steeds een illusie. Ondanks de verbazingwekkende groei in rijkdom in de afgelopen zestig jaar, worden hele gemeenschappen als gevolg van diepgewortelde sociale onrechtvaardigheid nog steeds uitgesloten van de potentiële voordelen van deze rijkdom. Miljoenen mensen hebben nog steeds te maken met sociale uitsluiting en discriminatie. Diverse, veelzijdige en dynamische bewegingen, overal in de regio, gaan deze uitdaging aan en ontwikkelen een geheel nieuwe vorm van activisme en empowerment. Ze eisen dat alle rechten die in de UVRM zijn beschreven, worden gerealiseerd, voor iedereen.
Een terugblik op 2007 - "Oorlog tegen terrorisme"
Conflicten
Doodstraf
Geweld tegen vrouwen
Gerechtigheid en straffeloosheid
Universele jurisdictie
Economische en sociale discriminatie
De Universele Verklaring - zestig jaar later
Dat mensenrechten de kern van het VN-project vormen is grotendeels te danken aan de inspanningen van de Latijns-Amerikaanse landen. Voor de belangrijkste mogendheden die na de Tweede Wereldoorlog betrokken waren bij het opstellen van het Handvest van de Verenigde Naties, waaronder de Verenigde Staten, hadden mensenrechten geen hoge prioriteit. Maar in 1945, vlak voor de oprichtingsbijeenkomst van de VN in San Francisco, kwam de Inter-Amerikaanse Conferentie bijeen in Mexico-Stad en bepaalde dat moest worden gestreefd naar het opnemen van een grensoverschrijdende verklaring van rechten in het VN-Handvest. Dit leidde uiteindelijk tot het aannemen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). In mei 1948, een paar maanden voordat de UVRM werd aangenomen, nam de Inter-Amerikaanse Conferentie de Amerikaanse Verklaring van de Rechten en Plichten van de Mens aan, het eerste algemene mensenrechteninstrument ter wereld.Deze cruciale bijdrage aan internationale mensenrechten werd in de tussenliggende jaren overschaduwd door de militaire regimes die een groot deel van de regio domineerden. Van de jaren zestig tot het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw gingen veel Latijns-Amerikaanse landen gebukt onder jaren van militair bewind, gekenmerkt door wijdverbreide en systematische mensenrechtenschendingen. Sommige schendingen, zoals gedwongen verdwijningen, werden in die jaren een symbool voor zowel de regimes als voor de campagnes van Amnesty International in de regio.
Het einde van het militaire bewind en de terugkeer naar burgerregeringen die grondwettelijk waren gekozen maakten een einde aan het patroon van wijdverbreide en systematische gedwongen verdwijningen, politieke moorden en marteling van politieke tegenstanders. De hoop dat er een nieuw tijdperk zou aanbreken waarin mensenrechten zouden worden gerespecteerd, bleek in veel gevallen echter ongegrond.
De meeste grondwetten garanderen fundamentele rechten en de meeste landen in de regio hebben de belangrijkste internationale mensenrechtenverdragen geratificeerd. Een opvallende uitzondering hierop is de Verenigde Staten, één van de slechts twee landen in de wereld die het Verdrag inzake de Rechten van het Kind niet hebben geratificeerd en één van slechts een handvol landen die het VN-Vrouwenverdrag niet hebben geratificeerd. De Amerikaanse regering heeft de VN ook laten weten dat het niet van plan is het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof te ratificeren.
De erfenis van de autoritaire regimes uit het verleden leeft voort in de institutionele zwakheden die nog steeds veel Latijns-Amerikaanse landen teisteren, vooral in Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied. Corruptie, het gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, straffeloosheid voor overheidsfunctionarissen en zwakke regeringen hebben het vertrouwen in overheidsinstellingen ondermijnd. Gelijke bescherming staat dan misschien in de wet, in de praktijk wordt het vaak niet toegepast, vooral als het gaat om mensen uit achtergestelde gemeenschappen.
De kloof tussen wet en praktijk in veel landen in de regio heeft zijn oorsprong in het historische misbruik van de wetshandhaving, dat door opeenvolgende regeringen niet is aangepakt. De politie, veiligheidstroepen en rechtssystemen zijn lange tijd gebruikt om afwijkende meningen te onderdrukken en om corruptie en diepgewortelde economische en politieke belangen in stand te houden. Machtsmisbruik komt nog steeds voor. De grote meerderheid van degenen die binnen het rechtssysteem worden gestraft of gevangengezet zijn machteloos en kansarm. Degenen die verantwoordelijk zijn voor machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen worden vaak niet gestraft.
Hoewel onderdrukkende praktijken nog steeds vrijwel ongewijzigd plaatsvinden, is het achterliggende principe veranderd. De technieken die voorheen werden gebruikt om afwijkende politieke meningen te onderdrukken, worden nu toegepast op degenen die strijden tegen sociale onrechtvaardigheid en discriminatie en op degenen die daar het slachtoffer van zijn. Krachtige en steeds zelfverzekerdere sociale bewegingen komen op voor de verdediging van een breed scala aan rechten. Een groot aantal verschillende organisaties zetten de strijd van degenen die zestig jaar geleden de UVRM aannamen voort.
Een terugblik op 2007 - "Oorlog tegen terrorisme"
Zes jaar na het begin van de "oorlog tegen terrorisme" hielden de Verenigde Staten nog steeds honderden mensen voor onbepaalde tijd zonder aanklacht of proces in hechtenis in Afghanistan en in Guantánamo Bay, naast de duizenden die in Irak vastzaten.In juli zette president George W. Bush het licht op groen om het programma van geheime detentie en ondervraging van de CIA voort te zetten. Het was slechts één voorbeeld uit een lange lijst van onwettige praktijken die door de regering worden gebruikt in het kader van de "oorlog tegen terrorisme" en de hernieuwde goedkeuring van dit programma door de president vormde een duidelijke afwijzing van de principes die ten grondslag liggen aan de UVRM. Sterker nog, president Bush vaardigde zijn presidentieel besluit uit een jaar nadat twee organen van de VN die toezicht houden op de naleving van verdragen, de Amerikaanse regering in niet mis te verstane termen hadden laten weten dat geheime detentie een schending is van de internationale verplichtingen van de VS.
Voor wie gerechtigheid voor de gedetineerden in Guantánamo nastreefde, was de aandacht in 2007 gericht op het Amerikaanse Hooggerechtshof, in wat werd gezien als een cruciaal moment voor de mensenrechten. In februari bepaalde het Hof van Beroep voor het circuit van het District of Columbia dat bepalingen van de Wet op de militaire commissies (Military Commissions Act, MCA) die de rechtbanken de jurisdictie ontnamen om petities voor habeas corpus in overweging te nemen, van toepassing waren op alle gedetineerden die in Guantánamo werden vastgehouden. Een beroep tegen deze uitspraak werd aanvankelijk door het Hooggerechtshof afgewezen. In juni nam het Hooggerechtshof echter de, historisch gezien, ongebruikelijk stap om zijn eerdere beslissing nietig te verklaren. Op 5 december werd de mondelinge bewijsvoering gehoord waarbij de regering beargumenteerde dat, zelfs als de gedetineerden het recht op habeas corpus hadden (wat volgens de regering niet het geval is), de beperkte gerechtelijke herziening van hun vonnis waartoe ze toegang hebben een “adequate vervanging” was.
Habeas corpus – het recht om een rechter te laten beslissen over de wettigheid van iemands detentie – is een fundamenteel principe van de rechtsorde. Gedetineerden in Amerikaanse hechtenis die geen toegang tot deze procedure hebben gekregen, zijn het slachtoffer geworden van gedwongen verdwijningen, geheime detentie en overdracht, marteling en andere wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of straf, en oneerlijke procesprocedures. Zestig jaar na de UVRM zijn dergelijke principes en praktijken een belediging voor de wereld zoals die in de UVRM werd voorgesteld. Verwacht wordt dat het Hooggerechtshof halverwege 2008 uitspraak doet over de habeas corpus-kwestie.
Conflicten
In het langdurige binnenlandse gewapende conflict in Colombia hadden burgers het het zwaarst te verduren. Hoewel het aantal doden en ontvoeringen verder afnam, maakten alle partijen in het conflict – de veiligheidstroepen, paramilitairen en guerrillagroeperingen – zich nog steeds schuldig aan ernstige mensenrechtenschendingen. Honderdduizenden mensen raakten opnieuw ontheemd als gevolg van confrontaties tussen de strijdende partijen.Doodstraf
Het VS-beleid met betrekking tot de doodstraf gaat al vele jaren in tegen de trend in de rest van de regio om de doodstraf af te schaffen. Hoewel er in 2007 doodvonnissen werden opgelegd op de Bahama's, in Trinidad en Tobago en in de Verenigde Staten, werden er alleen in de Verenigde Staten executies uitgevoerd. Er waren echter zelfs in de Verenigde Staten tekenen dat de steun voor de doodstraf aan het afnemen is.Op 17 december werd New Jersey de eerste Amerikaanse staat sinds 1965 die de doodstraf afschafte. Een dag later nam de Algemene Vergadering van de VN een historische resolutie aan waarin werd opgeroepen tot een wereldwijd moratorium op executies. Zestig jaar nadat het recht op leven en het verbod op wrede, onmenselijke en vernederende straffen werden vastgelegd in de UVRM, en drie decennia nadat in de Verenigde Staten executies werden hervat, waren voorstanders van de doodstraf in de hele wereld steeds meer in het defensief.
In de Verenigde Staten ziet de zaak van voorstanders van afschaffing van de doodstraf er heel wat minder somber uit dan zelfs nog maar een decennium geleden. Een aantal factoren heeft bijgedragen aan deze trend, onder andere de vrijlating van meer dan honderd mensen uit de dodencel sinds 1977 omdat ze onschuldig bleken te zijn – in 2007 werden drie personen om deze reden vrijgelaten. Het aantal doodvonnissen dat jaarlijks wordt uitgesproken, blijft verder afnemen sinds de piek in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw. Naar verluidt werden er in 2007 net iets meer dan honderd doodvonnissen uitgesproken in de Verenigde Staten. In de vijf jaren tussen 1995 en 1999 werden jaarlijks gemiddeld 304 mensen naar Amerikaanse dodencellen gestuurd.
De 42 executies die in 2007 in de Verenigde Staten werden uitgevoerd – nog steeds 42 executies te veel – was het laagste in het land sinds 1994. Dit was ten minste voor een deel het gevolg van het moratorium op dodelijke injecties sinds eind september 2007, toen het Amerikaanse Hooggerechtshof erin toestemde om een wraking van de grondwettelijkheid van die executiemethode in overweging te nemen.
In Canada was er wijdverbreide bezorgdheid over een beslissing van de regering in oktober om een al lang bestaand beleid in te trekken om clementie te vragen voor alle Canadese staatsburgers die in het buitenland ter dood zijn veroordeeld. Volgens het nieuwe beleid wordt er niet langer clementie gevraagd van 'democratische landen die de rechtsorde naleven'.
Geweld tegen vrouwen
Latijns-Amerika nam opnieuw belangrijke en vernieuwende stappen om geweld tegen vrouwen uit te bannen en seksegelijkheid te bevorderen. Zo namen Mexico en Venezuela nieuwe wetten aan om geweld tegen vrouwen te bestrijden. Deze wetten bevatten een bredere definitie van geweld tegen vrouwen en bieden een uitgebreider kader van beschermingsmechanismen. Sommige initiatieven om geweld tegen vrouwen aan te pakken – bijvoorbeeld de baanbrekende vrouwenpolitiebureaus in Brazilië – werden nog steeds gehinderd door gebrek aan voldoende middelen en aanhoudende misvattingen over de aard en de reikwijdte van het probleem. In de Verenigde Staten adviseerde het Congres, na een gezamenlijke campagne van een brede coalitie van groeperingen, om meer geld vrij te maken voor het implementeren van de Wet op geweld tegen vrouwen, een federale wet die voorziet in een aantal maatregelen op staatsniveau en op lokaal niveau.In de meeste gevallen werden degenen die verantwoordelijk waren voor geweld tegen vrouwen niet ter verantwoording geroepen, een bewijs van het aanhoudende gebrek aan politieke wil om het probleem aan te pakken. Veel van de problemen waar vrouwen mee te maken kregen als ze gerechtigheid eisten, herhaalden zich van land tot land. Uit onderzoek van Amnesty International kwam steevast naar voren dat er een gebrek was aan opvanghuizen met voldoende bescherming, dat wetshandhavingfunctionarissen onvoldoende waren opgeleid in de juiste opsporingstechnieken, waaronder forensisch onderzoek, en dat bij de vervolging geen rekening werd gehouden met de behoefte van vrouwen aan bescherming en geen garantie werd geboden voor de bevordering van de rechten en de waardigheid van vrouwen. Vrouwen die er wel in slaagden hun zaak zover te krijgen dat er tot vervolging werd overgegaan, hadden vaak te maken met een discriminerende houding van het strafrechtsysteem en nog meer intimidatie van de dader.
Discriminatie op basis van sekse werd vaak verergerd door andere vormen van discriminatie. Als een vrouw zwart, inheems, lesbisch of arm is, loopt ze vaak tegen nog grotere hindernissen op als ze gerechtigheid wil. En als daders weten dat ze vrouwen ongestraft kunnen slaan, verkrachten en vermoorden, worden deze misdaden nog vaker gepleegd en raken ze nog meer verankerd in de maatschappij. Zo worden inheemse vrouwen in Amerika en Alaska die het slachtoffer zijn van seksueel geweld nog regelmatig geconfronteerd met laksheid en onverschilligheid. Ze hebben ook te maken met een onevenredig hoog aantal gevallen van verkrachting en seksueel geweld; volgens cijfers van het Amerikaanse ministerie van Justitie lopen inheemse vrouwen in Amerika en Alaska 2,5 keer meer kans om het slachtoffer te worden van verkrachting of seksueel geweld dan Amerikaanse vrouwen in het algemeen. In Canada lopen inheemse vrouwen volgens cijfers van de overheid vijf keer meer kans dan andere vrouwen om te overlijden als gevolg van geweld, een bewijs voor de dringende behoefte aan een uitgebreid nationaal actieplan om het geweld aan te pakken en inheemse vrouwen te beschermen tegen discriminatie.
Gerechtigheid en straffeloosheid
In april bepaalde een federaal hof van beroep in Buenos Aires, Argentinië, dat de gratie die in 1989 voor internationaal strafbare feiten was verleend aan voormalig militair leider Jorge Videla en voormalig admiraal Emilio Massera ongrondwettig, en dus van nul en gener waarde was.In september nam het Chileense Hoogste Gerechtshof een historische beslissing toen het de uitlevering goedkeurde van voormalig Peruaans president Alberto Fujimori om terecht te staan wegens corruptie en mensenrechtenschendingen in Peru.
In november sprak datzelfde hof echter een gepensioneerde kolonel vrij van de gedwongen verdwijning van drie personen in 1973 omdat de misdaad was verjaard. Dit oordeel bespotte internationale mensenrechtennormen en was een tegenslag voor al degenen die gerechtigheid en schadeloosstelling willen voor misdaden die zijn gepleegd onder het militaire regime van voormalig president Augusto Pinochet. Ook het Hoogste Gerechtshof van Panama besliste dat gedwongen verdwijningen die aan het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw plaatsvonden, waren verjaard.
In Chili en Uruguay waren nog steeds amnestiewetten van kracht voor misdaden die waren gepleegd tijdens het militaire regime in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. In september bevestigde het Hof van Beroep in Uruguay echter het proces en de detentie van voormalig president Juan Maria Bordaberry (1971-1976) als mededader van tien gevallen van doodslag. In december werd voormalig president-generaal Gregorio Alvarez (1981-1985) gearresteerd en aangeklaagd als mededader van de gedwongen verdwijning van meer dan dertig mensen.
In Mexico oordeelde een federale rechter in juli dat het bloedbad onder studenten op het Tlatelolco-plein in 1968 genocide was, maar dat er onvoldoende bewijzen waren tegen voormalig president Luis Echeverría om de vervolging voort te zetten.
Mensenrechtenschendingen door overheidspersonen werden in de meeste landen nog slecht onderzocht. In onder andere Brazilië, El Salvador, Guatemala, Haïti en Jamaica werden wetshandhavingfunctionarissen die zich schuldig maakten aan mensenrechtenschendingen zelden of nooit vervolgd.
De rechtssystemen in veel delen van de regio werden gekenmerkt door corruptie, inefficiëntie en een gebrek aan duidelijke politieke wil om degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen ter verantwoording te roepen. Daarnaast was er nog steeds ernstige bezorgdheid over het feit dat politie- en militaire rechtbanken werden gebruikt om personeel te berechten dat zich schuldig had gemaakt aan mensenrechtenschendingen. Zo werd in Colombia een groot aantal van de meer dan tweehonderd executies door de veiligheidstroepen die in 2007 werden gemeld, doorverwezen naar het militaire rechtssysteem, waar de verklaring van de soldaat dat de slachtoffers tijdens een gevecht waren gedood meestal werd geaccepteerd, waarna de zaak zonder verder onderzoek werd gesloten. In Mexico waren volgens de Nationale Commissie voor de Rechten van de Mens soldaten die deelnamen aan politieoperaties verantwoordelijk voor het plegen van ernstige schendingen tegen een aantal burgers. Ondanks het feit dat militaire rechtbanken consistent verzuimden om gerechtigheid te garanderen in mensenrechtenzaken, kwam de commissie niet met de aanbeveling dat dergelijke zaken in civiele rechtbanken zouden moeten worden gehoord.
Wat betreft het gedrag van de Verenigde Staten in het kader van de "oorlog tegen terrorisme" vormt het gebrek aan aansprakelijkheid voor mensenrechtenschendingen nog steeds een ernstig probleem, vooral in de hogere niveaus van de hiërarchie.
Universele jurisdictie
In Argentinië en Panama werd nieuwe wetgeving geïntroduceerd die universele jurisdictie bood. In december tekende president Bush de ‘Genocide Accountability Act’ van 2007, een wet die onderzoek naar en vervolging wegens genocide toestaat als de vermeende dader naar de Verenigde Staten wordt overgebracht of in de Verenigde Staten wordt aangetroffen, zelfs als de misdaad in een ander land is gepleegd.Er was geen noemenswaardige vooruitgang in de zaken tegen voormalig president-generaal José Efraín Ríos Montt en andere hooggeplaatste voormalige officieren van het Guatemalaanse leger. Er was veel kritiek op een uitspraak van de staatsrechtbank die de tenuitvoerlegging van arrestatiebevelen voor generaal Ríos Montt en een verzoek voor zijn uitlevering van een Spaanse rechter in 2006 in de weg stond, omdat deze uitspraak het principe van universele jurisdictie niet erkende.
In december vaardigde een Italiaanse rechter arrestatiebevelen uit voor 146 voormalige politie- en militaire functionarissen uit Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Paraguay, Peru en Uruguay. De arrestaties hadden te maken met de moord op en gedwongen verdwijning van Zuid-Amerikaanse staatsburgers van Italiaanse afkomst tijdens Operatie Condor, een gezamenlijk plan van ten minste zes militaire regimes in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen.
Economische en sociale discriminatie
De druk op nieuwe Latijns-Amerikaanse en Caraïbische regeringen nam toe om hun beloften om diepgewortelde economische en sociale ongelijkheid aan te pakken, waar te maken. Een aantal programma's om armoede te verminderen hadden een positief effect, maar er was kritiek op andere programma's omdat ze de nadruk legden op liefdadigheid in plaats van op het realiseren van mensenrechten en het bevorderen van gelijkheid.De aanhoudende politieke uitsluiting van grote groepen van de bevolking, vooral mensen van Afrikaanse afkomst en inheemse mensen, was gekoppeld aan discriminatie en beperkte toegang tot een groot aantal voorzieningen die essentieel zijn voor het realiseren van mensenrechten. Dit ging gepaard met een aanhoudende tendens om grote groepen van de bevolking als marginaal te behandelen of uit te sluiten bij het definiëren van economische ontwikkeling. Gebrek aan transparantie en verantwoordelijkheid leidde er regelmatig toe dat gevestigde economische belangen werden beschermd en vormde nog steeds een belangrijke belemmering in de bestrijding van armoede en discriminatie.
Gemeenschappen gingen echter door met het organiseren van campagnes voor het realiseren van hun rechten, waarbij ze vaak werden geconfronteerd met bedreigingen en intimidatie. In Mexico verzette zich bijvoorbeeld een groot aantal leden van boeren- en inheemse gemeenschappen tegen projecten als de bouw van een dam in La Parota. In verschillende landen in het zuiden van de Andes organiseerden gemeenschappen verzet tegen de mineraalwinning die op dreigde te rukken naar beschermde gebieden of ernstige milieuschade dreigde te veroorzaken.
Een aantal landen, waaronder Nicaragua en Paraguay, hadden de beslissingen van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot de landrechten van inheemse volken nog steeds niet uitgevoerd.
Honderden activisten en gemeenschapsleiders in de hele regio waren het slachtoffer van valse aanklachten wegens misdrijven omdat ze grond van arme landelijke gemeenschappen probeerden te beschermen tegen illegale overname, vaak door nationale en multinationale bedrijven. Sommigen werden ten onrechte veroordeeld en gevangengezet.
In landen als de Dominicaanse Republiek, Peru en Guatemala werd sociale uitsluiting versterkt doordat de autoriteiten bepaalde groepen van de bevolking niet voorzagen van correcte geboorteakten. Degenen zonder papieren liepen het risico geen toegang te krijgen tot een groot aantal verschillende voorzieningen, zoals onderwijs en gezondheidszorg. Bovendien werd hen in feite het recht ontnomen om te stemmen en deel te nemen aan openbare zaken en hadden ze in feite geen recht op huurbescherming voor woningen en grond en op vast werk.
In de VS kwam rassendiscriminatie tot uiting in de ongelijkheid in de wetshandhaving en het strafrechtsysteem, en de behandeling van buitenlandse staatsburgers die werden vastgehouden in het kader van de "oorlog tegen terrorisme".
Discriminerende wetten die relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht strafbaar stellen waren nog steeds van kracht in het Caraïbisch gebied en Midden-Amerika. Maar in Nicaragua kwamen dankzij een nieuw Wetboek van strafrecht bepalingen te vervallen die homoseksuele en lesbische relaties strafbaar stelden.
Vrouwen werden nog steeds vaker getroffen door hiv/aids dan mannen, met het hoogste aantal gevallen onder vrouwen in het Caraïbisch gebied (vooral in Haïti en de Dominicaanse Republiek); Cuba was nog steeds de uitzondering, met naar verluidt lage besmettingscijfers. Het onevenredig grote aantal gevallen van hiv-besmetting en sterfte onder kraamvrouwen onder inheemse vrouwen in de hele regio bewees ook welk effect discriminatie heeft op de toegang tot gezondheidszorg.
In vier landen in de regio is abortus nog steeds in alle gevallen strafbaar: Chili, El Salvador, Honduras en Nicaragua. In oktober, een jaar nadat in Nicaragua abortus in alle gevallen strafbaar was gesteld, meldden vrouwenrechtengroeperingen dat vrouwen met hun leven boetten voor deze stap terug in de zwangerschapszorg. Hun onderzoek liet een toename in de sterfte onder kraamvrouwen zien die had kunnen worden voorkomen als abortus niet strafbaar was gesteld. Hier stond tegenover dat in Mexico-Stad het aantal sterfgevallen als gevolg van onveilige abortussen afnam nadat in april een wet was aangenomen die abortus legaal maakte.
Het aan de kaak stellen van schendingen was in veel landen nog steeds een gevaarlijke activiteit. Journalisten die verslag deden van corruptie en milieuactivisten die verslag deden van de schade die werd veroorzaakt door de vervuiling van natuurlijke hulpbronnen waar miljoenen mensen van afhankelijk waren voor hun levensonderhoud, werden bedreigd en aangevallen.
De UVRM belooft vrijheid van angst en vrijheid van gebrek, maar de vrijheid van gebrek is voor velen in de regio, zowel in het noorden als in het zuiden, nog steeds een illusie. Ondanks de verbazingwekkende groei in rijkdom in de afgelopen zestig jaar, worden hele gemeenschappen als gevolg van diepgewortelde sociale onrechtvaardigheid nog steeds uitgesloten van de potentiële voordelen van deze rijkdom. Miljoenen mensen hebben nog steeds te maken met sociale uitsluiting en discriminatie. Diverse, veelzijdige en dynamische bewegingen, overal in de regio, gaan deze uitdaging aan en ontwikkelen een geheel nieuwe vorm van activisme en empowerment. Ze eisen dat alle rechten die in de UVRM zijn beschreven, worden gerealiseerd, voor iedereen.


