Home > De bibliotheek: Boeken en bladen > ‘Als we niet méér focussen, hollen we onszelf voorbij’
'We gaan kijken of er slimmere en goedkopere manieren zijn om te berichten over mensenrechten' |
‘ALS WE NIET MÉÉR FOCUSSEN, HOLLEN WE ONSZELF VOORBIJ’
Door Arend Hulshof - Uit Wordt Vervolgd, december 2009/januari 2010
Bijna vier jaar na zijn aantreden heeft Eduard Nazarski, directeur van Amnesty Nederland, rigoureuze plannen om zijn streven naar ‘meer focus’ te realiseren. Het internationale tij zit hem daarbij niet mee, want het werkterrein omvat inmiddels álle mensenrechten.In zijn ruime kantoor in het Amnesty-pand aan de Amsterdamse Keizersgracht licht Eduard Nazarski (56) geduldig zijn plannen toe. Zo nu en dan loopt hij naar het boekenkastje bij zijn bureau om zijn woorden met literatuur te onderbouwen. Hij spreekt rustig, gebruikt daarbij veel zijn handen en bij uitzondering zelfs het vingertje – waarover hij relativerend een grap maakt als hij zichzelf erop betrapt.
Het zijn roerige tijden voor de directeur van Amnesty Nederland. Nadat de internationale beweging afgelopen zomer al een pakket besluiten met ingrijpende gevolgen had genomen, deed Nazarski daar voor de Nederlandse organisatie nog eens een schepje bovenop. Het resultaat is dat Amnesty Nederland een nieuwe weg inslaat, met als richtingaanwijzers vier thema’s: armoede, migranten & vluchtelingen, geweld en vrijheid van meningsuiting/non-discriminatie. Daarnaast dient meer geld te worden vrijgemaakt ter bevordering van mensenrechten in ontwikkelingslanden, maar bovenal, aldus Nazarski, moet er ‘meer focus’ komen in het werk van Amnesty Nederland. Dat vraagt om reorganisatie en bezuinigingen. De afgelopen weken heeft hij zijn plannen ontvouwd aan medewerkers en leden, met soms heftige reacties.
Dat de veranderingen ingrijpend zijn, beseft hij terdege. ‘Maar ik ben ervan overtuigd dat ze nodig zijn. Als we niet méér focussen, hollen we onszelf voorbij. Amnesty begon in 1961 als vereniging voor het vrije woord, inmiddels komen we op voor álle mensenrechten. Zonder uitbreiding van onze capaciteiten loopt dat ergens spaak. Er moet dus iets afvallen. Ik hoop dat de Algemene Ledenvergadering op 28 november (vlak voor publicatie van dit interview, red.) met het plan instemt.’
Een niet minder belangrijk doel van ‘meer focus’ is vergroting van de zichtbaarheid van Amnesty in Nederland. ‘We moeten meer van ons laten zien en horen, in de media, in het mensenrechtendebat en in de politieke arena. En dat wil ik bereiken door minder aan te kaarten.’ Als voorbeeld noemt hij dat de organisatie zich momenteel bezighoudt met zestig landen; dat moet terug naar dertig. Hij realiseert zich dat dit een gevoelig besluit is. ‘Liefst willen we álle schendingen overal aan de orde stellen. Daarom houdt ons Jaarboek wel wereldwijde dekking en zullen voorlichters en lobbyisten inspelen op vragen over en crisissituaties in andere landen. Maar voor het overige gaan we ons beperken tot dertig landen. Of misschien nog wel minder.’
Waar is de gewetensgevangene gebleven? De doodstraf? Marteling?
‘Gewetensgevangenen vallen onder geweld, maar vooral onder vrijheid van meningsuiting. Marteling en doodstraf vallen heel duidelijk onder geweld.’
Onderwerpen die minder aandacht gaan krijgen, zijn schendingen van humanitair oorlogsrecht en discriminatie buiten Nederland. Een andere afvaller is het thema homorechten – ooit een beladen onderwerp, dat pas begin jaren negentig met veel pijn en moeite en nota bene op initiatief van de Nederlandse leden in Amnesty’s missie werd opgenomen. Waarom deze keus? ‘Ik zeg níet dat we niets meer zullen doen op dit thema, of dat we er geen mening meer over hebben. Waar nodig zullen we onze stem laten horen. Maar het is geen prioriteit meer. Nederland telt al veel clubs die opkomen voor homorechten. We moeten ons afvragen of we daar wel wat aan toe kunnen voegen.’
Hét thema waar Amnesty zich de komende jaren mee bezig gaat houden is armoede. Op 10 december, Internationale Dag van de Rechten van de Mens, staat de nieuwe wereldwijde campagne Demand Dignity centraal, met het ambitieuze einddoel ‘een einde te maken aan de mensenrechtenschendingen die armoede in stand houden’ (zie ook pag. 14).
In het licht van meer focus: waarom kiest u wel voor zo’n geheel nieuw thema als armoede? Op dat gebied zijn al heel wat organisaties actief.
‘Wij hebben iets toe te voegen door duidelijk te maken dat armoede en honger wel degelijk een kwestie van mensenrechten zijn. Overheden hebben de plicht armoede te bestrijden. Gebrek aan middelen is vaak niet de enige oorzaak, het heeft ook te maken met politieke keuzes van regeringen. We gaan het werk van Oxfam, Cordaid en al die andere organisaties niet dunnetjes overdoen.’
Hij voegt eraan toe: ‘We kiezen bovendien voor dit thema omdat de internationale beweging armoede als speerpunt heeft gekozen. Dan kunnen we in Nederland moeilijk zeggen: daar doen wij niet aan mee. Wel geldt ook hier dat we gaan focussen: op onrechtmatige huisuitzettingen, sloppenwijken en op de aansprakelijkheid van bedrijven bij mensenrechtenschendingen die tot armoede leiden.’
Deelt u de mening van scheidend secretaris-generaal Irene Khan (zie pag. 20) dat armoede ‘de ernstigste mensenrechtencrisis’ is?
‘We moeten uitkijken dat we niet te vaak met semantische of retorische uitspraken komen. Maar als 1,4 miljard mensen honger hebben, en ze niet gehoord worden, dan is dat een buitengewoon ernstige situatie waar we iets aan moeten doen.’
Hoe gaat Amnesty dat aanpakken? Bij armoede is een schuldige en een oorzaak minder eenduidig aan te wijzen dan bij bijvoorbeeld marteling.
‘Dat is inderdaad heel ingewikkeld. Dat geldt eigenlijk voor alle sociaal-economische rechten. Ze zijn minder absoluut. Je kunt wel zeggen dat iedereen schoon drinkwater móet hebben, maar dat kan niet overal van de een op de andere dag gerealiseerd worden. Overheden kunnen wel stappen zetten die zullen leiden naar schoon drinkwater voor iedereen. Daar gaan we autoriteiten, maar ook bedrijven, op aanspreken. Daarnaast gaan we ons er bijvoorbeeld sterk voor maken mensenrechten beter in de Millenniumdoelen (www.millenniumdoelen.nl, red.) te verankeren.’
Nazarski’s drang naar focus is niet nieuw. ‘Misschien slaan we nu een deuk in tachtig pakjes boter’, zei hij kort na zijn aantreden in 2006 tegen Wordt Vervolgd. ‘Maar ik hak liever drie pakjes boter echt doormidden.’ Concrete plannen lieten even op zich wachten, want ‘bij Amnesty moet alles driedubbel gecheckt, er wordt veel nagedacht en overlegd. Die degelijkheid keert zich in de organisatiestructuur tegen ons. Op zich geen probleem, maar op een gegeven moment moet je wel knopen doorhakken.’
Dat doet hij op het moment dat hij ook moet bezuinigen. Deels omdat de groei eruit is: ‘In Nederland nemen onze structurele inkomsten niet af, maar ze stijgen ook niet.’ De hoofdreden voor de sanering is echter dat de internationale beweging van Amnesty afgelopen zomer besloot dat de wereldwijde inkomsten beter verdeeld moeten worden. Momenteel gaat 75 procent daarvan naar de twintig grootste afdelingen, vooral westerse landen als Nederland, Frankrijk, de VS, Groot-Brittannië. Het hoofdkantoor in Londen krijgt 20 procent, onder andere voor onderzoek. 5 procent gaat naar de overige Amnesty-afdelingen, veelal landen in de armere delen van de wereld. ‘En’, vult Nazarski aan, ‘dat zijn vaak de landen waar de meeste mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Het is daarom goed en logisch dat die afdelingen meer te besteden krijgen. Daar vragen ze ook om. Maar het geld kan ook naar lokale mensenrechtenorganisaties gaan. In Nederland hebben we al jaren een succesvol programma dat activisten in Afrikaanse landen ondersteunt, traint en adviseert. Zulke programma’s zouden we ook kunnen opzetten voor Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en Azië. Door kleine organisaties en startende mensenrechtenkernen een krachtig steuntje in de rug te geven, moet daar een betere mensenrechtensituatie ontstaan.’
Om deze koers te financieren, moet er gesneden worden in bestaande Nederlandse activiteiten. Nazarski wil onder andere fors bezuinigen op communicatie met de leden. Hoe is dat te rijmen met zijn ambitie dat leden meer van Amnesty gaan ‘zien en horen’?
‘Ik heb het dan niet over de middelen die we hier zelf produceren. We moeten deelnemen aan het mensenrechtendebat, nadrukkelijker aanwezig zijn in de media. Politici moeten niet meer om onze standpunten heen kunnen. Agendabepalend moeten we zijn.’
Het bezuinigingszwaard van Damocles hangt onder andere ook boven Wordt Vervolgd. Waardeert hij het maandblad niet meer? ‘Wordt Vervolgd is een geweldig blad, maar ik wil er veel minder aan uitgeven. We gaan kijken of er slimmere en goedkopere manieren zijn om te berichten over mensenrechten.’
Vanwege de financiële nood wil Nazarski sterker gaan inzetten op externe fondsenwerving. Betekent dat ook dat Amnesty bij de overheid gaat aankloppen? Nazarski: ‘Ja. Dat doen we al. In 2005 is een uitzondering gemaakt voor het aannemen van overheidsgeld voor het specifieke doel mensenrechteneducatie, omdat we menen dat daar een speciale rol voor de overheid is weggelegd. Voor campagnes en onderzoek neemt Amnesty geen overheidsgeld aan.’
Hoe is Amnesty’s onafhankelijkheid gewaarborgd als de organisatie geld vraagt van een overheid die ze aan de andere kant bekritiseert? Denk bijvoorbeeld aan Amnesty’s kritiek op het vreemdelingenbeleid van Nederland.
‘Als de overheid aan een gift voor mensenrechteneducatie bepaalde voorwaarden stelt, zullen we dat geld weigeren of eventueel terugstorten. Dan doen we die onderwijsprogramma’s niet. Dat lijkt me glashelder.’
Een van de vier nieuwe hoofdthema’s is de spanning tussen vrijheid van meningsuiting enerzijds en het verbod op discriminatie anderzijds. Als schot voor de boeg publiceerde Nazarski in september op www.amnesty.nl een uitgesproken column over het voorstel dat Geert Wilders tijdens de Algemene Beschouwingen deed om een ‘kopvoddentaks’ te heffen op het dragen van hoofddoeken. Het PVV-kamerlid had het over het ‘terug veroveren’ van de straat en het was volgens hem tijd voor een ‘grote schoonmaak’. Mag Wilders dat allemaal zeggen van Nazarski? ‘Dat mag hij. Al vond ik zijn uitlatingen heel ver gaan. Het stoorde me vooral dat andere Kamerleden tijdens dat debat nauwelijks op Wilders’ uitspraken reageerden. Dit soort uitlatingen zou niet onweersproken moeten blijven.’ Waar precies de grens ligt van de vrijheid van meningsuiting kan Nazarski niet zeggen. ‘Het is geen absoluut recht. We gaan het oordeel van de rechter volgend jaar afwachten, pas dan kunnen we eventueel met een statement komen, in overleg met andere Amnesty-afdelingen. Hoe denken die erover?’ Lachend: ‘Misschien weet Amnesty Denemarken nog wel een paar cartoonisten die ons kunnen helpen, haha! Maar serieus: het is belangrijk dat we als internationale beweging met één mond spreken en met een solide antwoord komen.’
Over de laatste vraag moet Nazarski even nadenken. Wat wil hij zeggen tegen een terdoodveroordeelde gewetensgevangene in een land waar hij voorlopig geen prioriteit meer aan geeft? Aarzelend: ‘Dat is een heel lastige. In mijn vorige functie als directeur van VluchtelingenWerk Nederland heb ik wel eens moeten zeggen tegen vluchtelingen dat we niks meer konden doen. Dat was vreselijk. Maar we konden dan ook echt niks meer. Maar voor deze gevangene kunnen we dat wel. We blijven tegen de doodstraf strijden. Maar we kiezen misschien niet voor hem omdat hij uit het “verkeerde” land komt. Moeilijk. Is het goed als ik hier later op terugkom?’
Drie dagen later, per e-mail: ‘De kans dat ik zo’n gevangene daadwerkelijk zal spreken is klein. Amnesty Nederland zal tegen de doodstraf blijven strijden, daarbij kiezen we voor bepaalde landen. Andere landen zullen aandacht krijgen van andere Amnesty-afdelingen.’
Reageren? wordtvervolgd@amnesty.nl


