Homofobie is een aanhoudend probleem in Letland, niet alleen bij de bevolking |
EERSTE GAY PRIDE IN LETLAND
Artikel 2, juni 2007
Op 3 juni vond de eerste vreedzame Gay Pride optocht plaats in de geschiedenis van Letland. In een afgesloten park in de hoofdstad Riga liepen zo’n vierhonderd mensen mee onder zeer strenge politiebewaking.Rond de helft van de deelnemers kwam uit het buitenland, waaronder een contingent van 26 personen van Amnesty Nederland. De buitenlandse deelname was groot vanwege de internationale ongerustheid over het gebrek aan tolerantie voor seksuele diversiteit in Letland. Amnesty deed mee om te benadrukken dat vrijheid van meningsuiting ook geldt voor seksuele minderheden. Uit verscheidene landen waren politici aanwezig, uit Nederland deden Europarlementariërs Jeanine Hennis-Plasschaert en Kathalijne Buitenweg mee.
Uit Zweden en Engeland waren grote afvaardigingen uit de LGBT-beweging. In voorgaande jaren was de Letse Gay Pride door gewelddadige tegenstanders onmogelijk gemaakt (2005) of door de autoriteiten verboden (2006). Na het verbod in 2006 werden deelnemers aan een kerkdienst en een persconferentie door tegenstanders met eieren en poep bekogeld, onder andere de Amsterdamse wethouder Herrema.
Zoals in andere Oost-Europese landen is de acceptatie van homoseksualiteit in Letland laag. Er is een actieve anti-homo-organisatie, No Pride. De leiding van de katholieke kerk roept op tot actief protest tegen het naar buiten treden van de LGBT-beweging. Ook de politiek is niet erg geneigd seksuele diversiteit te erkennen; eind vorig jaar schrapte het parlement een concept-voorstel om arbeidsdiscriminatie op grond van seksuele oriëntatie strafbaar te stellen. Pas na ingrijpen van de president en verwijzing naar Europese normen ging men overstag. Europese mensenrechtennormen waren ook belangrijk in de rechterlijke uitspraak in april dit jaar dat de Gay Pride van 2006 niet verboden had mogen worden.
Die uitspraak was een opsteker voor de Letse LGBT-groep Mozaika. Dit jaar gaven de autoriteiten medewerking aan het evenement. De politie had uitgebreid vooroverleg met Mozaika over de organisatie. Absolute prioriteit voor Mozaika was het vermijden van gewelddadigheden. De Pride optocht werd beperkt tot een door tralies omgeven park. De politie sloot toegangsstraten af, richtte nog een extra hekwerk op en zette een enorm aantal mensen in. De Pride deelnemers voelden zich als in een dierentuin. Vele honderden inwoners van Riga keken toe terwijl de optocht een rondje maakte door het park. Er was geen muziek maar zo af en toe klonk wel een spreekkoor: ‘What do we want? Equality. When do we want it? Now’. Enkele vertegenwoordigers van een religieuze LGBT-groep uit Amerika zongen ‘We shall overcome’.
De hoogstens enkele tientallen protesteerders beperkten zich tot wat geschreeuw en het gooien van een rotje, een ijsje en een ei (dat niet brak). Voor het vertrek uit het park had de politie bussen ingezet waardoor aanvaringen werden vermeden. Eén van de Nederlandse deelnemers had later nog een bijna op geweld uitlopende aanvaring met een No Pride aanhanger, maar dat was het enige incident dat werd gemeld. De strenge instructie aan de buitenlandse gasten om hun spandoeken, tinkywinky poppen en LGBT-vlaggen buiten het park goed weg te stoppen zal daar ook mee te maken hebben gehad. Elders in de stad organiseerde No Pride een tegen-manifestatie die zo’n duizend deelnemers trok, veel en veel minder dan men had verwacht. Misschien een teken dat de homo-haat toch niet zo dik is gezaaid?
Voor sommige LGBT-ers was de Pride een stimulans naar buiten te treden met hun seksuele oriëntatie. Anderen vroegen de internationale vertegenwoordigers begrip te hebben voor hun afwezigheid tijdens de optocht. Mozaika was tevreden met de internationale steun, de medewerking van autoriteiten en de zonder geweld verlopen Pride. Maar een hele weg ligt nog voor hen. Op de terugreis vraag ik me af wanneer een optocht als deze zonder internationale aanwezigheid met een normale politiebegeleiding gewoon door Riga zal kunnen trekken.


