Home > De bibliotheek: Boeken en bladen > Pastoor Johanes Djonga wil dialoog met Jakarta
Banner
Amnesty.nl Homepage
Foto: Joyce Vlaming

PASTOOR JOHANES DJONGA WIL DIALOOG MET JAKARTA

Uit: Amnesty in Actie, april 2010

Mensenrechtenactivist Johanes Djonga is werkzaam als pastoor in het Waris-district in West-Papoea, dat grenst aan Papua-Nieuw-Guinea. Hij rapporteert onder andere over mensenrechtenschendingen door het Indonesische leger. Amnesty in Actie stelde hem enkele vragen tijdens zijn bezoek aan Nederland.

Geschiedenis Papoea
Papoea is een provincie in het westen van Indonesië en hoorde van 1607 tot 1962 bij Nederland. Na een korte tijd van besturen door de Verenigde Naties in 1963 werd het bestuur overgedragen aan Indonesië, op voorwaarde dat de bevolking zelf zou mogen beslissen over hun toekomst. Dit referendum vond in 1969 plaats, maar niet op de manier die de Verenigde Naties toentertijd voor ogen hadden. Uitgekozen stemgerechtigden werden gedwongen om voor het bestuur van Indonesië te stemmen, met als gevolg dat Papoea een provincie werd van Indonesië. Na het aftreden van president Soeharto in 1998 begon de bevolking te strijden voor een onafhankelijk Papoea. West-Papoea ontstond uit het westelijke deel van Papoea sinds februari 2003. Op de vraag of Djonga zelf vindt dat Papoea een onafhankelijke staat moet worden is hij terughoudend: ‘Ik zet me niet in voor een onafhankelijk Papoea, maar tegen de mensenrechtenschendingen die door deze strijd worden begaan.’
‘Wat wij willen is een dialoog met de Indonesische regering in Jakarta. Misstanden van vroeger moeten besproken worden en er moet een manier gevonden worden om de mensenrechtenschendingen te stoppen,’ aldus Johanes Djonga. De Indonesische pastoor zet zich al jaren in om een einde te maken aan de mensenrechtenschendingen in Papoea. Eind 2009 ontving hij voor zijn werk de Yap Thiam Hien Award, een belangrijke mensenrechtenprijs. ‘Ik dank Amnesty International voor het uitdragen van de boodschap dat mensenrechten niet geschonden mogen worden.’

Amnesty voerde tot begin februari actie tegen het politiegeweld op Papoea. De Indonesische politie maakt zich daar stelselmatig schuldig aan mishandeling, misbruik en intimidatie van verdachten. Gedetineerden worden in elkaar geslagen en krijgen soms elektrische schokken toegediend. Sommigen moeten dit met de dood bekopen. Vooral vrouwen, drugsverslaafden en veelplegers zijn een kwetsbare groep. De daders van het geweld worden zelden berecht. ‘Er is geen goed bestuur die mensenrechtenschendingen in West-Papoea tegengaan. De oorspronkelijke bevolking is jarenlang slachtoffer geweest van geweld.’ Hele families worden door het leger en de politie uit hun huis gezet. In Indonesië heerst een cultuur van straffeloosheid. Bij de autoriteiten kunnen de slachtoffers niet terecht. De pastoor komt zelf niet van Papoea maar van Flores, een van de Soenda-eilanden, maar zet zich met hart en ziel in voor de bewoners van Papoea. Dat dit voor hem ook groot gevaar oplevert bleek een paar jaar geleden. Hij werd meerdere malen bedreigd omdat hij een provocateur en een tegenstander van de staat zou zijn.

In september 2007 deed Amnesty International een oproep omwille van zijn veiligheid. De pastoor had toen openlijke doodsbedreigingen ontvangen. ‘Toen ik de bedreigingen ontving heb ik meteen steun gekregen van mensenrechtenorganisaties als Amnesty en Peace Brigades International (PBI). Meestal is het einde verhaal als je een doodsbedreiging ontvangt, maar dankzij de bescherming die ik van deze organisaties kreeg gold dit voor mij gelukkig niet’, vertelt Djonga. De pastoor werd bedreigd door een commandant en zijn soldaten.

Een dialoog
Volgens de mensenrechtenverdediger heeft ook de politie vrij spel in Indonesië. ‘De opleiding tot politie in Indonesië wordt met Nederlands geld gefinancierd.’ Het afgelopen jaar is er veel gedaan om de politie te trainen in samenwerking met KontraS, een Indonesische mensenrechtenorganisatie. Anneke Osse van Amnesty Nederland is hierbij betrokken geweest. Zij schreef Understanding Policing, een handboek dat ook in het Bahasa Indonesia is vertaald. De trainingen hebben vooralsnog alleen in Jakarta plaatsgevonden. Djonga vertelt dat de Indonesische regering niet blij is met bemoeienissen en hulp vanuit het buitenland. ‘Er zijn veel geldstromen vanuit de Europese Unie, maar die komen vaak in verkeerde handen terecht. Bovendien is het voor de bevolking van Papoea eigenlijk al te laat. Zij hebben al een groot deel van hun cultuur moeten opgeven.’ Toch is het volgens Djonga nodig dat organisaties als Amnesty hun steun blijven uitspreken voor Papoea om zo de dialoog te versnellen. ‘Wat wij willen is een dialoog met de Indonesische regering in Jakarta. Misstanden van vroeger moeten besproken worden en er moet een manier gevonden worden om de mensenrechtenschendingen te stoppen.’

‘Het bos heeft een spirituele betekenis’
Behalve dat Djonga rapporteert over de mensenrechtenschendingen begaan door het leger, zet hij zich ook in voor het behoud van de natuur in Papoea. ‘Grote bedrijven als BP halen miljoenen hectaren bos weg om hun bedrijf te profileren. Het grootste deel van de bevolking leeft van die bossen die een spirituele betekenis voor de Papoea’s hebben. Als het bos verdwijnt, verdwijnt ook een groot deel van de cultuur. Djonga zet zich al meer dan 25 jaar in voor de Papoea’s en het valt hem op dat de inwoners van Papoea vaak als dom worden bestempeld. ‘Dit gebeurt niet alleen door de Indonesische regering maar ook door buitenlandse regeringen. Op het moment dat je ergens in het bos woont word je al snel als primitieveling gezien. Men moet waardering krijgen voor deze mensen die zelf voor hun eten zorgen.’

Leonie Hamming
Ga naar boven


Vrijdag 3 september 2010
Bekijk sitemap
Zoeken